Geen AOW voor domme bejaarden!
Als hij wakker wordt gaat hij zo snel als zijn oude ledematen het hem toestaan het bed uit. Hij pakt zijn bril van het nachtkastje en zet deze op. Dan loopt hij naar het raam om de gordijnen open te schuiven. Hij kijkt naar beneden. Een grimmige trek komt om zijn mond. Zo vlug als hij kan, wast hij zich en kleedt hij zich aan. Moeizaam daalt hij de trap af. Ondanks de nieuwe heup is hij toch niet meer zo goed ter been. In de keuken is zijn vrouw, met wie hij al zo lang samen is dat hij zich de trouwdag niet eens meer herinneren kan, bedrijvig in de weer met het ontbijt. De heerlijke geur van koffie hangt in de keuken, maar hij ruikt het niet eens. Hij pakt zijn wandelstok met een woest gebaar, haalt de voordeur van het slot, rukt de deur open en strompelt de voortuin in. Zijn vrouw volgt hem met een bezorgde blik in haar ogen.
