Al talloze keren heb ik het gedaan, maar het blijft niet mijn meest favoriete klus. Voor de patiënten trouwens ook niet om te ondergaan. Mannen katheteriseren. Vorige week was het weer eens zo ver. Een patiënt die onder algehele narcose was geopereerd kon niet plassen. Wij als verpleegkundigen mogen dat zo’n zes uur aankijken. Daarna wordt er gebladderscant om te zien hoeveel urine er zich in de blaas ophoopt. In dit geval was dat ruim 800 mm. Dat is best veel. Bij meer dan 500 mm moeten we actie ondernemen.
‘Als je nu niet plast, dan moet ik een katheter zetten,’ dreigde ik de patiënt in kwestie. In sommige gevallen wil dat nog wel eens helpen.
Maar helaas was dit nu niet het geval. Ik werd dus gedwongen om mijn dreigement uit te voeren.
Marieke, een eerstejaars leerling waar ik de late dienst mee draaide, werd al helemaal enthousiast bij dit vooruitzicht.
‘Oh, mag ik meekijken?,’ vroeg ze verheugd. ‘Sterker, je moet assistentie verlenen,’ deelde ik haar mee.

Nadat ik alle benodigde spullen had verzameld, verzocht ik de patiënt, Paul, om zich van zijn boxershort te ontdoen. Paul is een alleraardigste jongeman die zo’n tien jaar jonger is dan ik zelf ben. Ik mocht hem dan ook tutoyeren.
Met natte gazen waste ik zijn geslachtsdeel. Toen hij even kreunde bedacht ik dat ik misschien beter iets warmer water had kunnen gebruiken. Met behandschoende handen spoot ik een verdovende gel in zijn ureter. ‘Zo, dit moet even inwerken.’
Ik had mijn jonge assistente inmiddels geïnstrueerd wat ze moest doen en verving mijn niet steriele door steriele handschoenen.

Daarna pakte ik de, door Marieke aangereikte, katheter uit de verpakking en trok de penis van Paul een beetje omhoog. Vriendelijk glimlachte ik naar hem. ‘Ontspan je maar, hoor. Tis zo gebeurd.’ Stelde ik hem gerust.
Gezegend met een jarenlange ervaring schoof ik de katheter in de ureter. Dat ging nog soepel. Er kwam echter niet, zoals ik verwacht had, een flinke straal urine. ‘Spuit de ballon eens op,’ droeg ik de leerling op. Dat ballonnetje dient ervoor om de ureter af te sluiten en de katheter in de blaas te houden.
Mijn collega spoot water in het daarvoor bestemde plugje en piepte benauwd: ‘Het gaat niet makkelijk. Ik voel weerstand.’
Ik nam de spuit van haar over en lachte even naar Paul. Na het zetten van enige kracht verdween het water in het ballonnetje. Tegelijkertijd sijpelde er een straaltje bloed uit de penis. Maar nog steeds geen druppel urine.

‘Is dit wel goed?’ vroeg Marieke, wijzend op het bloed dat zich nu verspreidde over de onderlegger op het bed. Ze begon wit weg te trekken. ‘Ach, een klein bloedvaatje geraakt, dat hoort erbij. Maar waar blijft de urine,’ mompelde ik, terwijl ik in gedachten een paar krachttermen uitte. Na wat manoeuvreren van de katheter besloot ik hem er weer uit te halen. Hierbij kwamen er ook wat stolsels los. Paul werd een beetje bleek en misselijk bij het zien van het bloed dat uit zijn geslachtsdeel kwam.
‘Ik voel me niet helemaal lekker,’ zei hij zwakjes.
Onvast op haar benen haalde Marieke een nat, koud washandje. Het washandje legde ik op het bloedende geval van Paul, nadat ik eerst zijn gezicht had gedept.
Marieke plantte ik op een stoel en duwde haar hoofd tussen haar knieën. ‘Blijven ademhalen, hè,’ gebood ik haar.
‘Ik ga even de uroloog bellen, maak je niet ongerust.’ Met deze woorden liep ik de kamer uit.

De uroloog moest vanuit huis komen. Zij bleek een jongedame te zijn die even later arriveerde. De penis van Paul druppelde tegen die tijd nog steeds bloed na in plaats van urine.
Al pratende opende de charmante urologe haar koffer met slangetjes, maakte de penis schoon en jaste in no time een andere katheter de ureter in.
Zonder te kijken trok ze haar handschoenen uit en vroeg mij: ‘Hoeveel loopt er af?’ Ik keek naar de opvangzak die bevestigd zat aan de katheter en telde hardop mee: ‘200, 300, 400 milliliter.’ Om te stoppen bij 850. Bijna een liter.
‘Mooi,’ zei de specialiste. ’De katheter moet een week blijven zitten omdat er teveel urine achterblijft in de blaas. Kom volgende week maar op de poli terug.’
Ik keek Paul aan en vroeg of hij zich al beter voelde. Nadat zijn blaas geledigd was kon hij mij daarop bevestigend antwoorden. Mijn assistente was er minder goed aan toe. Zij zat nog steeds met haar hoofd op haar knieën en haalde zwaar adem. Ik gaf haar een glaasje water en adviseerde haar even te blijven zitten.

Aan de urologe vroeg ik wat ik nu precies verkeerd gedaan had. ‘Niets, hoor. Waarschijnlijk zat je met de punt van de katheter tegen de blaaswand aan en bij het opblazen van de ballon heb je een bloedvaatje geraakt. Ik heb een speciale mannenkatheter gebruikt met een schuin taps aflopend puntje waardoor je dat probleem niet hebt. Goed dat je gebeld hebt. Hier heb je er een paar in voorraad.’
Uit haar koffertje overhandigde zij mij een paar van die wonderkatheters en ik nam me voor om bij mannen, jong en oud, alleen nog maar deze te gebruiken.
Daarna ontfermde ik mij over Marieke. Zij vertelde dat ze nog nooit een katheterisatie had meegemaakt en dat ze erg geschrokken was van het bloedverlies dat hiermee gepaard ging. Terwijl ze nog een beetje pips om haar neus zag, vertelde ik haar dat dit ook niet gebruikelijk is. De woorden van de vriendelijke urologe hadden mij echter gerustgesteld dat er niets ernstigs beschadigd was bij de patiënt.

Paul ging de volgende dag met katheter en antibiotica naar huis. Volgens de laatste berichten maakt hij het goed. Met Marieke gaat het ook goed. Zij heeft zich inmiddels gespecialiseerd in het dreigen met katheters bij niet plassende patiënten.

Categorieën: Gezondheidszorg

Nachtzuster

Ik doe iets aan jouw pijn.

11 reacties

Meralixe · 5 december 2012 op 15:02

Ik kan me wel ’t één en ’t ander voorstellen bij deze column daar ik een zestal jaren terug geopereerd ben aan ‘prostaatkanker. ’ Ik heb toen gans deze mik-mak van giechelende verpleegsters en stagiaires aan de lijve ondervonden en ondergaan. Ik herinner me nog alsof het gisteren was de stagiaire die de darm in mijn buik die dienst deed als drainage eventjes moest los maken om deze vervolgens efkens van plaats te wijzigen. Het was voor haar zichtbaar een ganse klus. De aanwezige hoofdverpleegster moest op een gegeven moment het zweet van haar voorhoofdje weg debben.
En ik? Nog nooit zó stil gelegen als toen!!!

Libelle · 5 december 2012 op 15:12

‘Ik wil een schuin, taps aflopend puntje’. Zo heb ik het opgeschreven. Ik weet zeker dat ik het nog eens nodig heb.
Is Marieke wel zo sympathiek?

Libelle · 5 december 2012 op 15:14

O ja, leuke titel ook.

Ferrara · 5 december 2012 op 17:50

Oeioeioei. Alles tegen.
Die “wonderkatheter” begrijp ik niet helemaal.
Nooit gehoord van de Tiemannkatheter?

SIMBA · 6 december 2012 op 08:22

Ik geniet altijd van jouw verhalen Nachtzuster, ik zat nu met ingehouden adem te lezen zo leefde ik mee met Paul!
Waarom zijn die speciale katheters niet gewoon voor handen, waarom de patient onnodig plagen?

Yfs · 6 december 2012 op 11:29

Hoewel ik blij ben dat ik een meisje ben en dus geen plasser heb, heb ik de column met samengeknepen bekkenbodemspieren op het puntje van mijn bureaustoel gelezen. :klappen: 😆

Nachtzuster · 7 december 2012 op 01:11

@Ferrara, daar heb ik uiteraard wel over gehoord. Alleen hebben wij die niet standaard in voorraad.

@Yfs, wat sneu voor jou dat je geen plasser hebt. 😆 😆 Moeten we toch eens een serieus gesprek hebben over hoe jij op het toilet zit. 😀

Mien · 7 december 2012 op 07:35

Zo zie je maar, met een taps aflopend puntje kun je alles gladstrijken. Deze techniek is ontleend aan de bouwwereld. Als ge het niet meer wit, gebruik dan pur of kit en een taps afgesneden pvc-buisje om de kit glad te strijken.
Leuke inkijk in een bijzonder vakgebied.

Mien Goudband

arta · 7 december 2012 op 09:01

Echt bijzonder om een inkijkje in het leven van een Nachtzuster te mogen lezen!
Yfs, ik las het precies hetzelfde als jij 😀

pally · 7 december 2012 op 22:32

Goed beschreven, nachtzuster! Ik dook weer heel even in mijn medisch verleden. Ik voelde wel met Paul mee, hij moet het erg benauwd gehad hebben met zo’n voorraad.

groet van pally

Nachtzuster · 8 december 2012 op 17:56

Dank voor de reacties. Enne, Libelle, Marieke is een uitstekende leerling die heel lief en zeer sympathiek de meest gruwelijke, bloederige verhalen ophangt aan patiënten. 😉

Geef een reactie

Avatar plaatshouder