Bil
‘Dag meneer Lubbers’
‘Dag Paco’
‘Welke van de billen vond u het appetijtelijkst om in te knijpen, meneer Lubbers’
‘Welke billen? Hoe bedoel je?’
‘U heeft er in 5 geknepen, welke sprak u het meeste aan?’
‘Eh’..
‘Dag meneer Lubbers’
‘Dag Paco’
‘Welke van de billen vond u het appetijtelijkst om in te knijpen, meneer Lubbers’
‘Welke billen? Hoe bedoel je?’
‘U heeft er in 5 geknepen, welke sprak u het meeste aan?’
‘Eh’..
Daar stond ik dan. Tijdelijk verslagen door het leven en mijn ex-baas. Voor de deur van het nog gesloten CWI, waar horden mensen in alle soorten, maten, seksen en zo te zien IQ-cijfertjes om me heen aan Jakobs shaggies lurkten.
Goh, wat schaamde ik mij een aantal maanden terug. Minister president Balkenende en De Hoop-Scheffer op het Witte huis. Het kruiperige gedrag van onze vertegenwoordigers was die treurig en mijn tenen krulden van plaatsvervangende schaamte.
Je wordt wakker, springt uit bed, zelfs zonder je nek te breken over rondslingerende kleren en denkt: “ja, vandaag ga ik m’n dag eens nuttig besteden, ik trek de wijde wereld in mijn prachtige joggingspak en hoppa.” Maar dan kijk je uit je raam en zie je de bui al hangen en besluit je toch maar binnen te blijven in je babyblauw, badstoffen pyjama.
Het ligt niet in mijn aard om te zeuren, maar soms wordt het zelfs je aard wel eens teveel. Over de gezondheidszorg is al veel gezegd en geschreven maar het wordt pas echt beeldend wanneer je zelf wordt geconfronteerd met deze mega natuurramp.