Nijntje, ik heb er niks mee, nooit mee gehad ook. Misschien komt dat nog ooit, maar ik verwacht er niet teveel van. Sinds twee maanden ligt ons huis er vol mee. Hij (of is het eigenlijk een zij?) is een graag geziene en gegeven kindervriend, vooral bij de kleintjes lijkt hij het, nog steeds, erg goed te doen. Mijn fotoalbum bevat een wit exemplaar, ééntje met een rood broekje. Zo te zien komt hij net van de glijbaan af. Ik denk dat Nijntje een albino is, een albino maar dan zonder het rood in de ogen. Misschien maar goed ook, een bleek konijn met bloeddoorlopen ogen is niet bepaald een prototype kindervriend. Waarschijnlijk heeft hij slechts een zonallergie, of een moeilijk huidtype, waardoor hij genoodzaakt is om uit de zon te blijven.

Ik sla het album open. Foto’s, vooral van mij als baby, liggen ongesorteerd verplakt op de vergeelde pagina’s. Foto’s van toen, misschien wel een heel ander leven, inmiddels alweer zevenentwintig jaar geleden. Wat lijkt de tijd toch snel te gaan, vooral nu op dit moment. Eigenlijk logisch, hoe vaker de herhaling, hoe gewoner dat iets wordt en dus gevoelsmatig sneller voorbij lijkt te gaat, de terugweg lijkt altijd korter. Wanneer je één jaar oud bent, dan is één jaar je hele leven. Ben je twee dan is dat nog maar de helft. Ik kan me nog goed herinneren hoelang het elk jaar duurde voordat ik weer jarig was, het leek wel een eeuwigheid! Eén zevenentwintigste stelt niks meer voor, het is bijna verwaarloosbaar en tot overmaat van ramp wordt elk jaar ook nog eens korter.

Ik zie mezelf op een foto, nog klein en teder. Ik was trots op je, ja, toen al. Niets wetend van wat de tijd ons zou brengen. Zal het wel goed komen? “Ja natuurlijk, alles komt goed”, zijn je optimistische wijze woorden. Jij zal het wel weten, jou vertrouw ik.
Je bent jong, je hebt lang donker, golvend haar. Een baard staat je goed, vooral toen. Het geeft je een robuuste uitstraling, alsof je een rocker was, een echte vent, althans in mijn ogen. Je gezicht is slank, bijna meisjesachtig, tekenloos, gaaf, slechts wat lijnen door je lach. Je ogen stralen, je geniet, je bent gelukkig, ik kan het zien. Ik vind het jammer dat ik je, zoals je toen was, nooit kan ontmoeten. Zouden we vrienden zijn? Ik zou je helpen, steunen. Ik zou zeggen “Alles komt goed!”.

Ik pak mijn telefoon uit mijn zak en blader door de foto’s. Jij weer, nu met mijn zoon in je armen. Hij, veilig, klein, teder en trots, net als ik toen. Jij bent inmiddels ouder, maar hebt nog steeds die donkere haren, met afwisselend wat grijs, net zoals je snor. De baard is vergaan. Deze maakte je oud en dikker, zei je. De kracht in je ogen is nog steeds zichtbaar, minder constant maar intact. Je gezicht is roder, gespleten, gemerkt door de tijd. Je hebt geleefd, dat is te zien. Is die jongen van toen nog aanwezig of ben je hem verloren in de diepte? Ik denk van niet, ik hoop van niet! Geniet je nog steeds? Ben je gelukkig? Je bent een resultaat van wat de tijd je heeft geleerd, soms een harde les. Wijzer, dat is zeker, maar is deze wijsheid een geschenk? Uiteindelijk wel, zeg je nu, tevreden, maar het is ooit anders geweest. Mij raakt het nog steeds, soms bedroeft, denkend aan toen, inmiddels zevenentwintig jaar geleden.

Ik blader verder. Nu ben ik aan de beurt, nu komt mijn leven. Ik lijk op jou, het verbaasd me telkens meer. Dezelfde houding, dezelfde blik, misschien wel dezelfde man. Ik heb mijn zoon in mijn armen, net zoals jij mij toen in je armen had. Een identieke foto, een spiegeling in tijd. Wie zal mij vertellen wat ons te wachten staat? Onze tijd is al gebracht, niet altijd goed ontvangen, maar achteraf misschien wel. Nu is het beter, het is goed zo, ik ben tevreden, gelukkig. Ik geniet. Eén ding is zeker: Mocht mijn tijd jouw dalen bevatten, dan hoop ik dat ik net zo goed kan klimmen.
Dag Nijntje.


3 reacties

champagne · 11 maart 2012 op 16:27

Mooie overpeinzing, met plezier gelezen.

[quote]Is die jongen van toen nog aanwezig of ben je hem verloren in de diepte?[/quote]

Prachtige zin!

arta · 11 maart 2012 op 20:39

Mooi verhaal, al zitten er wel heel erg veel ‘ik-jes’ in, die op veel plaatsen te omzeilen zijn. Ook stuitte ik op wat d/t-dingetjes…

Mien · 12 maart 2012 op 08:34

Mooi stukje. De overpeinzingen kunnen af en toe wat duidelijker.
“Ik was trots op je, ja, toen al.” zou ik bijvoorbeeld vervangen door “Ik was trots op je pa, ja, toen al”.

Mien

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder