Als klein meisje intrigeerde het christelijke geloof mij al enorm. Maar wat de meeste indruk op mij maakte was het toekomstperspectief dat een ieder van ons na zijn dood te wachten zou staan: Ga je naar de hemel, of ga je naar de hel? Dit gegeven maakte zo’n indruk op mij, dat ik in mijn dagelijkse leventje daar steeds maar aan dacht. De kinderen die ik ontmoette in mijn buurtje kregen dan ook steevast twee vragen naar hun hoofd geslingerd: “Hoe heet je?” en “Geloof je in God?”
Als die laatste vraag ontkennend werd beantwoord, dan piekerde ik me helemaal suf. En hoe leuker het kind in kwestie was, hoe erger ik het vond dat dit kind toch naar de hel zou gaan. Verschrikkelijk vond ik dat!

Ik had daar ook hele fantasieën bij. Dan zag ik God op een soort van T-splitsing staan, en een ontzettend lange rij met mensen. God keek dan iedereen lang aan, en vroeg dan: “Heb jij in mij geloofd?” Als iemand dit bevestigde, dan keek God blij, en zei: “Jij mag naar de hemel. Sla maar rechtsaf.” Maar als iemand dit ontkende, dan keek God verdrietig en zei: “Helaas. Jij kan dus niet naar de hemel. Want je had in mij moeten geloven en dat heb je niet gedaan. Jij moet naar de hel, sla maar linksaf.” Zo’n beeld had ik erbij en ik kreeg het er vaak benauwd van.

Maar ja, er viel niet aan te ontkomen. De eis was nou eenmaal dat je in God moest geloven om in de hemel te komen. Dus ging ik evangeliseren, zo jong als ik was. Niet vanuit mijn geloof, maar vanuit mijn humanisme. Al wist ik toen natuurlijk niet wat dat was. Ik wilde gewoon het beste voor iedereen die mij lief was.

Later leerde ik in de kerk, op catechisatie en op de bijbelstudievereniging dat het een opdracht is van God om mensen over Hem te vertellen. Het was zelfs zo, dat als iemand vloekte, en jij zei daar als kind van God niets van, dat jij zélf God verloochende op dat moment. Het was je plicht om er iets van te zeggen. Ik vond dat wel moeilijk, maar nam mijn taak wel serieus. Dit leverde mij jarenlang de bijnaam van ‘domineetje’ op, omdat ik in de bus op weg naar school, een meisje terecht had gewezen dat de naam van God ijdel gebruikt had.

Ook in mijn volwassen leven bleef het aspect hemel en hel mij intrigeren. Ik zat op een bijbelclub en stelde de lastigste vragen. “Als iemand zich nou op zijn sterfbed tot God bekeert, maar wel een heel zondig leven heeft geleid, komt hij dan tóch in de hemel?” Mijn mede-bijbelstudiegenoten dachten van wel. Want als je gelooft, dan kom je in de hemel. En ook, als je tot bekering komt op latere leeftijd. “Dus, als Hitler op zijn sterfbed ineens heeft verzonnen dat het toch wel heel erg is, wat hij heeft gedaan, komt hij dan in de hemel?” Na wat aarzelingen werd dit bevestigd. Tja, dan moest hij theoretisch gezien wel in de hemel komen, maar wij mochten niet oordelen, dat zou God zelf wel doen.

Mijn oma was ervan overtuigd dat alleen mensen die in de Ware Kerk hadden geloofd in de hemel kwamen. Alleen Gereformeerd-Vrijgemaakten. Elke discussie hierover met haar verloor ik. Want ze kwam met allemaal bijbelteksten aan over dwaalleren, bijgeloof, regels die mensen zelf hebben gemaakt, en dat getuigde dan niet van een Waar Geloof. Want, de Rooms-Katholieken geloven in de Heilige Maagd Maria, terwijl God in de bijbel duidelijk stelt, dat Maria een zondige maagd was, en helemaal niet heilig. En ook wil God niet, dat we andere goden liefhebben, je mag alleen maar in Hem geloven. Dus zitten die Katholieken mooi fout met al hun heiligen, en komen ze allemaal in de hel.
Ik vond dit vreselijk nieuws. En werd ook bang. Want elke kerk denkt van zichzelf dat zij de Ware Kerk is. En dat die andere kerken het allemaal fout doen. Het leek me wel vreemd dat er alleen maar Gereformeerd-Vrijgemaakte mensen naar de hemel zouden gaan, maar ik beschouwde mijn oma als een wijze vrouw. Een vrouw die altijd in de bijbel zat te lezen. Dus zij moest het wel weten.

Ik vind het jammer dat ik ben opgegroeid met een angstig geloof. Met liedjes op school als:
“Pas op klein mondje wat je zegt,
Pas op, klein mondje wat je zegt,
Want de Vader in de Hemel ziet op jou terneer,
Pas op klein mondje wat je zegt!

Pas op, kleine oogjes wat je ziet,
Pas op, kleine oogjes wat je ziet,
Want de Vader in de hemel ziet op jou terneer,
Pas op, kleine oogjes wat je ziet!

En dit liedje kon dan nog worden uitgebreid met oortjes, handjes, enz. Het bezorgde mij altijd een gevoel van angst en paniek, ondanks de vrolijke, opgewekte melodie. Ik vond het geen prettig idee, een God die alles zag, hoorde en wist wat ik deed. Een God, die zelfs mijn diepste gedachten wist te doorgronden.” Het ergste coupletje van het liedje was namelijk:

“Pas op, klein hoofdje wat je denkt,
Pas op klein hoofdje, wat je denkt!
Want de Vader in de hemel ziet op jou terneer,
Pas op, klein hoofdje wat je denkt!”

En vooral dit laatste coupletje maakte dat ik me naakt voelde voor God. Kwetsbaar. Aantastbaar. Want ieder mens denkt wel eens slechte dingen. Dingen, waarvan je blij bent dat een ander ze niet kan weten. Zaken, die je nog bij wilt stellen. Maar primair.

Toen ik al een volwassen vrouw was, met een gezin, zat ik vaak met een naar gevoel in de kerk. Want God wist natuurlijk best dat ik helemaal geen zin had gehad die dag, om naar de kerk te gaan. Dat ik liever had uitgeslapen. Dat ik de preek van de dominee maar saai vond en dat mijn gedachten steeds maar afdwaalden.

Ik heb de kerk nu losgelaten. Nooit had ik gedacht dat ik die stap zou durven nemen. Ook had ik gedacht dat het geloof dan weg zou gaan, omdat het niet meer werd gevoed door preken en gebed. Zo heb ik het altijd geleerd. Je had de kerk nodig, anders zou je geloof als een vlammetje uit gaan.
Nu weet ik beter. Het is juist gevaarlijk, om zo in hokjes te denken. De mensen in streng gereformeerde kerken zitten zo vast aan hun eigen regeltjes, dat ze van God ook een soort van kleingeestig mannetje maken. Juist door het loslaten van de kerk ben ik veel humaner geworden. Ik kan mensen nu accepteren om wie ze zijn. Hun goede karaktereigenschappen zien en waarderen, zonder dat ik denk: “Wat zonde, het is zo’n aardig mens, maar hij gelooft niet in God, dus alles wat hij doet, doet hij zonder God, dus zijn eindbestemming is de hel.” Het is toch verschrikkelijk, dat ik wel jarenlang zo heb gedacht? Zo heb móeten denken?

Voor de kerkmensen waar ik altijd bij heb gehoord, ben ik een verloren ziel. Ik ben weggegaan bij de kudde. En een schaap dat de kudde verlaat loopt het risico om een wolf tegen te komen, die het dier verscheurt. Of het schaap valt in een greppel, en er is geen herder in de buurt om het beest te redden.
Ik voel me geen verloren ziel. Integendeel. Mijn leven is nog nooit zo rijk geweest. Geen tunnelvisie meer. Geen angst. Niet meer het gevoel dat ik in een keurslijf zit.

Af en toe kan ik er om grijnzen. Wat zullen die Grefo’s toch gek op hun neus kijken, als ze mij in de hemel tegen zullen komen! En Katholieke mensen. En mensen die goed hebben geprobeerd te leven, ondanks het ontbreken van een geloof.
Volgens mij gunnen de mensen die hun geloof zó serieus als last op hun schouders nemen het de mensen die dat niet doen, de hemel niet. Want zij hebben moeten afzien. Zij hebben zich de geneugten des levens onthouden, omdat ze dachten dat het zo moest.

En wat zullen veel mensen denken dat zij de hemel wel verdiend hebben, maar ondertussen met hun tunnelvisie zoveel anderen voor het hoofd hebben gestoten, dat ze in de praktijk niet hebben uitgevoerd wat God hen wel heeft opgedragen; Je naaste liefhebben.
Door het geloof zijn al zoveel oorlogen uitgevochten, zoveel mensen gekwetst. Dat kan toch nooit de bedoeling zijn?

Geloof ik in leven na de dood? Ja. Al zullen veel mensen denken dat dit pure onzin is. Nou en. Het geeft mij antwoord op een van de belangrijkste levensvragen die er is: Waarom zijn wij hier eigenlijk?
Ik denk dat ik als opdracht van God heb meegekregen om een goed mens te zijn. Om belangstelling te hebben voor mijn medemens, om te helpen als het nodig is, om andere mensen een blij gevoel te geven. Dus in die zin is mijn geloof zo gek nog niet. Een soort van: baat het niet, dan schaadt het niet, en anderen varen er wel bij.
Maar nu geloof ik tenminste op een ontspannen manier. Ik heb niet meer de neiging om te evangeliseren, omdat ik zo bang ben dat die ander anders niet in de hemel komt.
Eigenlijk denk ik nooit meer aan die T-splitsing waar God mensen naar de hel of naar de hemel stuurt.

Een hemels gevoel!


DreamOn

DreamOn publiceert sinds 2006 columns op het internet. Zij schrijft over alles wat haar bezighoudt. Vaak (te) breedsprakig, maar dat is een leerpunt! In het dagelijks leven is DreamOn pedagogisch coach en heeft ze haar man, kinderen, familie en vrienden lief.

8 reacties

Anti · 7 september 2010 op 12:40

Een mooie beschrijving van je beleving van dat neerslachtige en zelfs arrogante geloof. Prachtig om te lezen hoe je je ervan bevrijdde en je eigen weg vond.
Blijf jij maar vooral je eigen paadjes bewandelen Do.

SIMBA · 7 september 2010 op 15:35

Hemel of geen hemel. God of geen God. Geloof of geen geloof. Het is gewoon slim om goed te zijn voor jezelf én voor anderen want dat is gewoon heel fijn!

Fem · 7 september 2010 op 16:23

goed doen geeft een goed gevoel en dat gevoel breng je hier heel goed over….

lisa-marie · 7 september 2010 op 17:48

Doet mij denken aan mijn kleine man die vragend vroeg;” mam, God is toch voor iedereen die dat zelf wil?”
toen was hij nog maar vier en zal ik niet gauw vergeten.

Hou het “hemelse gevoel” vast !

Avalanche · 7 september 2010 op 21:33

Mooi Do! Wat heb je de beklemming én de bevrijding daarvan goed omschreven.

Nimrod1979 · 7 september 2010 op 23:03

Heel boeiend hoe je het neerzet en ik denk dat dit ook je beste evangelisatie actie ooit is, want dit spreekt mensen aan i.p.v dat het ze afstoot.
Ik ben ook los van een kerk nu en vond veel herkenbaar. Bedankt voor deze mooie column.

pally · 8 september 2010 op 11:18

Jouw denkproces en losmaking van knellende en ‘gevaarlijke’geloofsbanden heel goed neergezet, Do. Van mij had het alleen wel(als gewoonlijk)wat compacter gemogen. 😉

groet van Pally

Mien · 9 september 2010 op 15:57

Ziet hoe bevrijdend het woord kan zijn.
Mits goed neergepend.
Met links of recht, maakt niet uit.

Mien evangelie op rand van vagevuur

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder