Het is zondag. Als ik de klokken hoor luiden trek ik narrig mijn kussen over mijn hoofd. Ik wil nog verder slapen. Maar hoe laat zou het zijn? Als ik me een beetje opricht zie ik dat mijn zus in de schemering op haar wekker zit te turen. “Hoi. Hoe laat is het?” fluister ik. “Kwart over acht. We moeten er zo uit,” zegt mijn zus en geeuwend rekt ze zich uit. “Misschien is mama vergeten om de wekker te zetten,” fluister ik hoopvol en zo zacht mogelijk, om verder niemand in huis te wekken. Mijn zus haalt haar schouders op en draait zich nog even om. Ze merkt het vanzelf wel, wanneer we geroepen worden. In de verte hoor ik mijn vader snurken. Mijn zus en ik delen een zolderkamer recht boven de slaapkamer van mijn ouders. Soms word ik wakker door het geronk van mijn vader. Ik heb dan echt medelijden met mijn moeder, die hier nog naast moet liggen ook! Ik neem me dan ook voor, om nooit te trouwen met een man die snurkt. Ik pak mijn horloge, die in de vensterbank ligt. Half negen al! En nog geen teken van leven. Goed zo! De kerk begint om half tien, dus dat wordt uitslapen!

“Meiden! Wakker worden, we moeten naar de kerk, we zijn al laat! Opschieten!” Even was ik weer ingedommeld, maar nu word ik wreed gewekt door mijn moeders stem onderaan de zoldertrap. Kut. “Dat halen we toch niet meer!” brul ik terug en ik draai me meteen weer om. Voetstappen op de trap. De deur zwaait open. Mijn zus zit al op de rand van haar bed: “Ik ben er al uit, mam.” Mijn moeder kijkt naar mij. “Kom, opschieten, we halen het best nog wel.” Ze doet het rolgordijn omhoog en zet het raam wagenwijd open. “Wat een lucht hangt hier zeg!” lacht ze. “Nou, kom op, opstaan jij!” “Jaahaaa,” brom ik chagrijnig, “en mag dat raam weer dicht? Het is hier steenkoud.”

Mijn zus heeft de kamer al verlaten om als eerste in de badkamer te kunnen. En mijn moeder rent haastig de trap af om mijn broertje te helpen met aankleden en het haar van mijn kleine zusje te vlechten.
Ik kijk naar de stoel naast mijn bed. Gisteren heb ik gewinkeld met mijn moeder en zus. Eindelijk ben ik nu de trotse bezitster van die knalroze gympen die ik al heel lang wilde hebben.Ook heb ik een superblitse spijkerbroek gekregen. En ik heb nieuwe buttons, voor op mijn spijkerjack. Van ‘Doe-Maar’, van de ‘Dolly-Dots’ en van ‘Spandau-Ballet”. Die buttons heb ik van mijn zakgeld gekocht. Mijn moeder vindt het maar zo-zo, maar ze heeft het gelukkig niet verboden.

Deze kleren mag ik niet aan vandaag. Op zondag moet ik een rok aan. Ik haat rokken. Mijn moeder zorgt er wel voor, dat we er ‘vlot’ bijlopen op zondag, maar een rok is en blijft verschrikkelijk. Even overweeg ik, om tóch de nieuwe spijkerbroek aan te trekken. Maar ik heb er de drama’s toch niet voor over. Ik zucht en haal mijn rok uit de kast.

Mijn vader is op zondagmorgen in geen velden of wegen te bekennen. Hij slaapt altijd uit. Mijn vader is rugpatiënt, en dat komt met name tot uiting op de zondagmorgen. Hij kan maar één keer per zondag op die ellendige stoelen zitten, zegt hij altijd. Er wordt in huis niet over gepraat. Ik heb het wel eens geprobeerd, maar dat werd me niet in dank afgenomen. Maar ik weet, dat er over mijn vader wordt gekletst in het dorp. “Hij kan wel kratten bier in zijn auto zetten, maar op zondag in de kerk zitten, ho maar,” zo zegt men. Mijn beste vriendin vertelde mij dit, omdat ze haar ouders hierover had horen praten. Maar goed, in dit dorp wordt over alles gekletst.

Om tien over negen lopen we dan toch naar de kerk. Ik kijk nog steeds chagrijnig. Nooit kan ik uitslapen. Doordeweeks moet ik een uur met de bus voordat ik op school ben. Een gereformeerde school. De andere kinderen uit het dorp hoeven pas om kwart over acht op de fiets te stappen om op tijd op school te zijn; wij, de gereformeerden, staan al om kwart over zeven op de bushalte. Lekker dan. En op zaterdagmorgen moet ik boodschappen doen voor oma. En het liefst zo vroeg mogelijk, want anders is de supermarkt natuurlijk leeg. Denkt ze. Bovendien heb ik er ook de pest in, omdat ik mijn nieuwe spijkerbroek nu niet aan mag.

In de kerk aangekomen gaat mijn moeder met mijn zusje en broertje voorin zitten. Mijn zus en ik duiken op de achterste rij met onze vriendinnen. We moeten wel voorzichtig zijn, want vorige week heeft de dominee ons vanaf de preekstoel toegesproken: Of de jongelui op de achterste rij ook zo vriendelijk wilden zijn om naar de preek te luisteren? Daarna hadden we met rode konen voor ons uit gestaard, we durfden geen snoepje meer te pakken…
Terwijl de mensen druppelsgewijs de kerk binnen komen, kletsen mijn vriendinnen en ik even bij. Dan merken we, dat er wat commotie is ontstaan; mensen draaien hun hoofd om, geroezemoes klinkt. Wat is er aan de hand? Dan zie ik het ook. De familie Van Eerde komt binnen. Een hip gezin. Zij wonen nog niet zo lang in ons dorp. Een vader, een moeder en twee dochters. De moeder draagt vandaag een broek! Een lange, zwarte broek. En haar twee dochters? Zij hebben een spijkerbroek aan! Terwijl zij nietsvermoedend de kerk door lopen, worden ze nagekeken en er wordt gefluisterd. Als zij op hun plek zitten, wordt het weer stiller in de kerk. En als de dominee binnenkomt is de rust weergekeerd.

Er lijkt geen einde te komen aan de lange, saaie dienst. Helemaal, nu we zo in de gaten gehouden worden. Af en toe zie ik hoofden van vaders en moeders zich omdraaien om te checken of wij ons een beetje gedragen. We zijn ook gewaarschuwd: “Anders komen jullie gewoon weer bij ons in de rij zitten hoor!” Stel je voor, naast je kleine zusje en broertje zitten. Nee, dan maar even laten zien dat we ons goed kunnen gedragen.

Als we uit de kerk komen is mijn vader net uit bed. Hij staat in zijn onderbroek in de keuken om koffie te zetten. Mijn moeder werpt hem een afkeurende blik toe. Ze vindt het niet prettig, denk ik, dat hij nog niet is aangekleed. “En, hoe was het in de kerk?” vraagt mijn vader, als we onze jassen hebben opgehangen. “Die meiden van Van Eerde hadden een spijkerbroek aan!” roep ik enthousiast. “Echt cool!” Mijn moeder kijkt me streng aan. “Weet je ook nog waar de preek over ging?” vraagt ze dan. Om deze vraag te ontwijken glip ik vlug de gang in. “Even naar de wc!” roep ik.

Even later sta ik voor de spiegel in mijn slaapkamer mijn nieuwe spijkerbroek te bewonderen. Wat een geweldige broek. Ook op zondag!


DreamOn

DreamOn publiceert sinds 2006 columns op het internet. Zij schrijft over alles wat haar bezighoudt. Vaak (te) breedsprakig, maar dat is een leerpunt! In het dagelijks leven is DreamOn pedagogisch coach en heeft ze haar man, kinderen, familie en vrienden lief.

17 reacties

LouisP · 15 maart 2009 op 09:00

Grappig en toevallig dat dit op een zondagochtend is te lezen.

L.

Dees · 15 maart 2009 op 09:42

Ow, deze vind ik stukken herkenbaarder, die bemoeizucht, dat geroddel, het afkeuren van mensen die niet exact zo zijn als anderen. Beklemmend. Goed geschreven, geen stichtelijke roman deze keer, maar leuker lezen.

Prlwytskovsky · 15 maart 2009 op 09:42

Vroeger. Zondagen. Kerkgang. Koffie bij de oma’s. Thee bij een tante. 5-uur thuis. Warm eten en daarna naar bed.
Wat had ik als knulletje al een bloedhekel aan die zondagen.
Dus Do: treffend verwoord. :duimop:

arta · 15 maart 2009 op 10:03

Ik ben het met Dees eens…
Veel herkenbaarder!
Ik was de gelukkige die altijd thuis mocht blijven. Na een aantal keren de kerk ondergespuugd te hebben, door de wierooklucht, was ik niet meer welkom…:-D

DriekOplopers · 15 maart 2009 op 11:07

Mooi om het verschil in beleving te zien tussen dat van een meisje van 5 en van een meisje van 15. Ik wil meer deeltjes!!!

Iedere tien jaar beschreven!

Top gedaan! :kus:

DreamOn · 15 maart 2009 op 11:43

[quote]Ow, deze vind ik stukken herkenbaarder, die bemoeizucht, dat geroddel, het afkeuren van mensen die niet exact zo zijn als anderen. Beklemmend. Goed geschreven, geen stichtelijke roman deze keer, maar leuker lezen.[/quote]

@Dees: Het eerste verhaal was ook niet bedoeld als ‘stichtelijk verhaal’, maar hoe je als kind een bepaalde verwachting kunt hebben. Het eerste verhaal ging over ‘groot zijn’, ‘erbij horen’ en de eerste indruk vanuit een kind beschreven.

Dit tweede verhaal laat met name de sleur zien, het ‘nieuwtje’ is er allang vanaf, het is een verplichting geworden.

[quote]Mooi om het verschil in beleving te zien tussen dat van een meisje van 5 en van een meisje van 15. Ik wil meer deeltjes!!![/quote]

@Driek: Ik zal er over nadenken. 😀

Dees · 15 maart 2009 op 11:55

Nee, ik snap dat het zo niet bedoeld was, maar het had zo gekund.

Een beetje ook het Kleine Huis op de Prairie gevoel, weeig, al moet ik ook toegeven dat ik die serie vroeger smullen vond 😀

Als er al een derde deel komt, ben ik benieuwd naar de DO die nu niet meer naar de kerk gaat. Maar goed, we’ll see.

KawaSutra · 15 maart 2009 op 14:57

Mooi vervolg op je eerste deel. Best lastig om te beschrijven denk ik omdat de loyaliteit aan ouders, geloof en jeugdherinneringen flink op de proef gesteld kan worden.
De Gereformeerde kerk ken ik nog wel van mijn ex uit die tijd. Ik ging altijd in spijkerbroek. Alles went. Treffend beschreven Do.

Bitchy · 15 maart 2009 op 15:03

Voor mij stukken minder herkenbaar, maar dat zal te maken hebben met het geloof waarin je bent opgegroeid. Wij werden niet gedwongen om naar de kerk te gaan, maar ik ging, toen ik een jaar of 8 was graag (we hadden leuke jonge kapelaan) 😀 Ik ben van huis uit RK en die doen niet zo moeilijk over een spijkerbroek o.i.d. Ze gaan zelfs nog een stukje verder, je kan zelfs je buurman vermoorden en dan gaan biechten en je bent weer hemelpoortwaardig 😉

Al met al.. wel enorm goed geschreven!

Mosje · 15 maart 2009 op 15:05

Schitterend verhaaltje, erg mooi neergezet.

pally · 15 maart 2009 op 18:33

Ook ik vind dit tweede deel veel interessanter, Do! Door de onwil, de roddel enz. Er is meer omgeving en meer tegenspel. Komt er nog een deel 3?
Van mij mag het! :wave:

Zelf katholiek opgevoed, ken ik niet zo dat erg strenge, superbrave. Het had ook zijn rare kantjes, dat zeker, maar was toch vrijer en blijer.

groet van Pally

maurick · 16 maart 2009 op 08:39

Een kerkbezoek is voor mij slechts een jaarlijks ritueel. Soms moet ik er meerdere keren komen per jaar, maar dat is dan voor extreem blije momenten of juist tegenovergesteld. Nee, gelovig ben ik niet.
Leuke beschrijving!

Nana · 16 maart 2009 op 10:53

Deel 2 is een stuk levendiger, maar je bent ook groter geworden en meer aanwezig. Op naar deel 3 dus.

SIMBA · 16 maart 2009 op 12:35

Dat verplichte herken ik wel, maar omdat iedereen dat moest heb ik het niet als storend ervaren. Voordat wij op zondagochtend naar het sportveld gingen om competitie te spelen,gingen we eerst naar de vroege mis. Een heel team meiden in trainingspak mét sporttas, de pastoor vond het prachtig!

Mien · 17 maart 2009 op 00:03

Beklemmend lange beschrijving van een beklemmend herkenbaar zondags ritueel.

Mien

Marley_jane · 18 maart 2009 op 02:01

Goed beschreven, heb het er benauwd van.

Ben blij dat mijn ouders mij nooit hebben gedwongen tot kerkbezoek, vroeg opstaan of kledingdracht.

Anne · 19 maart 2009 op 09:08

Met plezier gelezen, en voor mij hoort een en twee bij elkaar.

Geef een antwoord