De wetenschap Apologie van het Speelgoed werd voor het eerst bestudeerd aan het einde van de 12de eeuw zonder toepassing van de latere Psychoanalyse maar wel met gebruikmaking van de verschillende levensfases van zuigeling tot puber.
Dokter Bartolemeus Smitz was een van de eerste wetenschappers die de belangrijke eerste mensenjaren onderzocht en naar mogelijkheden speurde om het opgroeien positief te beïnvloeden.
Omdat het vrouwdom in de 12de eeuw veel minder interessant werd geacht dan tegenwoordig spitsten de onderzoeken zich voornamelijk toe op het mannelijke geslacht. Dokter Smitz onderzocht per leeftijdsgroep welke mogelijkheden er aanwezig waren om het opgroeien enigszins te sturen.
Zeer bekend in de wetenschap Apologie van het Speelgoed zijn de onderzoeken en de experimenten van Smitz op het gebied van speelgoederen om een duidelijk onderscheid te verkrijgen in de verschillende jongenstypes.

In de 12de eeuw maakte Smitz al een onderscheid tussen jongetjes die enerzijds speelden met kar en paard en anderzijds jongetjes die speelden met Vikingfiguurtjes. Deze laatste groep verkleedde zich vaak als Viking die op de zolder van hun ouderlijk huis de lage landen gingen beroven. Of die achterin de tuin de vrouwen verkrachtte en de dorpen in brand staken.

Toen de Psychoanalyse in de 19de eeuw een rol begon te krijgen in de onderzoeken van opgroeiende peuters en kleuters was het speelgoedkarakter inmiddels drastisch veranderd. Ondanks de ‘Verlichting’ in de 19de eeuw waren de vrouwelijke kinderen helaas nog steeds minder interessant om er dure en tijdrovende experimenten op los te laten.
Met inachtneming van de bevindingen van Freud werden de verschillende types mannelijke speelgoedpeuters verdeeld in de twee belangrijkste onderzoeksgroepen.
Enerzijds de groep ‘Techniek en rollend materiaal’ en het ontwerp daarvan. Anderzijds de groep die warm liep voor het spelen met Columbusfiguurtjes en vrouwelijke Indianenfiguurtjes.
Ontdekkingsreizigertje spelen waarbij Columbus bij elke speelsessie weer Amerika ontdekte en daarna alle vrouwelijke Indianenfiguurtjes misbruikte.
Bij de onderzoeksgroep ‘ontdekken’, ‘vechten’ en ‘domineren’ was het rollenspel schoutje bij nacht en beul zeer in trek. Uiteraard werd er met regelmaat chirurgijntje gespeeld waarbij vrouwelijke peuters en kleuters onontbeerlijk waren.

In de 12de eeuw was het overigens diezelfde dokter Bartolemeus Smitz die de voorloper van de bekende kindervriend Sinterklaas introduceerde. Die middeleeuwse goedheilig man werd als Clerus Surprisus aangesproken en was bij zijn verschijning altijd in gezelschap van Indische slaven die zakken met echte spekken meebrachten voor de gelovigen.

De Apologie van het Speelgoed en dan specifiek het gedeelte van opgroeien tot begin puberteit werd steeds belangrijker in het algemeen.
Er zijn drie verschillende stromingen ontstaan.
De Apologie Speelgoed vanaf de 12de eeuw tot aan de komst van de Psychoanalyse, de Apologie Speelgoed van Freud tot periode 1ste en 2de wereldoorlog en de periode vanaf de twee wereldoorlogen.
De tweede periode, vanaf de psychoanalyse, was nog steeds zonder vrouwelijke experimenten maar werd wel beïnvloed door wederom een grote kentering in het gebruik van speelgoed.

Zoals gezegd spelen met veel verschillende rollenspelen waarbij een groot deel van de onderzochte kleine mensjes graag Bokkerijdertje speelde. Liever een roofbende uitbeelden dan zich bezighouden met een of ander bouwwerkje in elkaar knutselen.
Zeer geliefd was het bekende ‘galgje’ of ‘brandstapeltje’ spelen waarbij regelmatig vrouwelijke slachtoffers vielen. Het was in die tijd nog steeds eerder een uitzondering dan een regel dat er meisjes mochten meespelen. Maar sommige rolletjes in het spel zoals overspelige boerin of een van hekserij verdachte vrouw konden moeilijk door een jongen worden uitgebeeld.

Na de wereldoorlogen was er weer een bijzondere verandering naar boven gekomen bij al die onderzoeken naar het speelgedrag en de daarbij behorende kleuterindeling.
De automobiel deed ook haar intrede in het speelgoedpatroon van de jonge mensjes.
De automobielkinderen stonden regelrecht tegenover de ridder, cowboy, Indiaan en het soldaatkind.
Soldaatje uitbeelden of spelen met kleine soldaatjes was zowaar nog meer in trek dan heel lang geleden het kruistochtspel in de middeleeuwen. Dit kruistochtspel ging mede door de onderzoeken van de dokter Smitz kliniek als zoete broodjes over de Westerse toonbanken.

De 2de wereldoorlog heeft veel kinderen in de latentiefase aangespoord tot het spelen met soldaatfiguurtjes. Vooral de Amerikaanse uitvoering vond gretig aftrek onder de opgroeiende bengeltjes. Om een of andere reden werd er weinig met Duitse soldaatjes gespeeld. Het figuurtje van de verzetsheld was niet zo geliefd als de Amerikaanse Marinier maar geliefder dan het NSBfiguurtje dat al snel uit de rekken werd gehaald.

Uit de onderzoeksuitslagen met betrekking tot het verschil tussen techniek, vervoer en uitvindingkinderen enerzijds en de jongens van het vechten, heersen en jagen anderzijds, zijn belangrijke conclusies voortgekomen die later konden worden gebruikt om bepaalde daden en karaktertrekken te kunnen onderscheiden en klasseren.

Zowel in psychiatrische instellingen, penitentiaire inrichtingen als bij het leger en politie worden nog steeds de onderzoeksresultaten van dokter Bartolemeus Smitz gebruikt om verschillende maatschappelijk meer of minder geaccepteerd gedrag te analyseren en zo de juiste latente competenties in kaart te brengen.


16 reacties

arta · 4 januari 2010 op 07:19

Absoluut een interessant onderwerp, goed geschreven, al had het, met de info die je geeft, wat mij betreft een stuk beknopter gekund!
🙂

Avalanche · 4 januari 2010 op 09:44

Verhelderend en informatief verhaal, Louis.

Emiliever · 4 januari 2010 op 12:59

Wat een interessant onderwerp en hoe goed beschreven. In tegenstelling tot Arta, zou ik het juist graag nog uitgebreider willen zien… Jij hebt me in elk geval een aardig vertrekpunt gegeven om eens een middagje met mijn pc te spelen…

pally · 4 januari 2010 op 13:17

Interessant stukje, Louis, en goed geschreven. Wel voelde ik me wat miskend dat ook het meisjesspeelgoed,b.v. de poppen, die toch ook opgeld maken vanaf een bepaalde periode, helemaal niet genoemd worden. 🙁 Misschien in het vervolg?

Groet van Pally

SIMBA · 4 januari 2010 op 13:24

Interessant onderwerp!
Jammer dat het stopt net na de 2de wereldoorlog, daarna hebben vast nog allerlei ontwikkelingen plaatsgevonden….

lisa-marie · 4 januari 2010 op 15:57

Die dr. Smitz heeft wel een belangrijk deel gemist door alleen maar naar de mannelijke helft te kijken.
En als die Smitz dan nog steeds gebruikt wordt vind ik dat gewoon erg.
Wel interessant onderwerp en ik denk als je er een paar zaken had uitgelicht het beter tot zijn recht gekomen was.

arta · 4 januari 2010 op 16:41

@ Emiliever: Volgens mij heb jij mijn reactie niet helemaal goed begrepen. Zoals ik al zei vind ik dit sowieso erg goed geschreven, as usual, en zou ik het ook leuk vinden er nóg meer over te lezen, maar… en daar komt-ie: De gegeven info had wat minder uitgebreid uitgelegd hoeven te worden, omdat sommige stukjes eerder in de tekst al uitgelegd zijn.:-)

Excusez-moi voor de dubbele post, Louis…

Prlwytskovsky · 4 januari 2010 op 17:55

Een informatief schrijfsel. Daar hou ik van.
Leest lekker weg, LouisP.

Ma3anne · 4 januari 2010 op 19:51

Volgens mij neem je de boel mooi in de maling met dit verhaal en heb je het helemaal uit je duim gezogen. Daar zie ik je zomaar voor aan. 😀

Chucky · 4 januari 2010 op 22:26

Bartolemeus Smitz —— Bart Smit :lach:

Chantalle · 5 januari 2010 op 10:38

Lekker geschreven.

trawant · 5 januari 2010 op 11:52

Aanvulling:
De werken van Prof. I.N. Tertoys de Poolse tegenhanger van Bartelomeus geven een scherp inzicht in de wijze waarop het speelgoed ook in de econometrie een ontwikkeling doormaakte..

Een prachtig stuk Louis,Apologie 😆
latentiefase, vikinkje spelen :wave:
Je hebt ons lelijk bij de neus..!

Kuin · 6 januari 2010 op 10:32

Haha! Volgens mij heb je het hele verhaal van het begin tot het eind uit je duim gezogen, Louis. Dat wil niet zeggen dat het daarom minder knap is. Hoe verzin je het?! Of beter gezegd; wat was voor jou de aanleiding om hierover te schrijven?

LouisP · 6 januari 2010 op 14:13

Bedankt voor het lezen en de leuke reacties……..
Wat een poppekast is er al geweest bij de ontwikkeling van het speelgoed. De heer Klaassen die bij de dochter van de schout in bed kroop. Vooral toen er onderzoek werd gedaan naar vrouwelijk speelgoed. Iedereen begon zich ermee te bemoeien. Ene dr. Parton uit Amerika vond dat poppen opblaasbaar moesten zijn en buste moesten hebben, liefst zo groot mogelijk. In Engeland moesten er poppen aan een touwtje. En toen ene Klaus uit Duitsland…ja toen waren ze aan het dansen….
Louis

Ma3anne · 6 januari 2010 op 14:32

(Speciaal voor Pally:)
Je vergeet nog de pop, die in 1816 werd geintroduceerd n.a.v. de première van de opera [i]Barbie van Sevilla[/i]. Het eerste exemplaar had rossig haar. Dit verwees naar de componist Rossini. Deze pop verdween in een vergeethoek en werd in de jaren vijftig van de vorige eeuw door een oude Figaro teruggevonden. Deze emigreerde naar de Verenigde Staten en probeerde zijn boterham te verdienen met zingen en het vervaardigen van Barbie kopieën. Het rossige haar werd vervangen door blond, maar de verwijzing naar de componist en bedenker van het speelgoed bleef aanwezig in de uitgesproken kleur roze die barbie omringt.

N.B. De term voor de speelgoedwetenschap werd vanaf die tijd veranderd van Apologie in Na-Apelogie.

LouisP · 7 januari 2010 op 14:48

Je hebt kleine mannekes die spelen met auto’s of lego. En je hebt mannekes die spelen met cowboys, indiaantje en soldaatjes. Iets met wapens. Ik hoorde bij die laatste groep. Gek was ik ervan. Forten, kastelen. Vechten. En wat blijkt nu. Ik ben 50 jaar en ik haat geweld. Maar ben zot van mijn motor. Dus mijn onderzoek heeft een 100 %verrassend resultaat. Kinderen die met soldaatjes en geweld spelen worden later vredelievend. Is maar op een persoon getest! Vreemd maar ik speelde ook met dierenfiguurtjes, boerderijen en zo en ben alleen nog maar meer dierenvriend geworden. En…..ik heb nooit met Barbies en zo gespeeld maar ben een vrouwenzot geworden. Verrassende resultaten geeft die speelgoedwetenschap………

Geef een antwoord