Pikdrift
Voor een bioloog is het leven mooi. Waar anderen door hun toehoorders (met veel speeksel en valse lucht) bestempeld worden als ‘fuile fiese sexsjisten’ wanneer ze in al hun onschuld vertellen over het liefdesspel met hun teerbeminde, kan ik op het theekransje van je oma verhalen spuien over vuige oraal-genitale uitspattingen met zaadlustige nymfmeisjes en daarbij goedkeurende knikjes en uitroepen van bewondering oogsten. Van oudsher maken wij, gruizige biologen, gebruik van elegant jargon en een façade van wetenschappelijk onderzoek, zodat we ongestoord kunnen vuilbekken.
