In de beginperiode van mijn werkzame leven kwam ik terecht bij een bedrijfje waarvoor ik regelmatig op reis moest naar Sana’a, de hoofdstad van (toen nog) Noord Yemen. Meestal kon ik dan mee met een vrachtvliegtuig waarin ook onze zendingen werden vervoerd. Vlak achter de cockpit bevond zich een kleine ruimte waarin maximaal zes passagiers konden plaatsnemen. De overige ruimte was bestemd voor; inderdaad, de vracht. Het was een Egyptische maatschappij waarmee doorgaans werd gevlogen, en de bemanningen bestonden overwegend uit Moslims. Een Koran was prominent in de passagiersruimte aanwezig. Tijdens mijn eerste vlucht keek ik nog raar op toen de piloot tussen ons, passagiers in, neerknielde, en voor onze voeten in gebedshouding zijn gebeden richting Mekka prevelde.

Altijd gebeurde er iets op die reizen of anders wel tijdens mijn verblijf in Sana’a. Voor mijn bedrijf werd ik onder andere geacht geld op te halen bij de verschillende afnemers, en die bedragen konden aardig oplopen. Nadat ik bij een klant stevig geld had gebeurd voor eerder gedane leveranties onzerzijds, werd ik in een taxi teruggereden naar het hotel waar ik normaliter verbleef. De chauffeur kauwde op een prakje qat, een soort bladgroente waarvan je high schijnt te worden. In Yemen loopt Jan en alleman op qat te kauwen. De chauffeur verklaarde dat hij hierdoor in staat was om vanuit Sana’a de gehele wereld te overzien. Zou het verkeer daarom zo’n chaos zijn in Sana’a? Want ondanks de ingebouwde Tomtom bij mijn chauffeur kregen we op een kruising toch een aanrijding met een andere taxi! Die van ons werd vanaf de zijkant bijkans gepenetreerd. Daar zat ik dan met een berg dollars op de achterbank. De chauffeurs gingen met elkaar op de vuist om een en ander recht te zetten. Ik kan u vertellen dat het niet veel scheelde of vijftig kleuren shit liepen mij dun door de broek, om het maar eens plat uit te drukken. De chauffeurs hadden blijkbaar vaker met dit bijltje gehakt, want het conflict werd terplekke bijgelegd en afgehandeld. Ik was best wel opgelucht toen ik weer veilig in het hotel was teruggekeerd.

Vanuit overheidswege mocht er per persoon maximaal een bedrag van 20.000 dollar mee het land worden uitgenomen. Ik zat dus met een veelvoud daarvan en toen ik daarmee naar huis wilde reizen, was dat een spannende gebeurtenis voor mij, als jong broekie. De nacht voor de terugreis heb ik slecht geslapen in mijn hotelkamer, dat mag u best weten. Voor de zekerheid had ik het bedrag van ruim 170.000 dollar in porties verdeeld, en op diverse plekken verstopt: In mijn sokken, jas, blouse, koffer, overal zaten die verrekte dollars verstopt. De douane koesterde echter geen argwaan namens mijn persoon en gelukkig kon ik zonder problemen passeren. Mijn baas was blij met het bedrag, dat ik hem thuis kon overhandigen.

Zoals ik al zei, het was altijd iets in die tijd. Dan brak er weer een staking uit op Schiphol, dan was er weer schade aan de vracht, en ook leuk, een dronken bemanning. Tijdens een tussenstop in Cairo stapte er een tweede bemanning in, bestaande uit een piloot, copiloot en boordwerktuigbouwkundige, die het toestel vanaf Amsterdam zouden overnemen en weer terugvliegen naar Egypte. Ik zat met dat clubje in de passagiersruimte en die gasten gaan aan het zuipen! Niet te geloven. (Voor de goede orde: dit waren trouwens geen Moslims.) We hebben ze in Amsterdam uit het vliegtuig moeten drágen, werkelijk waar.

Als ik dan al eens als énige passagier meereisde werd ik in de cockpit genodigd, kon ik wat buurten met de piloot en zijn collega’s, dat vonden ze gezellig. Anders zat ik daar ook maar alleen in het gastenverblijf te koekeloeren. En zo zat ik daar in die cockpit, toen er boven Sana’a Airport enige reuring ontstond onder het personeel. De drie bemanningsleden raakten in paniek en schakelden ineens over op Arabisch, met als gevolg: Ik kon het gesprek niet meer volgen. Ze werden wel steeds zenuwachtiger en keken gespannen door de raampjes naar buiten om de omgeving te verkennen. Toen we eindelijk geland waren, slaakten ze een zucht van verlichting. Zodra het vliegtuig veilig tot stilstand was gekomen, vroeg ik wat er dan toch aan de hand was geweest. “We knew there was a plain in the neighbourhood, but we couldn’t discover it at the moment,” zei de boordwerktuigbouwkundige. “You can thank Allah, nothing happened,” vervolgde hij, en glimlachte geruststellend. Dat was mijn laatste trip naar Sana’a. Kort daarna kon ik bij een ander bedrijf beginnen. In datzelfde jaar brak de pleuris uit in Yemen. Voor de zoveelste keer.

 

 

Categorieën: Reisverhalen

G.van Stipdonk

Gerard van Stipdonk. Mijn motto: Wie schrijft die blijft.

4 reacties

Esther Suzanna · 5 mei 2015 op 21:16

Mooi reisverhaal en spannende herinnering aan een bijzondere baan. :yes:
Als stuk leest het hier en daar moeizaam. Ik ben Taalvaardig genoeg om op te merken dat het beter kan…het gegeven is spannend maar ik ben niet vaardig genoeg om aan te geven wat, waar en hoe…
:-))

Li · 5 mei 2015 op 21:45

U heeft veel te vertellen. Persoonlijk vind ik deze stijl een vertelstijl. Ik mis de mimiek en de gebaren van de verteller. Als u voor me had gezeten dan had ik aan uw lippen gehangen. Al lezend miste ik de spanning die er wel was maar die ik niet voelde.

Mien · 6 mei 2015 op 08:29

Buiten de woorden onzerzijds en normaliter een prima verslag uit een vroeg werkzame periode. Ik waande me even [url=http://www.vpro.nl/buitenland/kaart/onze-man-in-teheran.html]man in Teheran[/url].

g.van stipdonk · 6 mei 2015 op 22:02

Hartelijk dank voor deze reacties en de nuttige tips. In de periode dat ik mij wel eens in Sana’a ophield speelde zich in Teheran de geschiedenis af waarover Betty Mahmoody later uit de doeken zou doen in haar boek ‘In een sluier gevangen.’

Geef een reactie

Avatar plaatshouder