Vorig jaar liep ik door mijn Schiedamse buurt, waar ik geboren ben en mijn eerste levensjaren heb versleten. Ik loop de Potgieterstraat in waar in de hoek een garage was van de EVAG, autobussen reden er in die tijd af en aan. Ondenkbaar heden ten dagen; nu kan ik er amper met mijn Peus nog doorheen rijden. Maar ja … de tijden van weleer? Vanuit het heden kijk met jullie terug naar 1950. Als ik de hoek omloop dan zie ik achteraan de straat de ingang van kolenboer Korengevel, die met zijn met kolen beladen vrachtauto’s Schiedam bevoorraadde met kolen voor hun ‘Dru’ haarden. Echte kerels, zoals Gerrit, sjouwden zakken met kolen naar de stookhokken; zakken van een mud. Weet jij nog hoeveel een mud in kilo’s is?

Tegenover Korengevel woonden wij, op nummer 27b. Mijn eerste levensjaren keek ik daar uit het raam, naar de daken aan de overkant, naar buurvrouw Pil en haar familie; naar Wout en zijn broers. Ik zag vogels die in dakgoten nestelden en er reed zelfs een auto door de straat. Om kwart over vijf kwam er altijd iemand thuis die eten in mijn mond wilde proppen en dat wilde ik niet. Naar later bleek was dat mijn vader; wist ik veel.

Toen ik daar zo liep en mijn gedachten vrijuit liet gaan dacht ik terug aan vroeger tijden, aan de mensen, de gebeurtenissen, de indrukken, de tonen die werden gezet. Plots werd er een hand op mijn schouder gelegd en een stem begon te praten. Ik keek op en keek in het gezicht van mijn oude dienstmakker Richard. Samen dienden wij ooit de Nederlandse vlag, als Huzaar van Boreel welteverstaan.

Wat loop je te tobben, vraagt hij mij? Ach Ries, ik kijk naar de verloedering, naar de vergankelijkheid van mijn geboortegrond; waar mijn roots liggen. Hoe fantastisch waren de mensen destijds en hoe bedreigend zijn zij nu? Hoe heerlijk was het wonen hier en hoe onaantrekkelijk is het nu? Aan twee kanten van de straat staan er nu auto’s geparkeerd, je kan er amper nog met een Peus doorheen rijden laat staan dat er ooit nog een autobus de EVAG-garage kan bereiken?

Wij liepen langs het pand van kolenboer Korengevel de hoek om waar de waterstoker zijn nering diende en waarvandaan mijn vader steevast op vrijdagavond twee emmers heet water ging halen. Die emmers heet water werden in een teil gekieperd en daarin gingen wij gedrieën in bad; na elkaar dus. Eerst vader, daarna moeder en dan ik pas. Die teil stond in de woonkamer, voor de brandende Dru kolenhaard.

Rechts, op het korte stuk van de Alberdinck-Thijmstraat, woonde de postbezorger Krein Degeling en op de hoek was melkboer Dijkshoorn gezeteld. Hier moest ik voor het eerst in mijn leven boodschappen doen, voor mijn moeder. Als 4 jarige moest ik eieren halen bij melkboer Dijkshoorn. Een wereldramp voor mij en ik keek naar Ries om de winkel aan te wijzen en mijn verhaal te voltooien.

Maar er was geen Ries, er was niemand. Ik kletste in mijn eentje tegen niemand en stond alleen, zoals later zo vaak voor zou komen. Ik liep terug de Potgieterstraat in maar zag niemand lopen. Ries, die liep toch naast mij, en legde zijn hand op mijn schouder? Hij vroeg mij toch waarom ik zo liep te tobben? En waar was hij nu dan? Een rilling liep over mijn rug.

Maanden later kwam ik een andere dienstmakker tegen en wij kwamen te spreken over het verleden. Ries haalde ik aan en wij lachten om onze grappen destijds, met Ries. Hoe is het eigenlijk met Ries, vroeg ik hem?
Ries? Ah joh, die is een jaar na ons afzwaaien toch overleden?
Wist je dat niet?

Categorieën: Verhalen

16 reacties

Avatar

arta · 19 oktober 2007 op 14:02

Mooie overdenking met een triest einde!
Altijd leuk om bij jou aan de hand door het Schiedam uit de jaren ’50 te wandelen! 🙂

Enne…een mud…dat is toch zo’n 110 liter?

Avatar

senahponex · 19 oktober 2007 op 14:05

Prlwytskovsky, een prachtig verhaal wat veel herinneringen boven brengt.

Avatar

Ineke · 19 oktober 2007 op 14:37

Prachtig einde!

Groeten,
Ineke

Avatar

pally · 19 oktober 2007 op 16:10

Mooie nostalgische wandeling in- en met de geest van je verleden.
Sfeerbeeld om van te houden.

groet van Pally

Avatar

Beryl · 19 oktober 2007 op 16:25

Hi Pr…kovsky (zullen we voor jou ook eens een klinker kopen? 😀 ),

Ben totaal niet bekend in Schiedam, maar door je prachtige beschrijving zie ik het helemaal voor me! En wat een kippevel einde.

[size=xx-small]Héél klein puntje[/size] 😉 : Jammer dat EVAG garage en Peus-proppen twee keer genoemd worden; door de herhaling boet het beeld dat je schetst (in mijn optiek) in aan kracht.

Avatar

lisa-marie · 19 oktober 2007 op 18:28

Mooie en nostaligische sfeertekening met een verrassend einde.
Ik heb het met heel veel plezier gelezen. 🙂

Avatar

DriekOplopers · 19 oktober 2007 op 18:31

Echt heel erg mooi gedaan. Ik ben er stil van.

Hulde!

Avatar

Mosje · 19 oktober 2007 op 20:41

Eén mud was twee jute zakken vol, dat weet ik nog. En de kolenboer zag er altijd een beetje uit als Zwarte Piet.
Ja toch?

Avatar

KawaSutra · 19 oktober 2007 op 20:52

Tja, die kolenboeren. Ik zie ze nog met hun kolenschoppen van handen ons kolenhok volstorten.
Prachtige jeugdherinnering met een lichte huiver aan het slot.

Avatar

DreamOn · 19 oktober 2007 op 22:52

Mooi en nostalgisch verhaal Medeklinkerovski!

Liefs DO.

Avatar

Prlwytskovsky · 19 oktober 2007 op 23:35

@Arta, Mosje: een mud is circa 70 KG.

@Beryl: In de eerste alinea praat ik tegen jullie en in de vijfde tegen Ries. Vandaar mijn keuze om deze woorden te herhalen.

@Allemaal: dank voor de reacties. Ik durf nu bijna geen plaagverhaaltjes meer te plaatsen. 😉

Avatar

Dees · 20 oktober 2007 op 17:56

Prlwyts, mooi geschreven. Je weemoed is besmettelijk op papier. Zelfs die van de jaren vijftig, die ik helemaal niet ken.

Avatar

WritersBlocq · 21 oktober 2007 op 09:49

Een onwijs mooi en goed geschreven verhaal Peter.
[quote]Om kwart over vijf kwam er altijd iemand thuis die eten in mijn mond wilde proppen en dat wilde ik niet. Naar later bleek was dat mijn vader; wist ik veel.
[/quote]Dit is ook zó jíj! 😆

En die Ries, jee, duimendik kippenvel aan deze kant….
En plagerijtjes mag jij van mij altijd schrijven!

Ciao, Pau.

Avatar

Li · 21 oktober 2007 op 12:49

[quote] Ik durf nu bijna geen plaagverhaaltjes meer te plaatsen. [/quote]

Tuurlijk durf je dat 😀
Veelzijdigheid is jouw kracht.
Ook ik heb van deze column genoten. Het is herkenbaar, maar volgens mij komen we ongeveer uit hetzelfde bouwjaar.;-)

Li

Avatar

Prlwytskovsky · 21 oktober 2007 op 16:43

@Li, Pau: your wish is my command. Volgend verhaal is een droevige, daarna ga ik de mist in en dan pas weer plagen.
😉 Even een statusoverzicht, voor de liefhebbers.

Avatar

WritersBlocq · 21 oktober 2007 op 22:37

Ik zie uit naar je schrijvelarijen, en hoop dat ik er niet 1tje mis door mijn privé-mist.

Geef een antwoord