Carnaval: Vergane glorie

“Hij sjouwde van kroegie naar kroegie…” Het groepje piraten, dat er vanochtend waarschijnlijk nog stoer en gevaarlijk uitzag maar nu alle overtuigingskracht verloren heeft, zingt de ‘gouwe ouwe’ met zesdubbele tong. Als ze hun tekst kwijt zijn val ik voor ze in. Zolang ze zingen vallen ze niet om, weet ik uit ervaring.
“Die heet op z’n ouwe dag, wie had dat nou ooit gedacht, nog een keeheentje gekrehegen…” Onvermoeibaar vechten de mannen zich door het hele jaren ‘60 repertoire.

Carnaval: Hotsieknotsiebal

“Goedemiddag meneer P. En, hoe voelen we ons vandaag? Ziet u het zonnetje buiten? Wacht, ik zet even die geranium aan de kant. Zo. Nu kunt u beter naar buiten kijken. Ik heb goed nieuws! U krijgt er nog een briefje over, maar ik kan alvast verklappen dat we in ons ziekenhuis vrijdag weer het jaarlijkse Hotsieknotsiebal organiseren. Leuk hè! En we hebben dit jaar prachtige kostuums! Kunt u zich vol in het feestgewoel storten.”

De zachte kant van Geert

En? De kandidatenlijsten voor de statenverkiezingen al bestudeerd? Of hebben jullie die ook nog niet ontvangen wegens allerlei organisatorische problemen? Heerlijk toch, dat je veruit de meeste hokjes niet hoeft rood te maken? Eentje slechts. Vandaag leg ik nog één keer uit, in welke kolommen je in ieder geval je rode potlood geen rondje moet laten inkleuren.

Spuit 11

Elke enclave krijgt de burgemeester die het verdient. Neem nu Utrecht. Eerste burger Aleid, bekend van oud papier, te ferme uitspraken en hitsige herenliefde. Zijn ambtsketen heeft de stevigheid van doordrenkt maandverband. Een vakgenoot elders op het platteland aan het woord in het plaatselijk nieuwsblad, altijd gevuld met louter niets. “We voelen ons zeer vereerd!”

Afvallen deel 3

‘Tja, dan moet u bij mijn collega zijn’, die weet daar alles van.
Ik sta bij de notenspecialist, die wagen op de markt, waar het altijd zo verleidelijk ruikt dat ik er van grote afstand onweerstaanbaar naartoe getrokken word.
Bakken vol met zoute, lichte of ongezouten lekkernijen, vers gebrand of geroosterd liggen me toe te geuren, elk met een voor omstanders nauwelijks hoorbaar stemmetje dat fluistert:
‘Een half pondje van mij, je verdient het, gewoon dóen. Meestal bezwijk ik en neem ik ook nog een extra onsje warme cashew noten mee om vanuit mijn jaszak te kunnen foerageren.