Dennis is de grootste zanger die het land in jaren heeft gekend. Hij is vijfentwintig en de meest begeerde vrijgezel die de meisjes maar kennen. Maar dit is onlangs veranderd. Hij heeft zich verloofd met Stef. Volgens zijn manager moet dit zijn succes nog meer opdrijven. Dennis volgt maar blindelings. Maar sinds kort heeft hij een nieuwe kennis…die hem alle kantjes van de eigen wereld laat zien… “Zoë is de naam, aangenaam.” Zegt de nieuwe kennis.
“Hoi, Dennis!” Zegt Dennis wat spottend.
“Dat weet iedereen wel hoor.” Vertelt Zoë reagerend. Zoë werkt in het zaaltje waar hij momenteel optreed. Op slechts een paar uurtjes tijd zijn ze veel te weten gekomen over elkaar. Zoë is ingevallen voor een zieke danseres. Op een halfuurtje heeft Dennis haar alle passen moeten aanleren…Tijd genoeg dus om elkaar te leren kennen.

Na het optreden praten Dennis en Zoë nog even na.
“Laat me raden…Jij komt zeker niet om achteraf alles mee op te ruimen zeker?” Gaat ze verder.
“Zou dat de bedoeling zijn dan?” Vraagt Dennis uitdagend. Zoë bekijkt hem vragend…
”Ik zal je wel komen helpen vanavond…Als je maar weet dat zoiets niet de gewoonte is van een bv…” Zegt Dennis uiteindelijk.

Zoë heeft er een hulpje bij…Ze is nu wel benieuwd of Dennis wel zal komen opdagen want hij moet eerst nog ergens anders gaan optreden.

Naar gewoonte wordt de zaal helemaal van onder tot boven gekuist. Maar met een zwabber de hele zaal rond crossen is ook wat overdreven. Daarom is er de traditie om de brandweerslang in conditie te houden. Zoë spuit erop los. Ze vind het altijd zo leuk om eens de nattigheid op alles en iedereen uit te spuiten. Zoë richt naar de deur die de hele dag heeft open gestaan in weer en wind…VUUR! Zoë hoort een schreeuw en houdt onmiddellijk op. Waneer al het water is gevallen ziet ze Dennis druipend staan. Iedereen in de zaal houd de adem in, wat zal de reactie van de bv zijn? Zoë kan amper haar lach inhouden.

Dennis ziet er niet echt gelukkig uit. Maar blijkt dan toch een glimlach op te zetten.
“Is dat mijn dank van te komen helpen?” Zegt hij spottend.
“Meneer Proper is aangekomen…Hier.” Ze geeft hem een handdoek en blijft maar lachen. Nadat Dennis wat uitgedrupt is neemt hij een borstel en begint met vegen. Zoë en Dennis hebben veel plezier met het vele water.

Uren verstrijken en het werk eindigt al snel. Het hele gezelschap zet zich bij elkaar om nog wat na te praten over wat dacht je anders…het werk! Zo gaat dat al weken…s’ Avondslaat nog lachen en doen over verschillende stoten die mensen hebben durven uitsteken tijdens de week. De enigste drank die dan ook geschonken wordt is water, bruis of plat, het maakt niet uit. Iedereen drinkt dat wel en zo hoef je niet van alles wat mee te brengen. Toch wil Dennis een pils. Zolang hij het zelf maar doet is iedereen akkoord.
“Kom mee, ik leer het je wel tappen…” Zegt Zoë behulpzaam.
“Wat kan daar zo moeilijk aan zijn?” Vertelt Dennis ongelovig.

Dennis zet zich als een echte achter de tapkraan en trekt die in één ruk open. Zoë, die goede afstand heeft genomen, waarschuwt hem nog eens. Dennis neemt snel een glas en houdt die er recht onder.
“Neen!!!” Roept Zoë uit.

Dennis gooit de kraan weer dicht en zet al snel een stap achteruit. Het bier begint te schuimen en voor hij het beseft heeft hij er een schuimparty van gemaakt. De andere mensen houden de adem weer gestokt en proberen hun lach wat in te tomen. Zoë zet zich naast Dennis en neemt voorzichtig een glas. Ze houdt het wat schuin en draait de kraan in één snok voorzichtig open. Langzaamaan kantelt ze het glas weer en doet de kraan weer dicht.
“Hier…Meneer Schuim.” Zegt ze spottend en zet zich weer neer bij de andere werkers.

Wanneer Dennis druppelend terug bij het gezelschap gaat zitten komt er een auto opgereden. Door de kleine heuvel dat snelheidsduivels tegenhoudt schud de auto omhoog. Iedereen zet zich recht om de stunt van dichtbij te bekijken. Alleen Dennis zondert zich wat af. Als de auto terug op zijn vier wielen terecht komt krijgt hij nog eens een terugslag omhoog.
“Wat voor een geschifte waaghals is dat.” Vraagt Zoë zich af.

Ze merkt Dennis op die het hele gebeuren wat afstandelijk bekijkt.
“Een bekende voor jou?” Vraagt ze.
“Helaas wel ja…” Zegt Dennis, alsof hij het te riskant vind om hier te blijven. “Het is mijn verloofde…Ik herken ze gewoon aan haar rijstijl.” Gaat hij verder.
“Vreemd…De meeste mensen zijn tevreden als hun vriendin langs komt.” Zegt Zoë.
“Vriendin? Zij? Helemaal niet! De manager vindt het beter om nieuwe aandacht naar mijn carrière te creëren. En wat is er mooier voor een bv dan een huwelijk?” Zegt Dennis openhartig.
“Dat meen je niet?” Roept Zoë schokkend. “Je trouwt enkel voor de aandacht?”
Dennis wil zich verdedigen en zegt:”Het was niet mijn idee…geloof me vrij. Maar alles nu nog afblazen zou mijn ondergang betekenen.”

De auto is ondertussen al…hoe moet je het noemen…geparkeerd? Stef, zijn verloofde, stapt uit en probeert een ingang te zoeken.
“Jij moet hier weg, kom mee!” Zoë neemt zijn hand vast en loodst hem naar een achteruitgang. Niemand anders heeft hen opgemerkt. Buiten nemen ze een straatje links en rechts en gaan zo richting Zoë thuis, waar ze ook samenwoont met haar zussen, die ook in de zaal werken.

“Hebben jullie Dennis gezien en waar is hij?” Vraagt Stef wat kwaad. Een werker wijst naar achteren maar daar is al lang niemand meer te zien.
“Opgegaan in rook vrees ik.” Vertelt een andere.
“Wacht maar…” Stef verlaat de zaal weer en stapt in haar auto.

Zoë en Dennis zijn ondertussen bij haar thuis aangekomen.
“Echt bedankt…Vanaf volgende week zal ik al meer met haar opgescheept zitten, dat is al erg genoeg.” Zegt Dennis opgelucht.
“Je mag haar precies niet echt hè, wat heeft ze je verkeerd gedaan?” Vraagt Zoë.
“Niets…Maar geforceerd samenleven is voor mij niet echt top. Anders zouden we best kennissen kunnen worden denk ik, maar op deze manier zeker niet.” Vertelt hij wat triest.
Zoë en Dennis praten hele uren door. Ze lachen…ze huilen…ze hebben plezier!

Omstreeks middernacht, het normale terugkeer uur van iedere werker in de zaal. De zussen van Zoë komen stilletjes binnen. Ze hopen Zoë hier te treffen want ook zij was verdwenen. Eerlijk gezegd wouden ze niet weten waarheen. Wanneer de ene zus stilletjes de deur weer sluit zegt de andere:”Psst…Kom hier eens kijken.” De zus wijst naar de zetel.
“Wat is er? Ligt er soms een beest in ofzo?” Vraagt de andere ongelovig.
“Veel erger, mensen!” Corrigeert de eerste weer.
“Mensen? Hoe kan dat nu. De enige die hier nog woont is Zoë.” Zegt ze dan weer.

De ene zus komt dichterbij en ziet Dennis in de zetel half liggen. Zoë steunt er wat tegen. Ze hebben elkaars hand vast en steunen tegen elkaars hoofd.
“Wat doen we ermee? Dennis trouwt volgende week. En wie vind er nu z’n jonger zusje in de armen van een bv, een huwende bv!” Zegt de ene zus.
“Ze moeten maar op hun gevoel afgaan. Als dit is wat ze echt willen, moeten we het zo laten.”

De volgende morgen wordt Zoë verward wakker. Ze ziet Dennis naast haar liggen. Wanneer ook hij stilletjes ontwaakt zit Zoë al met de handen in de haren.
“Wat scheelt er?” Vraagt Dennis als hij wat meer bij positieven is.
“Jij trouwt volgende week! En je vraagt je af wat er scheelt? Als Stef dit ooit te weten komt dan hang je.” Vertelt Zoë hysterisch.
Dennis kalmeert haar wat en stelt haar gerust.”Er is toch helemaal niet gebeurd. Als een mens moe is valt hij in slaap…Dat is alles.”

Ook al vind Zoë het hele gebeuren nog altijd wat ongebruikelijk, toch vertrekt Dennis.
“Sorry meid. Ik heb een brunch met mijn manager en met Stef. Als ik geen vreemde argwaan wil opwekken zal ik nu moeten vertrekken.” Zegt hij als laatste woorden…

Zoë hoopt maar dat er geen reacties komen op haar onverwachts vertrek van gisteren. Want wanneer ze haar werk binnenwandelt is het muisstil.
“Waar zit je vriend Zoë?” Vraagt de man achter de toog.
“Oh, die kwam enkel even mee opruimen…Maar eenmalig, vandaag kunnen we het weer helemaal alleen oplossen.” Zegt Zoë.

Dagen gaan voorbij. Maar Zoë mist Dennis enorm. Wanneer ze drank besteld en die weg doet denkt ze aan Dennis, ze had hem belooft om hem met een volle plateau door de zaal te lopen. Ze gingen elkaar nog zoveel leren! Hij ging haar nog wat passen leren zodat ze een echte stand-indanseres kon worden en zij ging hem leren om met gevoel op te dienen.

Uiteindelijk is de dag van Dennis’ huwelijk aangebroken. Het hele gebeuren bevindt zich enkele kilometers verderop. Ook Zoë is uitgenodigd, met gast. Toch weigert ze om te gaan. Haar zussen merken op dat ze echt niet over die Dennis heen is en maken een praatje met haar.

“Voel je iets voor hem?” Vragen ze.
“Ik weet het niet.” Vertelt Zoë. “Ik heb niet de kans gekregen om hem hoe dan ook iets te zeggen.” Gaat ze verder.
“Maar wil je iets zeggen? Hebben die paar uurtjes samen je echt bij elkaar gebracht? Kropen de vlindertjes je door het hoofd? Gaf je om hem omdat hij nu trouwt?” Vragen de zusjes.
“Zoiets ja. Weet je dat hij enkel trouwt omdat zijn manager het wil? Hij loopt regelrecht in zijn ongeluk!” Zegt Zoë beschermend.

“Ik zie je niet graag als je ongelukkig bent. Kom mee.” De zus neemt haar hand vast en neemt haar mee naar de auto.
“We nemen elk een dagje verlof!” Roept de andere zus onderweg naar buiten.

Wanneer Zoë door heeft dat haar zus haar naar de kerk brengt, waar Dennis trouwt uiteraard, is ze bijna niet meer te stuiten. Ze barst uit in tranen en heeft de moed niet om naar binnen te gaan. De zusjes proberen haar moed in te spreken.
“Je gaat nu naar binnen in de hoop dat hij je ziet. Als hij beseft dat hij ook van jou houdt en dat die trouw verkeerd is voor hem doet hij de rest wel.”
“Vergeet het maar dat ik naar binnen ga!” Zegt Zoë kwaad en triest tegelijk.

De ene zus doet de deur open en de andere haalt Zoë uit de auto. Ze brengen haar haast naar de kerkingang. Zoë ademt eens goed in en opent dan de poort. De poort kraakt zodanig dat iedereen eens achterom kijkt om te zien wat er gebeurt. Zoë zet zich met haar zussen heel subtiel helemaal achteraan.

“Wie heeft er bezwaar tegen dit huwelijk? Spreek nu of zwijg voor eeuwig…” Gaat de pastoor verder. Het is ijzig stil. De zussen duwen in de zij van Zoë.
“Komaan meid. Waarom kwamen we anders naar hier?” Zegt de ene ongeduldig.

“IK!” Roept plotseling iemand…Maar het was niet Zoë.
“Het spijt me Stef. Ik had je alles veel eerder moeten vertellen.” Zegt Dennis, die vooraan staat met een knalrode kop. Hij neemt haar vast bij de arm en neemt haar mee naar het lokaaltje achter het altaar. Het gerumoerd in de kerk begint. Zoë en haar zussen wringen zich naar voren.
“Dat heb ik nu nog nooit meegemaakt.” Zegt de priester terwijl hij zich even neerzet.

De fotograveurs die eerst helemaal achter in de kerk stonden om de eerste foto’s te trekken kruipen op de zuilen om de deur te kunnen zien. Andere kruipen op de biechtstoel om toch maar een glimp te kunnen opvangen. De slimste van al, en ook meteen de kleinste kruipen helemaal tot vooraan.

Zoë haar hart begint nog harder te slaan. Ze weet niet wat ze nu eigenlijk moet voelen of zeggen. Wanneer de deur voorzichtig opengaat komt Stef heel neutraal buiten. Ze gaat als een echte dame door de grote massa en laat de foto’s voor wat ze zijn. Ook Dennis komt naar buiten en zoekt meteen Zoë op. Zodra hij haar gevonden heeft vliegt hij ze haast om de nek.
“Ik had het veel eerder moeten doen. Trouwen om de aandacht is werkelijk verkeerd!” Zegt hij alsof hij heel wat heeft bijgeleerd.

De fotograveurs komen elk dichterbij en nemen foto’s van het nieuwe koppel.
“Kom hier Meneer Model.” Glimlacht Zoë.
Het publiek uit de heel kerk weet niet wat ze zien. Moeten ze nu huilen om de weggelopen bruid of om het nieuwe koppel? Toch komt er een schitterend applaus op en het gerumoer is nog steviger dan daarvoor.

“Zeg mensen, moet ik hier nog lang blijven staan met die ringen?” Vraagt plots de ringdrager.
De zaal zelf is helemaal stil.
“Ja, gaat er hier nog getrouwd worden of niet?” Zegt de priester ongeduldig.
Dennis kijkt Zoë aan en neemt haar handen vast.
“Zoë…” Zegt Dennis en zet zich neer op één knie. “Wil je met me trouwen?” Gaat hij verder.

“Wat had je nu gedacht? Dat ik je hier nu mooi ging laten zitten?” Zegt Zoë terwijl ze zich naast hem neerzet. “Natuurlijk wil ik met je trouwen…Mijn Meneer.” Gaat ze verder.
Het publiek applaudisseert zoals men nog nooit heeft meegemaakt in heel de media.

En ze leefde nog lang…en gelukkig…


8 reacties

Eddy Kielema · 29 april 2005 op 10:36

[quote]“Neen!!!” Roept Zoë uit.[/quote]
[quote]Het publiek applaudisseert zoals men nog nooit heeft meegemaakt in heel de media. [/quote]
Het taalgebruik van dit verhaal is wel erg ‘ouderwetsch’. Bovendien te lang voor een column.

champagne · 29 april 2005 op 10:38

Het lukt me niet het hele verhaal uit te lezen.
Véél te lang, te kinderlijk, en te oppervlakkig, kortom: het kon me niet boeien, volgende keer beter? 😕

P.s klopt het dat je uit Belgie komt, gezien het taalgebruik?

WritersBlocq · 29 april 2005 op 11:23

Hoi Merel,
Ik heb het ook niet tot het einde gered. Kan je in minder woorden strakker zeggen waar het over gaat? Groetje, Pauline.

Louise · 29 april 2005 op 17:56

Ben tot het schuimend bier gekomen. Die Dennis maakt er wel een potje van.

Merel · 29 april 2005 op 18:23

Zoals ik al eerder zei hier op de webssite: Een verhaal moet toch een zekere lengte hebben? Vaak zeggen ze me dat mijn verhalen echter verslagen zijn. Akkoord, ze mogen daarvoor wat langer. Maar hier zeggen ze me dan weer dat het TE lang is? Waar blijft de logica zitten?

En een ouderwetse taal? Men kan toch moeilijk puur dialect gaan gebruiken, synoniemen voor woorden mag wel wat meer aangehaald worden, daar ben ik zelf mee eens. Maar toch denk ik dat dit toch al beter is dan de vorige…

Toch blijf ik me storen aan het lengte-incident. Dit zou ik nu toch persoonlijk voldoende vinden voor een verhaal, niet om rap rap te lezen, maar toch als verhaal om enkele minuten/uren/dagen aan te zitten (verspreid over die uren en dagen natuurlijk) Ik blijf me er echt vragen bij stellen…

Ma3anne · 29 april 2005 op 18:39

[quote]Toch blijf ik me storen aan het lengte-incident[/quote]

Je zit hier op een site voor columns. Een column kenmerkt zich o.a. door ‘kort en krachtig’.
Op het forum zit ergens een beschrijving van wat een column zo ongeveer is.

Eddy Kielema · 30 april 2005 op 11:10

[quote]Men kan toch moeilijk puur dialect gaan gebruiken[/quote]
Sinds wanneer is ‘nee’ in plaats van ‘neen’ dialect?

Merel · 30 april 2005 op 18:41

Je neemt er ook een voorbeeld uit hè 😀

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder