De ogendief
Ik vroeg of ik haar ogen mocht lenen. Ze stemde erin toe. Al velen had ik versleten. Met beschadigd netvlies heb ik ze teruggegeven. Ik was kleurenblind totdat ik de ogen van anderen ontdekte. Ik zou een eeuwigheid moeten leven wilde ik door al die ogen kunnen zien. En dus koos ik voor de eeuwigheid. In heldere kleuren, door vreemde ogen. Verder van mezelf kon ik niet afdwalen. Dichterbij zou ik nooit kunnen komen. Ik leerde te zien en het geluid van de schreeuwende beesten te negeren.
