‘s-Heerenberg. Een godvergeten tragisch oord, gelegen vlak tegen het Duitse grondgebied. Grenzeloos dramatische plek. Een naargeestige katholieke enclave met een bevolking zo onnozel dat hun smoelwerk het zichtbaar maakt. Waar begin vijftiger jaren de incestueuze pastoor nog vertelt wat je (in en uit bed) moest klaarspelen maar wat je vooral moest denken. Hij stelt op heilige schrift hoe vaak je dient te copuleren; ‘meneer’ bepaalt de kinderrijke gezinsgrootte; het ‘heertje’ stelt de hoeveelheid parochiebezoek vast. Het godsgeschenk heeft tenslotte overal verstand van. Zoals ook hij zich gretig vergrijpt aan rijpende jongelingen. Spuitende hormonen en laaiend libido laten zich aan het oog onttrekken. Een zwart habijt dient meerdere doelen. Verklede koorknapen schijnen een sterk erotische uitwerking te hebben op labielen die het celibaat heilig verklaard hebben en de wereld zondig. Ja, alléén voor en na de zondagse hoogmis. Volspuiten van jonge endeldarmen is zonder risico’s. Aids louter toekomstmuziek. Condooms, zeker niet vanonder collega’s pij aangereikt, een doodzonde. De Paus wikt en beschikt. Heerlijke hostie en fijnzinnige flauwekul ventileert de pastorale zorg dwingend en spotgoedkoop. Carnaval. Drie dagen waarop stevig stoom mag worden afgeblazen en zaad mag worden geloosd. Na de hoogmis gaan de remmen los en het gas erop.
Verkleed oerlelijk vrouwvolk laat alle openingen lustig vullen. Copuleren doet eenieder met iedereen. Wie wiens kinderen later opvoedt is een welhaast onbehoorlijke vraag die de lallende meute niet bezighoudt.
Complete inboedels worden tegen woekerprijzen van de hand gedaan om de zuipgelagen te bekostigen. De Heilige Geest is uit de alcoholische fles. Doodzonde?! Een ouderpaar, potsierlijk protestants, bekijkt het zinderende, zondige schouwspel hoofdschuddend en vol afgrijzen. Gezonde ontdekkingsdrang na een verloving van vele, vele jaren verricht wonderen. Net in de echt verbonden en vers kroost verschijnt welhaast uit het niets. Het bruidskleedje gleed nog maar net van de vrouw haar schouders of de celdeling nam al een vruchtbare aanvang. De natuur welke niet lijkt uit te gaan van: “Overdaad schaadt!” Dus zijn er, drie jaar ná de belofte van eeuwige trouw, ook drie snelle handenbinders. De ondernemende oudste heeft al rap een ‘strafblad’. Wordt opgesloten in grijze kooi van gaas. Nadat de creatieve verwekker hem voor de zoveelste keer uit de dakgoot heeft geplukt. Nummer 2 op de lijst heeft een minder uitgebreide handleiding. Okay, de oogstand is incorrect; kijkers koekeloeren naar alle kanten behalve de juiste. Moeder en tantes laten hem toch vertederd toe op hun warme schoot. Resultaat: vochtige ogen, zompige kledij. Eerste herinnering van de zeikerd: een Duitse chauffeur, de bolle harses geperst in lederen vliegeniershelm. Hij bestuurt een vrachtwagenonderstel met alléén pedalen, stuur en geïmproviseerde zitplaats.
Das Wirtschaftswunder beleeft glorieuze tijden. Een Nederlands carrosseriebedrijf mag er een toonbaar transportmiddel van maken. Voorwaarde: geen vervuiling van het straatbeeld. Het uitdijende gezin woont in. Met andere woorden: bivakkeert boven. Gescheiden van de benedenburen door een simpel planken vloertje. Een buurman met een kort lontje, getergd door zoveel luidruchtig onheil, ontsteekt in ranzige razernij. Jaagt de bovenbuurvrouw de stuipen op het lijf met een blinkend mes. Manlief steekt zijn mening daarover niet onder stoelen of banken. Bij hun gezamenlijke superieur. Verdere promotie blijft voor de crimineel in wording zijn verdere leven een illusie. Dus wat oplopende spanning in de bescheiden tent. Gevolg: probleempje met kido 2. Het manneke bonkt (zonder gesloten fontanel) met zijn keiharde harses tegen zijn bikkelharde ledikantje. Net fris in de milieuonvriendelijke verf. Voor de goede verstaander; het bedje, niet het amusante hoofdje. Wanneer de familie zich later richting Amsterdam manoeuvreert is de schedel gesloten en de zelfkastijding op slag over. Veertig jaar later vertelt een dominee, prekend voor een eigen ‘parochie’: “Ik voelde me bij binnenkomst in het dorp altijd ongemakkelijk. In ‘s-Heerenberg werd in de middeleeuwen voetvolk minzaam onthoofd en doodgeknuppeld. Een executieplaats!” Toeval?

2 reacties
arta · 10 december 2010 op 16:15
Tja, voor mij weer te veel, te snel. Zinnen middenin afgekapt om de staccato-stijl toch maar vast te houden. Zó jammer, want je kunt schrijven, Bouwjaar!!
Ik wil nog wel even het oordeel over carnaval van je bevestigen als ‘echte’ Brabantse:
[quote]Verkleed oerlelijk vrouwvolk laat alle openingen lustig vullen. Copuleren doet eenieder met iedereen.[/quote]
Dit klopt, gebeurt hier ook altijd die dagen. Nooit bloemen hier in het voorjaar, men kan nl geen zaad meer zien. 😆