Zijn het sneeuwmannetjes die ik zie? Ik ben het spoor even bijster. Dit landschap komt mij bekend voor, maar ergens ook weer niet. Nee, het zijn geen sneeuwmannetjes. Het zijn steenmannetjes, besneeuwd. Het zijn platte keien op elkaar gestapeld bedolven onder sneeuw. En het rare is, ze dragen rood-witte strepen, twee om precies te zijn, aan beide kanten. Dat veronderstelt dat je ze aan beide zijden kunt benaderen, die steenmannetjes. Zo heb ik ze voor het gemak maar even genoemd. Vanuit de verte houden ze de wacht en lokken de wandelaar, al dan niet verdwaald. Ik maak nog iets anders op uit de uitgestippeldheid waarmee de mannetjes in het landschap geplaatst zijn. Ze vormen een route, het kan niet anders. Ze nemen me bij de hand de mannetjes, niet bij de neus mag ik hopen, want ik behoor toch echt op dit moment tot de categorie verdwaalden. Ik overweeg nog even naar mijn Tardis te lopen. Maar ach, die loopt niet weg. Hij steekt al dan niet besneeuwd toch zeker twee meter boven de steenmannetjes uit. Zolang ik niet te ver wegloop blijft mijn transportvriend onder handbereik.
Ik kijk naar de lucht en zie dat deze wolkloos is. Daar houd ik nu van, wolkloze luchten. Ben in ieder geval nieuwsgierig waar de steenmannetjes me toe leiden. Achter de bergen zie ik langzaam de zon opkomen. Dat geeft in ieder geval licht en warmte. Geen enkel steenmannetje is hetzelfde en ik weet nu ook ineens waaraan ze mij doen denken. Aan vakantie die ik ooit met mijn ouders vierde op het vaste land. Ergens in Europa, ik dacht Zwitserland of Oostenrijk, maar ik kan me vergissen. Maar waar ik me nu bevind kan nooit sprake zijn van vast land, laat staan het aloude Oostenrijk of Zwitserland. Daarvoor heb ik te lang door de ruimte gezworven. De gedachte werpt me wel terug naar een ver verleden. Geen idee ook wie er het eerste was. Oostenrijk of Zwitserland. Ik voel sterk de neiging om het even op te zoeken in mijn Tardis. Ja, die is onlangs geupdate met de nieuwste snufjes op technologisch en informatica gebied. Ik kan natuurlijk ook opzoeken via mijn Tardis waar ik me precies bevind. Maar dat vind ik te makkelijk. Ook ik moet mijn leven als wizzard 24/7 waarmaken. Ook ik word een jaartje ouder, al valt dat in het niet ten aanzien van mijn ruimtelijke leeftijd. Maar nu ik me op moedertje aarde bevind voel ik me stokoud. Deze aarde vreet namelijk energie.
Ik zie de steenmannetjes nu een brede glimlach trekken. Ze krijgen me echter niet klein die monsterkeien. Ik heb een donkerbruin vermoeden wat zich achter de berg bevindt, die ik nu opklim. En ja hoor, bovengekomen lonkt een volgende berg. Het is een land van berg en dal waarin ik me bevind. Een look-a-like Oostenrijk of Zwitserland. Ware het niet dat de steenmannetjes kunnen praten. Een rare taal, maar met wat moeite en de taaltranslator die ik altijd bij me draag, kom ik veel te weten. Ik bevind me in Trakdurbia en achter de volgende berg zal het ophouden. Ik kan niet wachten. Trakdurbia heb ik lang niet meer bezocht. Het is een land dat zich voortdurend uitbreidt. En ook nu is het goed mogelijk dat de grens zich mogelijk oprekt. De steenmannetjes wijzen me de weg. Sommige dragen nu een sjaal. Dat is geen goed teken. Het zijn geen sjaals voor de kou, maar sjaals om virussen buiten de houden. Ik overweeg heel even om terug te gaan naar mijn Tardis. Maar eigenlijk is het daarvoor te laat. Ik zit in dubio. Wat zal ik kiezen? De grens verder opzoeken en verkennen met het risico een virus op te lopen of toch maar een andere weg kiezen. Het laatste virus heeft drie maanden mensentijd in mij rond gewoekerd. Dat wil ik niet nog eens meemaken. De andere optie, een andere weg kiezen is misschien de beste. Ik sla bij het eerstvolgende steenmannetje linksaf. Niet rechtdoor, zoals de rood-witte markering mij wil doen geloven. Het steenmannetje kucht gevaarlijk luid. Het klinkt als een waarschuwing, maar ik trek mij er niets van aan.
Maar goed dat ik de andere weg gekozen heb. Trakdurbia laat ik snel achter me. De grens sluit zich onmiddellijk. Ik kan niet meer naar mijn Tardis realiseer ik me ineens. Ik sta er nu toch alleen voor. Als het goed is loop ik nu linea recta naar Frontportalis. Bij ruimtekunde op school heb ik altijd goed opgelet. Links van Trakdurbia ligt Frontportalis. Zeker weten. En in Frontportalis is het leven goed. Bijna hemels om het maar eens aards te zeggen. Ik besluit dan ook om hier een pauze te nemen. Vierhonderd jaar zwerven door de ruimte heeft me toch wel erg vermoeid. Vanuit Frontportalis ben ik ook moeilijk bereikbaar. Zeker zonder Tardis. Ik geniet voorlopig van welverdiende rust. Snel zend ik een korte Steenmannetjes-rapportage inclusief virusverwachting in Trakdurbia naar mijn thuishaven. Ze moeten wel weten waarom ik zolang wegblijf. Mijn plek kan in no-time zijn overgenomen in Galactica 7.0. En dat wil ik niet.

3 reacties
troubadour · 21 september 2015 op 19:02
Geef mij de Efteling maar. Not my piece of cake! Een mooier compliment moet je nog maar zien te krijgen Harrie..
arta · 21 september 2015 op 19:23
Nergens beter toeven dan in Frontportalis 🙂
Science Fiction trekt mij minder dan paddologie, merk ik.
Mien · 22 september 2015 op 09:10
Ga je weer ruimtestormen Harrie? Vond de bosverhalen leuker.