De jeugd van een mens is een vrijwel onbewust lopend proces. Weinig jongeren zijn bezig met de realiteit. Wat wil ik later worden? Profvoetballer of in ieder geval heel rijk. Hoe dat precies te bereiken, daar wordt niet over nagedacht. Je zit ten slotte al de godganselijke dag op school, dus daarna moet je “chillen”. Het woord chillen betekent ervaring op doen in zaken, waar je in de toekomst niks aan hebt. Chillen bestaat uit het roken van pretsigaretjes, de eerste ervaringen met alcohol en vooral het zitten op een bank, doelloos voor je uit staren. Praten over dat meisje in de klas of opscheppen over hoe goed je met een bepaald computerspel bent. Na de middelbare school begint pas een leven met het volle bewustzijn. De mens wordt zich bewust van het moeten bereiken van bepaalde doelen in het leven. Er ontstaat een pittige confrontatie met de realiteit. Het chillen is een totaal nutteloze bezigheid. Er moet een doel gesteld worden, waar naartoe moet worden gewerkt. De mens moet zich ontwikkelen, zowel geestelijk als lichamelijk. Vele boeken worden gelezen, reizen worden gemaakt en ondertussen probeert men carrière te maken. Het chillen wordt een geplande bezigheid, dat gedaan wordt vanuit een overtuiging, dat het gezond is om af en toe iets nutteloos te doen.
Vele jaren gaan voorbij, vol van ontwikkeling. De boekenkast is al aardig groot geworden en er is ook al een vaste partner aanwezig. Tijdens deze fase komt een punt. Een moeilijk punt, vol van twijfel. Bewandel ik wel het juiste pad? Wat is het nut van hetgeen dat ik leer, het werk dat ik doe en vooral wat is het nut van het ontwijken van het nutteloze? Waarom hecht ik minder waarde aan de momenten dat ik “chill”, dan aan de momenten dat ik mijzelf ontwikkel. Terwijl tijdens de momenten dat ik bezig ben met chillen, ik mijzelf prettiger voel, dan wanneer ik verdiept ben in één of ander boek, vol complexe materie.
Heb ik wel de juiste keuze gemaakt? Was het niet beter geweest om mijn hele leven bezig te zijn met het nutteloze? Nu ontwikkel ik mijzelf, ik doe enorm veel kennis op. Uiteindelijk word ik bejaard en verdwijnen er steeds meer stukken uit mijn geheugen. De kennis, die ik heb opgedaan, het gaat verloren. Wat is dan nog het nut van ontwikkeling? Uiteindelijk ben je de opgedane kennis weer kwijt, wat ontwikkeling ook weer in een nutteloos daglicht zet. Is het dan niet belangrijker om je zo prettig mogelijk te voelen? Is het dan niet gewoon het beste om je hele leven te doorlopen alsof je nog op de middelbare school zit?

Categorieën: Maatschappij

3 reacties

Ingrid · 26 januari 2010 op 22:34

Wanneer ik mijn hele leven zo zou doorlopen als de Middelbare School zou het een groot feest zijn en ik denk niet dat dit de bedoeling is. Althans dat zouden ze me hier thuis niet in dank afnemen.
Maar je hebt gelijk, soms denk ik, waar doen we het voor? Tot die kleine man zijn armen om me heen slaat en zegt dat ik de allerliefste moeder van de heeeeeeeeeeeeele wereld ben, dan denk ik, ja daar doe ik het voor.

joopvanpoll · 27 januari 2010 op 06:47

Je licht het deksel op van een filosofie, waarmee ik nu precies mijn hele leven al bezig ben.
Kennis vergaren staat veel te veel in het teken van ego-building en is bovendien altijd oud. Net als denken.
En als je dan leest dat alle grote uitvindingen, die er echt toe doen, bij toeval zijn ontdekt…
Das “Aha-Erlebnis”, of “Eureka-effect”,zo je wilt, is zelden een produkt van kennis.
Fluitend rondlopen, met de handen in de zak, biedt nog de meeste kansen. Een beetje onthechten, goed waarnemen en wat rust in het kwetterende brein..,is dat niet serendipity ten top?

LouisP · 27 januari 2010 op 15:02

Leipelullo,

goed stuk, interessant…zet me echt aan het denken….

Louis

Geef een antwoord