Met de jaren realiseer ik mij steeds meer in wat voor prachtige provincie wij leven. En dan doel ik niet op het door mij nooit begrepen ‘blier laitsjende boulân‘, maar op de nuchtere volksaard van de Friezen. Een volk dat ‘de kop ervoor gooit’ en dezelfde kop erbij houdt als het onverhoopt wat minder mocht gaan. Het is dát nuchtere waar ik steeds meer waardering voor heb gekregen. Dat is niet altijd zo geweest. Meer dan eens heb ik mij in het Abe Lenstra-stadion zitten op te vreten, vooral in de komkommerjaren waarin wij uit de enige beker die ons nog restte koffie dronken. Gek werd ik van de mij omringende supporters die na afloop van wéér een zeperd mompelden dat het volgende week toch zeker beter zou gaan. Niks volgende week, bloed aan de paal en wel nú. De spelers waren zakkenvullers, de trainer een charlatan, en het bestuur bestierde een bananenrepubliek. Mijn protest zocht een uitlaatklep maar mijn witte zakdoekje resulteerde slechts in het vriendelijke verzoek van mijn achterbuurman om te gaan zitten.

Pas later besefte ik dat het deze volksaard is waardoor Heerenveen staat waar het staat, in de top van de eredivisie. De club gaf mij een spiegel en sindsdien heeft een serene rust zich van mij meester gemaakt. Niet langer grijp ik naar de hamer als de startmotor weer hapert of schud ik kapotte elektronica door elkaar. Eenmaal met dat besef gewapend is het heerlijk om door het venster van onze Friese stolp te kijken. Vooral richting het westen waar het zo lekker dondert.

Neem Feyenoord, de eens zo onaantastbare Kuip is dit seizoen een attractiepark geworden. Bezoekende clubs maken er zelfs een gezellig dagje van en kieperen na afloop drie punten in de kofferbak. En wat doe je dan als club? Timmer je een gedegen beleidsplan voor de toekomst in elkaar, of bel je, raar maar waar, Ti Ta Tovenaar? Dat laatste is wel héél verleidelijk maar waar vindt je nog een ambachtelijke druïde? In Polen!

De SOS van Feyenoord was koud de ether in geslingerd of Leo Beenhakker verscheen aan de horizon om zijn terminale geliefde met een kus tot leven te wekken. Zo, de flexwerker was weer thuis, de cirkel opnieuw rond, en we konden andermaal genieten van de riedeltjes van de man die het allemaal al eens eerder heeft meegemaakt. Want Leo Beenhakker is de belichaming van ‘het wereldje’ en vertelt daar graag en veel over. Héél graag en héél veel. Lurkend aan een Havanna steekt hij voor de zoveelste keer van wal.

Want ach jongen, je moest eens weten wat hij allemaal al niet heeft meegemaakt. Haben Sie eine Stunde? Gedemoraliseerde spelers, loslippige spelers, over het paard getilde talenten en kwajongens, hij kent ze allemaal. Voor hem is Feyenoord een routineklus. En wat heeft hij te verliezen? Mocht zijn oogappel in zijn handen overlijden dan heeft hij tenminste het leed kunnen verzachten, en als Feyenoord ontwaakt is hij degene geweest die Pierlala beentje heeft gelicht. Tel uit je winst.

Aan zijn ontegenzeggelijke trainerskwaliteiten kom ik niet, daarvoor heeft hij teveel sporen verdiend. Wel wordt ik een beetje kriegelig als ik hem te pas en te onpas over respect hoor kakelen. Hetzelfde respect dat hij niet kon opbrengen toen hij ooit zijn Feyenoord, tijdens het spelen van het Fries volkslied, Heerenveen de rug liet toekeren. “Als ze in Veendam vóór de wedstrijd uit traditie hun broek laten zakken, dan blijf blijven we ook niet staan” was zijn verklaring. Humor en respect, Leo husselt beide woorden door elkaar.

Gelukkig houden wij hier ons in tijden van tegenspoed verre van de Jomanda’s en Ratelbanden, laat staan dat wij een pillendraaier consulteren. Want als het elftal van Gert Jan Verbeek onverhoopt mocht stranden, maar wij toch ietsje van Ti Ta Tovenaar willen meepikken, dan toch zeker alleen zijn onvergetelijke slotzin: “dat zien we morgen dan wel weer”.

Categorieën: Sport

4 reacties

KawaSutra · 16 mei 2007 op 23:19

Zit gewoon weer heel goed in elkaar, deze column. Direct insturen naar de V.I. zou ik zeggen.

Dees · 17 mei 2007 op 10:00

Sport is hier niet de meest geliefde categorie. Maar jouw columns zijn van zo’n kwaliteit dat overslaan van deze column ontzettend jammer zou zijn. Goed!

arta · 17 mei 2007 op 10:54

Eens met Dees!
🙂

schoevers · 18 mei 2007 op 07:44

Helemaal herkenbaar!!
Prima column.

Groeten van Hans,
(sedert 2 jaar ‘nepfries’)

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder