Blije baby’s

Een drukke dag op de afdeling verloskunde. Veel mensen die nog even langskomen voor de Kerst, omdat ze het zekere voor het onzekere willen en niet één van de Kerstdagen in het ziekenhuis door willen brengen. Zo is er een mevrouw die gisteren op haar buik is gevallen en zich nu dan toch zorgen maakt. Ik maak een hartfilmpje bij de baby en zorg dat haar bloed getest wordt. Gelukkig is alles goed en kan de patiënt vrolijk aan de Kerst beginnen.

Het dictee, of het dicteren?

Gisteravond was de titel van het zoveelste dictee der Nederlandse taal ‘Zelfverminking’. Helaas, of gelukkig want dat weet je nooit van tevoren, was ik afwezig, ik zat in een restaurant. Jawel, dank u het smaakte voortreffelijk. Dit had als logisch gevolg dat ik niet meteen kon meepennen.

Baby don’t worry, I will always sing this song

De trillende telefoon op de vloer doet me ontwaken. Niet veel later doet ook A-PUNK zijn intrede. Fyn. Ik sliep. Onvoltooid (hurray) verleden (damn) tyd (nooit goed). Twee – Één. Damn it. In het duister tastend naar myn GSM ontdek ik dat ik niet in een bed maar in een zetel lig. Een designerbank. Een zwarte. Zo eentje van Italiaanse makelij. Hy ruikt naar vers leder. Heerlyk. Helaas niet op een zaterdagochtend.

Ad Sinterim

Het is guur weer buiten. De maan schijnt door de bomen. Deze schijnt met een flauw schijnsel op een roodgekleurde telefooncel. Binnen in de telefooncel staat iemand druk te telefoneren. Vast een buitenlander, want wie heeft er tegenwoordig geen mobiel. Met een zwaar cockneyaccent stoot de man aan de telefoon met luide stem boze klanken uit. Gelukkig zorgt een taaldetector voor een juiste vertaling.

Wie niet waagt 3: Rens

Rens doet de deur open en reageert verbaasd als hij Johan ziet staan.
“Joh, ik heb vanmiddag Desiree gevraagd of jij en ik weer eens samen naar de sportschool kunnen gaan. Dat je zo snel op de stoep zou staan had ik niet verwacht. Kom binnen man, je ziet er uit of je een geest hebt ontmoet.”