Pepe

“16-jarig meisje verdachte van tientallen inbraken“, toont het krantenartikel onder mijn gepelde mandarijnschilletjes.
“Waar gaat het toch heen met de jeugd”, mompelt het, mij onbekende, fossiel dat noodlottig naast me is komen zitten, terwijl ze luidkeels kauwend haar boterham verwerkt.

De Libelle

“Ik haat de kou. Ik haat het!”.
“Ik kan er niet tegen. De kou! Ik haat het! Aaaahrgg…!!!”.
Dit zijn de gecensureerde gedachten die door mijn hoofd krijsen terwijl ik de piepende trappers van mijn krakende fiets één voor één naar de grond trap. De ijzig koude wind bevriest dat stukje voorhoofd dat nog net niet is bedekt door mijn heerlijk warme mutsje.

Sterk spul

Ik zit languit, onderuit gezakt in mijn blauw, opklapbaar strandstoeltje. Een peuk in mijn rechter-, en een fles, te dure, goedkope wijn in mijn linkerhand. Een warm gevoel van welzijn stroomt door mijn lichaam, eindelijk!

Spiegeling in tijd

Nijntje, ik heb er niks mee, nooit mee gehad ook. Misschien komt dat nog ooit, maar ik verwacht er niet teveel van. Sinds twee maanden ligt ons huis er vol mee. Hij (of is het eigenlijk een zij?) is een graag geziene en gegeven kindervriend, vooral bij de kleintjes lijkt hij het, nog steeds, erg goed te doen.

De laatste traan

De zware schuifdeur slaat dicht met een klap.
“Schiet eens op! Je moet voor drieën met die grafstukken bij de kerk zijn!”, zegt Henk, tikkend met zijn wijsvinger op zijn pols.
“Jahaa! Ik moet de adressenlijst toch hebben, of niet dan?!”, roep ik geïrriteerd terwijl het schelle geluid van de telefoon mijn irritatie, bij elke klank, vergroot.
“Daar schele, bij de fax, voor je neus!”, roept Henk vanuit de werkplaats.
“Ja, ja, ik zie hem al!”.

Geloof met mate

April 1983
Een sympathiek drietal presenteert zich op het moment dat ik de deur opendoe. Ik wrijf snel de laatste traan weg uit mijn gezicht en inspecteer, één voor één, de drie gezichten voor me.
“Dag mevrouw, bent u geïnteresseerd in wat bijbelse tijdschriften?”, vraagt de man op de voorgrond met een vriendelijke, charismatische lach.

Introvert

Ze noemen mij wel eens introvert.

Het is vandaag een donkere, grijs bewolkte dag, geen straaltje kan ervan af. Ik zit, volledig in mezelf gekeerd, op het blauw, lederen bankstel van mijn ouders, glazig door het kraakheldere glas naar buiten te turen. Intensief bestudeer ik elk detail rondom het huisnummerplaatje van de overburen. Het is nog steeds hetzelfde nummer als twee jaar geleden. Ik merk op dat elke keer wanneer ik een bepaalde periode, onbewogen naar het nummerplaatje staar, de acht van achtenzestig verandert in een nul. Huisnummer zestig, achtenzestig, zestig, magisch!