Even met huize Van ’t Hek gebeld: “Goedemorgen, Oplopers hier. Youp in de buurt?” Of ik even geduld had, vroeg zijn vriendelijke echtgenote mij. Nee, dat had ik niet: “Hoor eens, Debby, ik heb niet de hele dag de tijd. Ik heb geen zin om te moeten wachten op een of andere over het paard getilde arrogante bretel-humorist en zelfbenoemd maatnemer der goede smaak. Waar zit die vent van je dan?” Aan de andere kant viel een pijnlijke stilte. Een snik. Met een klein stemmetje vertelde mevrouw Van ’t Hek mij dat haar Youp naar de dokter was. Hij had nog steeds erg veel last van die druiper die hij had opgelopen bij de garderobedame van een Brabants theater. Op mijn vraag waarom haar man dan niet gewoon veilig, goed beschermend ingepakt het theaterleven had verkend, snikte Debby dat Youp altijd voor the real thing gaat. Dus geen Buckler zonder alcohol, en geen beurt zonder gevoel. Op de achtergrond hoorde ik een deur in het slot vallen. Youp kwam thuis. Met een bibberig stemmetje vertelde Debby hem dat er telefoon voor hem was, en hoppa, ik had Youp aan de lijn.