De kleine klant

Hij staat vooraan bij de kassa in de buurtsuper en valt me eigenlijk pas op als er maar geen schot in de rij komt.
Ik gluur langs de brede rug van de man voor me naar beneden, zo’n 50 centimeter van de grond.
4 is ie, hooguit, en hij heeft zelf een boodschap gedaan. Een heel pak kinderchocolade. Die van die eieren met een speeltje erin.
Heel vieze chocolade, maar leuke gadgets, soms ben ik zelf nog weleens benieuwd naar wat er in rammelt.

Bij vlagen…

Met mijn compagnon, de vrije radicaal Ab, ben ik op weg naar een klusje. Ons onderzoeksbureau kreeg de opdracht van een Verzekeringsmaatschappij dat een personeelslid verdenkt van frauduleuze handelingen. Nou, dan zit dat personeelslid volledig op zijn plaats bij die verzekeringsmaatschappij.

Een receptje

Onze apotheek, wat een rare manier van uitdrukken is dat toch, dat ‘ónze’.
Behalve de medicijnen die ik er vanmiddag op kwam halen is er immers niets van ons of van mij bij. En eerlijk gezegd zou ik het nog niet voor niks willen hebben zo’n apotheek. Die geur van DSM chemie die er ondanks alle afzuiging toch blijft hangen, geen enkel product dat ook maar enige hebberigheid bij me doet ontwaken, en die apothekers ja, het blijven toch een soort archetypen, klonen van Josef Geelman, een beetje zurig en zuinig alsof ook de levensvreugde met 1 microschepje tegelijk en alleen op recept verkrijgbaar is.

Randstadcrimineel

Er staat een donkerblauwe bestelauto in het bos. Dat is raar want er is in geen velden of wegen iets te bekennen dat op een doorgaande weg lijkt. De auto staat geparkeerd op het bospad waarlangs onze paaltjesroute leidt. Waarom staat die auto daar? In mijn buik begint het te kriebelen.

Confused

Vanaf jongs af aan snap ik het hele kerstverhaal al niet, al wat niet te verklaren is toeschrijven aan een wonder is hetzelfde als een bolletjesslikker met aardappelen in zijn poeperd, het klopt gewoon niet en het gaat er moeilijk in. Dus besloot ik het kerstverhaal nogmaals te lezen: “Ik ben een boodschapper van God en ik kom je iets fijns vertellen,” zei de engel. De eerste die dat tegen mij in de kroeg zegt zou ik doorverwijzen naar die meneer in de witte jas maar Maria, naief als ze was, vond het volstrekt logisch.