Ik zweette niet, maar droop gewoon. M’n sokken sopten. De geleende schoenen van m’n broertje die daarstraks nog prima pasten, knelden om mijn uitgezette voeten. De pijn in m’n knieën was bijna ondraaglijk geworden, maar opgeven? Nee, het schoot hoogstens even door mijn hoofd toen een jongen met piekerig haar vanaf de kant bijna onzichtbare signalen gaf dat hij de arena weer graag wilde betreden. Zou ik? Mijn mond voelde aan als schuurpapier, alsof ik zojuist een slok zeewater had genomen. Het vocht wat zo nodig was om af en toe de tong in beweging te zetten om met een paar woorden teamgenoten te attenderen op het feit dat ik weer eens zo vrij als een vogeltje stond, was nog wel aanwezig, maar proefde zuur. Horen deed ik niet veel meer.
De rode letters van het digitale scorebord waren vaag zichtbaar, maar ontcijferen kon ik ze niet. Hoelang waren we al bezig? Ik wist het niet. Nul-nul was de stand, dat wist ik wel. Mijn hart klopte op plaatsen waarvan ik tot vanavond het bestaan niet van gekend had. Heel het lichaam protesteerde fel tegen het vele werk wat het moest verrichten. De lippen waren verworden tot een strakke streep, ietwat paars gekleurd.

Links van me kwam een kale reus aan de bal. Bijna veertig jaar. Type bescheiden bierbuikje en slordig geschoren ringbaard. Geen zweetdruppeltje op zijn voorhoofd. Ik voelde een jaloezie opkomen. Iemand riep: “Nog één minuut!” Met een simpele beweging die pure klasse verraadde omspeelde de reus een tegenstander. En nog één en nog één. Ineens zag ik het gat achter de nog twee overgebleven verdedigers. Een rauwe schreeuw waar je, als je goed luisterde, de wanhoop van vermoeidheid in kon horen kwam er nog uit mijn hordroge strot. De reus keek even op, maakte een lichaamsschijnbeweging naar links, haalde uit naar rechts, daar waar ik al niet meer was, maar stopte met zijn voet boven op de bal. De verdediger met het rode haar en het iets te krappe shirtje trapte er in en belandde met zijn kruis een paar centimeters boven de grond, wijdbeens. Ik zag zijn gezicht niet en schreeuwde nog een keer. De andere verdediger riep dat men mij moest volgen. Het was te laat. Het subtiel gegeven passje van de reus belandde precies voor mijn voeten. De keeper kwam op me af snellen. Ik richtte me op. Zette mijn voet op de bal en haalde hem iets terug. De reus denderde langs me heen, voelde ik. En zag ik. De bal was nog steeds onder mijn voet terwijl de keeper zijn laatste passen wat aarzelend maakte, alsof hij wist dat hij het doel te ver achter hem had gelaten.

Hij twijfelde, deed een stap terug. Beheerst wipte ik de bal over hem heen. Zijn handen probeerden het leer nog te beroeren, maar graaiden mis. Het net ritselde even. Een gebrul zwol aan, ergens naast me. Ik draaide me om, zag drie tegenstanders als verdwaasd op de grond liggen, me aankijkend, de ogen hol van vermoeidheid. Twee tellen duurde dat ultieme genot. Toen sprong 110 kilo spieren op mijn tengere schouders. Alles in mijn benen protesteerde zo hevig dat er – vlak voor ik door de knieën zou gaan – een bult op mijn kuit ontstond van de kramp. Een fluitje klonk. Drie keer. Het was afgelopen. We hadden gewonnen! Ergens in mijn ribbenkast kraakte er iets. Het klonk beangstigend, maar het maakte me niets meer uit. Ik was 26 geworden vandaag en had voor het eerst gevoetbald in officieel teamverband. En gescoord met een lobje.

Kuin

Categorieën: Sport

10 reacties

pally · 2 maart 2011 op 13:05

Ik ben absoluut geen voetballiefhebber, Kuin. Maar ik vond het toch ontzettend spannend van begin tot eind. Ongelooflijk goed van binnen uit geschreven. :wave:

groet van Pally

Garuda · 2 maart 2011 op 13:08

Driemaal proficiat!

😀

LouisP · 2 maart 2011 op 15:53

Goed verhaal, ‘k zat er ook gelijk in…maar ‘k vind dat je in de 2de alinea iets te veel over dat bijzondere gevoel schrijft. Dat doe je goed maar iets té veel. Je lippen kun je natuurlijk niet zelf zien, denk ik.

Eerst denk ik dat de reus een tegenstander van jou is. Ook omdat je hem niet kent..en dan geeft de reus een pass aan jou. En vanaf dan vind ik het écht heel mooi geschreven. Dat terughalen, wat de keeper doet en denkt…da’s mooi..jaaa, de lob!!
De bal houdt van Kuin…

L.

sylvia1 · 2 maart 2011 op 21:16

‘t Is me hier op CX al vaker opgevallen hoe goed mannen schrijven als ze over voetbal schrijven. Mooie invalshoek, zo’n live verslag. Beetje jammer van de eerste helft van de tweede alinea, daar moest ik me even doorheen worstelen. Maar graag gelezen!

Oh, en, sterke titel!

Fem · 3 maart 2011 op 08:04

Het is al gezegd, maar idd de tweede helft van deze wedstrijd is reuze spannend!

arta · 3 maart 2011 op 08:05

Kuintje!!
Echt super geschreven!
🙂

Kwiezel · 3 maart 2011 op 14:48

Kuin!

Knap hoe je van een situatie, die maar een paar seconden duurt zo’n mooi verhaal kunt maken! Vlot geschreven, je neemt de lezer echt mee in je verhaal. Klasse.

Mosje · 3 maart 2011 op 20:43

vermakelijk stukje!

Mien · 3 maart 2011 op 23:27

Knappe column. Ik zat er helemaal in.
Zo erg dat ik zelf achter de bal in het doel belandde. Met mijn tanden in het net.

Mien

Kuin · 10 maart 2011 op 12:21

Dank voor de reacties! Word ik even stil van. In de zin van: had ik niet verwacht bij dit verhaal.

Geef een antwoord