Voor een bioloog is het leven mooi. Waar anderen door hun toehoorders (met veel speeksel en valse lucht) bestempeld worden als ‘fuile fiese sexsjisten’ wanneer ze in al hun onschuld vertellen over het liefdesspel met hun teerbeminde, kan ik op het theekransje van je oma verhalen spuien over vuige oraal-genitale uitspattingen met zaadlustige nymfmeisjes en daarbij goedkeurende knikjes en uitroepen van bewondering oogsten. Van oudsher maken wij, gruizige biologen, gebruik van elegant jargon en een façade van wetenschappelijk onderzoek, zodat we ongestoord kunnen vuilbekken. Waar iemand anders schaamroodkakend en schichtig ‘goede sex’ fluistert, heb ik het over ‘endorfinerijke procreatie’, en waar een ander zijn toevlucht moet nemen tot het L-woord kan ik de mannelijke schandpaal bijvoorbeeld een [i]neukboleet[/i] noemen. De leek maakt zichzelf dan wel wijs dat ik het over een fallisch geschapen vruchtlichaam van een exotische paddestoel heb (de boleet volgens Van Dale: een ‘vlezige buiszwam’). En zelfs als duidelijk wordt dat ik het over een sexuele appendix heb, wordt me dat vergeven omdat dat nu eenmaal is wat een bioloog doet: uitzoeken hoe het werkt, en de dingen een naam geven.

In deze hoedanigheid wil ik iets vertellen over het fenomeen ‘sexuele selectie’, in relatie tot de edele delen en de pikdrift van de mensenman. Een stukje dat ik vooral schrijf om de mannelijke lezer tot overpeinzing aan te sporen, niet om prangende vragen te beantwoorden. Het is nou eenmaal onmogelijk om binnen het bestek van een x-honderdtal woorden de volledige biologie, sociologie en psychologie van de penis de revue te laten passeren.

Dat mannen trots zijn op hun apparaat en zijn prestaties staat vast. Maar hoe gepast is die trots eigenlijk? Als bioloog weet ik dat [i]Homo sapiens[/i], vergeleken met het gemiddelde dier, door Moeder Natuur maar karig bedeeld is in de schaamstreek. Bij veel dieren zijn ribbels, haakjes en andere stimulerende geinigheden standaard inbegrepen in hun [i]package[/i]. Wij moeten ter verhoging van het vrouwelijk genot gebruik maken van onze inventiviteit, en er desnoods andere lichaamsdelen bij betrekken of een gang langs de Kama Sutra-beurzen maken om het gemis te compenseren met ergonomisch gevormde kunststoffen hulpstukken. En qua formaat doen we het ook al niet best: een beetje dier heeft al gauw een slaghout van een kwart-lichaamslengte, terwijl wij het met anderhalve decimeter moeten doen.

Het idee is dat de [i]natural tarzans[/i] van veel dierenmannen zich als zodanig ontwikkeld hebben omdat uiterlijk vertoon het bezit van een eersteklas genenpakketje verraadt. Je kunt je voorstellen dat het veel energie kost om een perfect gebeeldhouwd en schitterend gekleurd lichaam in stand te houden; genetische zwakkelingen kunnen zich dat niet veroorloven. Vrouwen weten dat, en kiezen hun aanstaande genendonor dus ondermeer op basis van uiterlijke kenmerken. Als zo’n kenmerk in de loop van de tijd hot wordt onder de vrouwen, hebben de gelukkige bezitters een grotere kans om nakomelingen te krijgen. Hoe extremer het kenmerk tot uiting komt, hoe groter deze kans. En als dat kenmerk dan ook nog eens erfelijk is: voilà… sexuele selectie zorgt er voor dat zich dan bizarre dingen als een pauwenstaart kunnen ontwikkelen. Of geurgevoelige geslachtsdelen van een halve meter met vingervormige aanhangsels, vloeistof-ejectie en strategisch geplaatste G-spot-[i]seekers[/i] natuurlijk.

Bij mensmannen daarentegen is er aan de geslachtsdelen weinig spectaculairs te ontdekken. Dit betekent niet dat er bij ons geen sexuele selectie plaatsvindt. Maar bij ons zou het ons brein zijn dat, onder druk, nieuwe eigenschappen is gaan ontwikkelen, zoals taal, kunst, muziek, humor en andere creatieve uitingen. Dit impliceert trouwens niét dat mannen dus per definitie beter zijn in al deze dingen; de evolutie van het brein in die richting is gebaseerd op erfelijkheid, en dus krijgen vrouwen net zo goed hun deel.

En nu komen we aan de crux van mijn stukje: vanwaar dan toch die mythologisering van de mensenpenis? Mannen, gebruik die voor liefde & sex klaargestoomde hersenen toch, schrijf lieve briefjes aan je vriendin, maak haar aan het lachen, zing voor haar… overweldig haar met je romantiek en laat zien waarom jij de juiste keuze bent! Van alleen onze jongeheer moeten we het niet hebben. De populaire biologische ‘verklaring’ dat mannen pikgericht zijn omdat ze zich zoveel mogelijk willen voortplanten is niet meer van deze tijd. Een vrouw die zich laat verleiden tot een snel avontuurtje zal meestal maatregelen verlangen om niet zwanger te worden. En hoe je het ook wendt of keert; voor een sexuele relatie op langere termijn, die voortplantingsdrift wél rechtvaardigt, zul je je geliefde toch meer te bieden moeten hebben. Gebruik die hersenen en schep iets moois! Hebben jullie nu echt een bioloog nodig om je dat te vertellen?


6 reacties

Kobus · 30 april 2003 op 14:30

[img]http://home.hetnet.nl/~knighthans/columnx/papoea.jpg[/img]Wel leuk die gedachtenkronkels van een West Europees bioloog. Volgens mij is het bij de primitieve volken juist wel de penis die belangrijk symbool is van kracht en energie.
Zijn we zo afgedwaald van onze voorvaderen ?
Wij kunnen hier alleen nog maar iets bijzonders tonen wanneer we een piercing plaatsen, liefst nog met een belletje. Die klinkt dan als er beweging inzit. Kun je eens schrijven hoe dat proces dan is verlopen in de Westerse wereld ?

Ritazet · 30 april 2003 op 15:13

[quote]Van alleen onze jongeheer moeten we het niet hebben[/quote]

Dat is zacht uitgedrukt, jullie jongeheer speelt mijns inziens een te verwaarlozen rol. Tenslotte komt de factor penis meestal pas als laatste aan de beurt in het totale proces van kennismaking tussen een m en een v. Als het goed is is jullie prooi tegen de tijd dat het zover komt al zo overweldigd door jullie humor, attentheid, mooie blauwe ogen etc. dat die specifieke pikkenmerken niet zoveel invloed meer hebben op de opbloeiende liefde.

Helemaal eens dus met je column, die ik overigens erg leuk vond om te lezen!

Rita

Maurits · 30 april 2003 op 18:07

Leuke en zeer goed geschreven column. Maar misschien overschat je zowel de mensenman als de mensenvrouw. Uiteindelijk laat het seksuele spel van de soort homo sapiens zich erg goed vergelijken met dat van alle andere diersoorten. Het brein komt vaak pas in het spel als de voortplantingsorganen al gesproken hebben.

P.S. Kennelijk ervaar je het, bioloog zijnde, als een voordeel, zonder terughouding je gevoel te kunnen laten spreken, in bewoordingen die een niet biologisch geschoolde medemens het schaamrood op de kaken zou bezorgen. Maar heeft dat woordenspel wel de jbedoelde impact? Denkt dat leuke meisje niet: Hij is een bioloog, hij bedoelt niet dat hij me lekker vindt maar hij is met een wetenschappelijk veldonderzoek bezig? Oftewel, is de kans niet levensgroot dat het, in voorkomende gevallen, bij wetenschappelijk verantwoord droogneuken blijft?

archangel · 30 april 2003 op 18:54

Nou, dat ligt aan de manier waarop je het brengt; als je als een professor in de penopauze droge kost doceert aan je prooi-meisje kan ik me voorstellen dat droogneukerij het resultaat is. Maar als je het kruidt met wat humor, en vooral jezelf niet te serieus neemt, en daarnaast ook nog in staat bent andersoortige verbale passen in je paringsdans te weven, dan zit het wel snor hoor 😮

Bedankt voor de reacties, allen, tot nu toe. Ik moet eerlijk zeggen dat ik bang was dat mijn verhaaltje niet helemaal tot de verbeelding zou spreken, en verder is het mijns inziens niet echt een uitgebalanceerd stukje werk. Maar dit is een leerproces voor mij, en jullie zijn mijn proefkonijnen 😀
(Shit, nu ga ik alsnog de dorre wetenschapper uithangen)…

Clueless · 5 mei 2003 op 01:44

Nee hoor, de meeste mensen hebben gelukkig geen bioloog nodig om zich dat te laten vertellen. Maar dat deze bioloog dat desondanks toch doet, vinden wij gelukkig helemaal niet erg! Integendeel, het belang van seksuele en romantische creativiteit kan niet vaak genoeg benadrukt worden. En de manier waarop je dit hebt gedaan in je column, is meer dan plezierig. Ik snap werkelijk niet waar je je druk om gemaakt hebt, want deze column benadert de perfectie. Erg goed gedaan, mon ami!

Alleen, ergens moet ik Maurits wel weer gelijk geven… want begrijp ik je goed als ik concludeer dat ik ooit door jou werd bestempeld als… ‘prooi-meisje’? Hmm! In het licht van dergelijk weinig vleiende, noch opwindende benamingen, ga ik me wellicht nog gelukkig prijzen dat ik me nooit heb onderworpen aan jouw – met humoristisch en wetenschappelijk seksueel jargon doorweven – paringsdansen 😛

archangel · 5 mei 2003 op 14:13

Prooimeisje is gewoon een grappig woord, en het geeft in eén woord aan waar het om gaat, nietwaar? (Ietwat ongenuanceerd, dat geef ik toe)
😀
Maar mocht het zo zijn dat jij je met terugwerkend kracht onheus bejegend voelt, dan wil ik je bij deze nog wel even op het hart drukken dat je misschien een prooimeisje bent (was?? Hoezo, was?? 😉 )…. maar wel een LIEF prooimeisje!! 😛

Geef een antwoord