Nog steeds genaaid bij Albert Heijn

Vorige week, in de Albert Heijn in de Van Woustraat in Amsterdam. Een kassa zonder rij. Ik erheen met mijn karretje. Helaas. Het kassameisje vertelede mij met een verveelde blik, dat ik met mijn karretje bij de mandjeskassa stond. Toen ik vroeg waar het bordje dan hing, mompelde ze dat dit nu eenmaal de mandjeskassa was, en deed vervolgens of ik lucht was. Ik naar een andere kassa met mijn karretje. Toen ik daar had afgerekend zag ik dat het mandjesmeisje in die tijd nog steeds geen enkele klant had geholpen. Maar ja, het mag niet. Mandjeskassa.

Duidelijke taal

“Goedenavond meneer Balkenende, fijn dat u weer aan wilt schuiven voor het wekelijkse vraaggesprek.”
“Ook een goedenavond meneer Hagens, ik vind het altijd prettig om hier te mogen zijn.”
“Wilt u een kopje koffie?”
“Grappig dat u dat vraagt. Het is namelijk zo dat ik vaak om deze tijd gebruik maak van een kop vers gezette koffie, maar ik kom er helaas lang niet altijd aan toe. En soms heb ik na een lang debat simpelweg behoefte aan een blikje fris om mijn suikerspiegel op orde te brengen. ”

Sjalalie sjallahlaaf

Eindelijk! De Tros heeft nu ook het licht gezien. Ik roep al jaren dat we het Eurovisiesongfestival niet meer serieus moeten nemen. Muzikaal gezien komt het beste nog niet eens boven het niveau van de auditierondes voor Popstars uit en verder is het slechts politieke en economische hielenlikkerij. Met het nationaal songfestival 2010 heeft de Tros echter een keihard statement gemaakt.

D.D.Z.G.

“Dat is dan vijfentwintighonderd euro mevrouw”

“pardon?”

“Ja, de schade aan onze auto is aanzienlijk en u denkt toch niet dat wij daarvoor opdraaien? Wij zijn de sterke arm der wet en hebben het volste recht om uw hond plat te rijden als hij een gevaar vormt voor het verkeer.

Florence

De zesde keer dat we de hal betraden van het radio-therapeutisch instituut in Montpellier, had mijn vrouw al eerder dan ik op het schema gelezen, dat ik behandeld zou worden in kamer “Florence”.
Ze kon razend snel tekst op zijn kop lezen en was zelfs de receptioniste te snel af.
‘Ha, Florence Pierre, je favoriete masseuse’, lachte ze.
Van al het personeel was de verpleegster, behorend bij het apparaat in de kamer met die naam, inderdaad veruit favoriet.