Samen met mijn oude dienstkameraad Peer Metcalf, zit ik aan de bar van herberg De gevulde Kip. “Nog een kopje koffie?“ vraagt Pieter, de kastelein. Peer knikt. Met vaste hand schenkt Pieter voor ons in. Op de achtergrond klinkt de ‘Magical mystery tour’ van de Beatles. Peer is van beroep onderzoeksjournalist, en logeert in de herberg. Ik ben toevallig in de buurt, en we hebben afgesproken om hier even bij te kletsen. Peer is meestal wel met een of ander zaakje bezig, waaraan een luchtje zit. Zoals nu. Hij heeft juist een heftig artikel gepubliceerd in Het Regionale Dagblad over de opkomst van georganiseerde misdaad in en rond Roerdonk. Over de explosieve groei van het aantal drugslabs in de directe omgeving. Bovendien heeft hij een stellig vermoeden uitgesproken, dat er criminelen zijn die proberen te infiltreren in het gemeentebestuur. Kortom, hij heeft heel wat te weeg gebracht in het van oudsher eigenlijk zo rustige dorp.

En Peer gaat door! Hij vertelt dat er nog meer sensationeels op komst is. “Ik heb explosief nieuws,” vertrouwt hij mij toe. “Speel je geen gevaarlijk spel?“ vraag ik enigszins overbodig. “Thomas, dit is wat ik doe. Dit is het echte journalistieke werk. Er is iemand die mij informatie aanlevert, en dat gaat knallen. Heeft hij mij verzekerd. Honderd procent!” Verder wil hij nog niets prijsgeven over zijn aanstaande scoop, en ik vind het prima zo. Peer wordt een beetje zenuwachtig. “Ik moet zo meteen naar een afspraak in Maltstad,” fluistert hij, en maakt aanstalten om te vertrekken. Hij staat er op onze consumpties te betalen. Ik roep nog “houdoe!” als hij naar buiten loopt.

De auto van Peer staat voor de herberg geparkeerd. Mijn dienstkameraad van weleer trekt het portier open, gaat in de wagen zitten en start. Een flits, en een gigantische knal! De auto ontploft. Ik zie het gebeuren en val van mijn kruk. De grootste ruit van de herberg valt in gruzelementen uit elkaar. Pieter de kastelein is meteen achter de bar gedoken, en ik lig als voor Pampus op de vloer. Peers auto staat in de fik. Voorzichtig komen Pieter en ik overeind. Kort daarna horen we sirenes. Politie en brandweer, ze zijn in no time aanwezig. De straat wordt afgezet. Behoedzaam sluip ik naar buiten. De brand is snel geblust, maar Peer heeft het niet overleefd. Ik kan het nog niet geloven.

Dan zie ik een motorrijder, die langzaam de straat komt inrijden. Tot aan de afzetting. De vent ziet er dreigend uit, gezeten op een Harley Davidson, met een Duitse helm op zijn kop, donkere bril, een grijze baard en met een doodshoofd op zijn shirt, dat zijn dikke vette pens strak omspant. Het sujet neemt het schouwspel in zich op, knikt goedkeurend, geeft gas en draait zijn motor weg, weg van de crimescène. Alleen het muziekje van Ennio Morricone ontbreekt.

  


Thomas Splinter

Verhalen zijn splinters uit mijn onderbewustzijn.

Geef een reactie