Afscheid van ado-tijd
Eeuwenoude herinneringen schieten aan me voorbij. De confrontatie moet aangegaan worden, maar toch aarzel ik. En uiteindelijk geef ik toe aan de dwang.
Eeuwenoude herinneringen schieten aan me voorbij. De confrontatie moet aangegaan worden, maar toch aarzel ik. En uiteindelijk geef ik toe aan de dwang.
Ik kijk hem diep in zijn ogen. Bruin, met pretlichtjes om wat er komen gaat. Ik ga bovenop hem zitten en knoop zijn blouse langzaam open. Mijn hand strijkt over zijn gespierde borstkas, die steeds sneller op en neer gaat. Na een kneepje in zijn neus geef ik hem een lange zoen. Plotseling word ik bij mijn schouders gegrepen door 107 kilo vlees in een soepjurk, die me van hem aftrekt. Ik sla mijn ogen neer na zo’n machtsvertoon en richt me weer op de theorie van de reanimatiecursus.
Even met het stadhuis van Dordrecht gebeld: “Goedemorgen, Oplopers hier. Wethouder Kamsteeg in de buurt?” Nee, dat kon zo maar niet, aldus de telefoniste. Ze legde uit dat een wethouder een heel belangrijk iemand is, die dus niet zomaar door iedereen kan worden gestoord. Maar toen ik aandrong met de mededeling dat die wethouder tóch al gestoord was, schoot de gezagsgetrouwe telefoniste onbedaarlijk in de lach. Ik kreeg mijn zin, en werd alsnog doorverbonden. “Klopt het dat de ChristenUnie-SGP tegen seks voor het huwelijk is?” Dat was zo, bevestigde de wethouder. Tijd voor mijn volgende vraag: “Waarom wordt dan heel Dordrecht door jou genaaid?”
Even met het Ministerie van Defensie gebeld: “Goedemorgen, Oplopers hier. Eimert in de buurt?” Met militaire precisie werd ik met de minister doorverbonden. De grijze bewindspersoon informeerde gehaast wat ik van hem wilde. “Hoor eens, Eimert, heb je weleens gehoord van een smeris die geen bekeuringen uitdeelt omdat hij dan het risico loopt op een klap voor zijn bek terwijl er geen dokter in de buurt is?” Van Middelkoop antwoordde met de stelling, dat een politieman gewoon altijd zijn werk moet doen. Dát was voor mij het moment om toe te slaan: “En een marineman die onze koopvaardij niet wil beschermen tegen kapers in de golf van Aden, omdat er geen zuster met een verbandtrommel en een handje Sinasprilletjes in de buurt kan zijn?” Doodse stilte aan de andere kant van de telefoon.
Even bij de Dokter Oetker Kliniek langs. Daar lag Jan Joost van Gangelen. “Hee kerel! Alles goed? Vertel eens, wat had je nou tegen die Van Gaal gezegd, afgelopen zaterdag?” Een stuurse blik, en geen antwoord. Maar na enig aandringen van mijn kant bleek Jan Joost toch bereid, iets los te laten over zijn lastige vraag, die voor Van Gaal aanleiding was om te ontploffen en een camera van de NOS een rotklap te verkopen. Jan Joost mompelde: “Ben ik nou zo slim, of ben jij nou zo dom?” Duidelijk in de war, onze fijngekrulde sterreporter.