“We fietsen vanmiddag naar Maltstad,” stelt Sylvia voor. “Het is mooi weer en de route van Roerdonk naar Maltstad is prachtig.” Daar is niets van te zeggen. Ik moet ’s avonds toch in Maltstad zijn, vanwege een optreden met de band in café de Gebakken Lucht. De rest van de band volgt dan in de loop van de dag wel, met het busje en materiaal. En zo fietsen Sylvia en ik door het buitengebied van Roerdonk, richting Maltstad. Het is hartje zomer, de vogels fluiten hun mooiste lied en de jongens die we tegenkomen fluiten ook.

We pauzeren even op een bankje aan de kant van de weg, met ieder een kopje koffie en een appelpunt, speciaal door Sylvia meegenomen. “Misschien is oom Albert thuis, kunnen we die even bezoeken,” opper ik. Oom Albert kwam vroeger veel bij ons thuis. Het was geen echte oom, maar een vriend van mijn vader. Omdat hij zo vaak op bezoek kwam, werd hij steevast met oom Albert aangesproken. Een schilder, een kunstenaar, een excentrieke figuur met zijn alpinopet, schilderskiel en sikje. Dat was Albert, om het zo maar te zeggen. Hij plachte een kilometer buiten Maltstad te wonen, maar ik heb hem al jaren niet meer gezien. Het lijkt mij interessant om eens polshoogte te nemen. Sylvia vindt het prima, we hebben immers tijd genoeg en ze wil die oom Albert van mij wel eens ontmoeten.

Maar zodra we Maltstad zijn gepasseerd, herken ik de weg niet meer. “Verdorie, er is veel veranderd sinds ik hier voor het laatst ben geweest,” zucht ik en ben zowaar het spoor compleet bijster. Op een terras langs de weg zit een gezelschapje te kletsen. Ik stap af van mijn fiets en loop naar het clubje toe. “Wij zoeken de Patersweg, het huis van Albert de Smalle.” De mannen horen mij niet, of doen alsof en ouwehoeren onder elkaar verder. Sylvia roept: “Hallo!” Nu hebben we de aandacht en ik herhaal mijn vraag nog een keer. Een van de mannen kijkt mij geringschattend aan. “Jij bent geen leider, dat zie je zo,” meent hij. Ik kijk hem vragend aan. “Jij blijft te ver van ons vandaan staan.” Het zal wel, denk ik. “Je hebt gelijk, mijn leider staat daar,” roep ik en knipoog naar Sylvia. “Maar weet u misschien wel waar de Patersweg is?” De man doet weer alsof hij mij niet hoort. Een ander reageert wel: “Volg deze weg tot aan de T-splitsing, dan rechtsaf en meteen linksaf. Daar vind je Villa Kakelbont, maar ik zou die dame maar hier laten. Ha ha.” Ik zucht weer, bedank de gasten en we fietsen verder. Toch blijft de opmerking van de man nog even doorknagen.


Thomas Splinter

Verhalen zijn splinters uit mijn onderbewustzijn.

2 reacties

Nummer 22 · 9 juli 2019 op 07:21

Nieuwsgierig wat er bij de smalle gaat gebeuren

Thomas Splinter · 10 juli 2019 op 11:46

Zojuist deel 2 gelanceerd. Bedankt voor het volgen van dit verhaal en voor de complete Thomas & Sylvia story:

03-06-2014 Dat schept een band
26-02-2015 Ik stop met de band
26-03-2015 Spring eens uit de band
27-05-2015 Sylvia’s moeder
12-01-2016 Bruiloft met bloedbad (1)
21-01-2016 Bruiloft met bloedbad (2)
10-08-2016 Happy band
03-05-2017 Wesley Mills
11-10-2017 Ik wil naar huis. Nu! (1)
15-10-2017 Ik wil naar huis. Nu! (2)
02-01-2018 Ik wil naar huis. Nu! (3)
27-05-2018 Romance in Roerdonk (1)
05-06-2018 Romance in Roerdonk (2)
10-06-2018 Romance in Roerdonk (3)
03-07-2018 Splinterwind

Geef een reactie