Gisteren wandelden mijn zoontje en ik door het Beatrixpark. We naderden een bankje waarop twee dames van middelbare leeftijd zaten, diep met elkaar in gesprek. Mijn zoontje wees dwingend naar het gezelschap en zei: ‘Da zitten! Mij da ook zitten!’

‘Nee, kom maar,’ gaf ik aan en probeerde hem subtiel vooruit te duwen. ‘We gaan naar de speeltuin, van de glijbaan…’ Maar hij zette zich schrap en begon dreigend te grommen. Ik kende die grom. Hij moest en zou naar dat godvergeten bankje, anders zou een storm losbarsten. Even later – na een verbeten glimlach in de richting van de druk converserende dames – zaten mijn zoontje en ik braaf naast elkaar. Hij wiebelde tevreden met zijn voetjes. Ik bestudeerde een boom aan de overkant, waar natuurlijk niets aan te bestuderen viel.

De dames kwebbelden ongestoord door en hoewel ik er alles aan deed het gesprek niet te volgen, bereikte mij een veelvuldig terugkerend woord. In de fijnzinnige context van het gesprek dook regelmatig het woord ‘raar’ op. Zo van: ‘… dat is toch raar? Vind je dat niet raar? Raar hè? Ik vind dat raar! …’ Zelf leken de dames er geen erg in te hebben, onverminderd hamerden zij het r-woord over hun lippen.

Toen de ‘r’ alweer bijna in de lucht hing, voelde ik plotseling de overweldigende drang mijn handen over de oren van mijn zoontje te leggen. Om hem af te schermen. Zodat deze gesprekstof niet in zijn onbedorven hersentjes terecht zou kunnen komen, en gaan nestelen. Stel je voor dat hij al begreep waar zij over spraken, dat hij hen misschien zelfs zou gaan geloven. Alles is raar! Het zou niet de eerste keer zijn, dat een jonge en creatieve ziel met dergelijk instrumentarium in de kiem werd gesmoord. Mijn hemel! Zou hij dan later nog wel onbevreesd buiten de gebaande paden van ‘het normale’ durven te treden? En ongedwongen zijn eigen keuzes durven maken, die niet altijd nuttig voor de samenleving zijn, maar waar hij wel passie bij voelt? Zal hij niet zwichten onder het juk van de lokale moraal. Stel dat zijn opvattingen niet sporen met al ‘de normalen’ (wat ik eigenlijk van harte hoop), zal hij zich dan durven te uiten, of toch terugdeinzen voor het brandmerk: je bent raar. Nee! Dit mocht niet gebeuren! Die dames van middelbare leeftijd waren natuurlijk reddeloos verloren. Daar kon ik ook niets aan veranderen. Maar mijn zoon…

Spontaan veerde ik op, nam twee ferme passen voorwaarts op het asfaltpad, liet met een vastbesloten ruk mijn broek tot aan de enkels neer. Gebukt bleef ik staan en trok met twee handen mijn billen flink ver uit elkaar. Ondersteboven, tussendoor mijn o-benen, zag ik de dames zitten. Stil nu.

‘Joehoe!’ riep ik, ‘Raar hè?’

Tenminste, die uitzinnige gedachte speelde door mijn hoofd. In werkelijkheid zat ik stoïcijns op het bankje naar mijn zoontje te staren, en zag hoe hij opkeek naar de nog altijd pratende dames. Die inmiddels hun banvloeken flink hadden uitgebreid met: ‘… vreemd toch?’ en ‘… apart hoor!’, tussendoor klonk een misprijzend ‘… mmh.’

Ik moest nu ingrijpen, het gevecht aangaan. Een vader dient zijn zoon te beschermen tegen gevaren van buitenaf. Nog even aanschouwde ik de twee dames; één van hen maakte de indruk zojuist te hebben overgegeven. Dit is ons Moskou, dacht ik. Dit óns communisme!

Met twee handen pakte ik mijn tegenspartelende zoontje vast en na een ferme zwaai belandde hij op mijn schouders. Haastig gingen we richting de speeltuin. Even rende ik zelfs – onderweg mompelend, dat wij zo direct achterstevoren de glijbaan af zouden gaan. Ondersteboven gingen we schommelen. Ook Papa. Daarna beloofde ik diezelfde handstand te gaan maken die gisteravond in zijn slaapkamer zo faliekant mislukte. Helemaal niet erg. En als hij straks niet mee wilde doen in de speeltuin, maar relaxt wilde toekijken, mocht dat ook natuurlijk. Geen mens die daar raar van zou opkijken.

 

 

 

Richard Brand

Categorieën: Maatschappij

Richard Brand

Brand (1968) is geboren te Rotterdam-Delfshaven en woont momenteel in Schiedam. Sinds 1999 is hij werkzaam als bevelvoerder bij de brandweer in Den Haag. De studie Cultuurwetenschappen heeft hij niet volledig afgemaakt, maar in zijn vrije tijd studeert hij aan de Open Universiteit. Daarnaast brengt hij, in samenwerking met De Nieuwe Uitgeverij, zijn roman ‘Iva‘ uit: een verhaal over de zoektocht naar wat kunst is. De gebeurtenissen in het leven van de hoofdpersonage, Stan Weideveld, leiden de lezer via intrigerende scènes naar een oplossing.

16 reacties

troubadour · 21 september 2014 op 08:41

Jouw ‘boodschap’ komt beter tot zijn recht wanneer je wat beknopter gaat schrijven.
Quote; ‘Ik bestudeerde een boom aan de overkant, waar natuurlijk niets aan te bestuderen viel’.
Wanneer je het stuk na de komma weglaat, dan begrijpen we het ook wel.
Quote: ‘ Ondersteboven, tussendoor mijn o-benen, zag ik de dames zitten. Stil nu.’
Is; ‘Tussen mijn benen door zag ik de dames zitten’, niet beter?
Je neemt twee ferme passen, ‘op het asfaltpad’ hoeft toch ook niet? Desnoods laat je heel de zin weg!
Volgens mij moet je alleen uitweiden als het iets toevoegt.
Quote; ‘Die dames van middelbare leeftijd waren natuurlijk reddeloos verloren. Daar kon ik ook niets aan veranderen. Maar mijn zoon…’
Dit is een goed voorbeeld van een zin die wezenlijk is, daar draait het om!
Kaf van koren scheiden, een goedlopend, strak verhaal maken en schaven, dat zijn de zweetdruppels van een goed stuk..”allemaal volgens mij” (kan weggelaten worden)

    Richard Brand · 22 september 2014 op 12:47

    Goede bruikbare tips. Interessant voor schrijvers om over te discussiëren. Met je eerste tip ben ik het eens.

Frans · 21 september 2014 op 10:23

Als je zoontje maar niet buiten het kader gaat denken. Out of the box denken is zo langzamerhand het normaalste dat iemand kan doen. Alle gewoon laten zoals het is; dat´s pas raar. Leuke column trouwens. Met plezier gelezen.

Spencer · 21 september 2014 op 10:27

‘De tweede- en derdeklassers hebben gedurende een periode gewerkt aan het thema fenologie: zij bestudeerden en onderhielden zes weken lang een boom en zijn directe leefomgeving. Wekelijks legden zij gegevens vast als temperatuur, wolkendek, neerslag, fenofasen, leven rondom de boom, bodemkwaliteit etcetera. Ze maakten ook foto’s en deden verslag hiervan op een eigen website.’

Fijn stukje. :yes:

Ferrara · 21 september 2014 op 16:48

Wees blij dat je zoontje naast twee kwebbelende Oma’s wilde zitten. Leverde stof tot een column, wel een beetje over de top om er meteen Moskou en communisme aan te plakken.
Leuke passende slotzin.

Mien · 22 september 2014 op 00:29

Leuke column. Scherp en in juiste balans. Bijzonder inlevingsvermogen dat je hier schetst. En goede oplossing gekozen. Alhoewel ik het gezicht wel had willen zien van de … bij de gedachte act. Graag gelezen. :yes:

troubadour · 22 september 2014 op 07:05

Ik zit er ver naast naast met mijn reactie, te oordelen naar de overige inbreng. Daar heb ik de pest over in. Soms vraag ik me af of de ene reactie de andere niet een beetje beïnvloed. Een beetje..
Toch handhaaf ik mijn mening, zij het dat ik er wel over nadenk.

Dees · 22 september 2014 op 07:28

Grappig stukje, met een dosis ‘mooi’ ertussendoor. Dit zijn voorbijgangers of voorbijzitters, maar wat ga je straks doen met vergelijkbare medeopvoeders, bijv op school? Food for thought, lijkt me!

    Richard Brand · 22 september 2014 op 12:53

    Het vaderschap is een nauwelijks te overschatten taak. Dank je!

      Frans · 22 september 2014 op 13:20

      Vrij alledaagse taak overigens. Raar of in het Engels rare kun je het vaderschap niet noemen. Waarbij vaders vaker voor de eer bedanken dan moeders. Dat dan weer wel.

pally · 22 september 2014 op 16:43

Heel grappig overdrijvend en daardoor juist relativerend, de gevaarlijke invloed van de dames op je zoontje beschreven.
Geef hem jouw humor maar mee, dan redt-ie het wel in de wereld… 😉

Geef een antwoord