Ik deed mijn ogen open en bevond me op onbekend terrein. Het begon al te schemeren en ik voelde lichte regendruppels vallen. Om te voorkomen dat ik wegspoelde, vluchtte ik snel een grot in. Je moet weten dat ik geen angst ken voor onbekende gebieden of de nacht. De nacht is eerder bang voor mij dan andersom. Een geluid. Een geluid wat steeds harder werd, omdat het mijn richting uit kwam. Wat zullen we nu krijgen? Denk je alle ellende te hebben gehad, staat er ineens een koe voor mijn neus. Hij keek me aan alsof ik een baal hooi was. Ik keek hem aan alsof hij een grote Big Mac was. Na wat gestaar van beide kanten, besloot ik dat ik er genoeg van had en vroeg hem waar ik was. Uiteraard niet met de verwachting dat hij terug zou praten. Maar dat deed hij wel: ‘Maakt het iets uit waar je bent? Denk je ook maar een splinter gelukkiger te zijn met die informatie?’

Een pratende koe is een ding, maar een koe die antwoord in de vorm van een vraag is tot daar aan toe. Hij stak een sigaret op en staarde me weer een poos aan. ‘Nee, op zich maakt het natuurlijk niets uit waar ik ben. Overal heerst immers oneindige misere. Is het geen mens, dan is het wel een pratende koe. Hoe heb jij eigenlijk die sigaret aangestoken koetje?’ Ik kon het gezien hebben, maar mijn aandacht was er niet helemaal bij. Alsof ik me in twee wereld bevond in plaatjs van eentje. ‘Sigaret? Waar zie jij een sigaret? Je hoofd speelt je weer parten Shit. Heb jij zelf niet iets verkeerds gerookt?’

Ik dacht na en ik dacht na. Hij was er inderdaad niet. Mijn hoofd rolt van mijn romp en ik besef het niet eens. De koe is verdwenen en de sigaret ook. Het leven is het leukste als je het niet beseft. Geef mij maar verbeelding in de vorm van een pratende koe die een sigaret rookt. Een geluid. Dit keer van heel dichtbij. Ik draai me om en zie een grote gans die nonchalant in een hoek van de grot zit te roken. ‘Nee, nee, neeeeee! Bijt mijn hoofd eraf, zodat ik weer normaal kan nadenken!’ De eend begon te lachen en zei: ‘Dat zou ik met alle liefde willen doen, maar als jouw hoofd er niet meer is, besta ik niet meer en hij ook niet meer’, en hij wees naar de koe die er ook weer gezellig bij kwam staan.

Wat te doen? Een koe en een gans. Beide grote nicotine verslaafden en beide kan ik ze verstaan. Waarom kan ik wel ingebeelde dieren verstaan, maar simpele mensen maar niet begrijpen? De koe begon een sigaret van de eend te draaien en stak de eend aan. ‘Wil je ook een hijsje?’ Met mijn mond half open zei ik: ‘Nee dank je. Ik denk dat ik eerst maar mijn hoofd eraf draai. Daarna mag je mijn lichaam oproken.’ De eend keek me een moment aan en begon toen te lachen. Mijn ogen vielen daarna weer dicht met de hoop dat ik de volgende keer weer in een andere realiteit wakker word.

Categorieën: Fictie

3 reacties

Prlwytskovsky · 23 mei 2010 op 20:43

De realiteit waarin je nu verkeerd levert leuk leeswerk op. Van mij mag je daar blijven.
Neem nog een hijsje. 😆

Fem · 25 mei 2010 op 07:29

Wat een geweldig bizar verhaal!

Mien · 27 mei 2010 op 08:21

Mooie verhaaltjes komen er uit de grot.
Niets is wat het lijkt te zijn.
Ik vroeg me af waarom die gans steeds reïncarneert in een eend.
Waarschijnlijk een geval van dierverwisseling.
Nooit eend gerookt.
Wel paling.

Mien

Geef een antwoord