Klik hier om deze column te horen

Languit op de bank. Drankje erbij. Zak chips. Kat op mijn schoot. Kraken en knorren wedijveren wie de meeste herrie produceert. Tot grote ergernis van mijn vriendin. Het geluid van de tv wordt voor de zoveelste keer opgeschroefd. Converseren kan al niet meer sinds een uur. Kastje kijken dus. Ik verschuil me zo af en toe achter het vrouwenblaadje. Zogenaamd om een stukje van een kruiswoordpuzzel op te lossen. Dan valt het niet op dat ik stiekem een traantje wegpink. Want ik kan niet tegen al die emoties die de beeldbuis de kamer ingooit. Eigenlijk schaam ik me als kerel kapot dat ik zelfs bij Bambi al in tranen uit kan barsten. Een kerel hoort niet te janken. Ik kan het niet helpen. Het is een feit. Een hereniging van geliefden, een geslaagde operatie van een huisdier. Zelfs bij het zien van een door buren opgeknapt huis van een gehandicapte houd ik het niet droog. Je zou haast zeggen: ”die knaap mankeert wat”. Maar zelfonderzoek brengt ook niet veel schokkends naar boven. Ik kom juist uit een doodnormaal arbeidersgezin. Met al zijn ups en downs. Ik lijk wat karakter betreft waarschijnlijk het meeste op mijn moeder. Beetje terughoudend, liever observerend. Terwijl de overigen uit het gezin veel meer extravert zijn. Mijn vader had een echt Bourgondische inborst; ondeugend op een leuke manier, gezelligheid voor alles. En mijn broers hebben dat ook in meer- of mindere mate. Altijd veel mensen om zich heen. Ik kan me in mijn uppie ook prima vermaken. Pa kon met weinig woorden heel veel zeggen. Mijn vader vond al dat leren maar zozo. Ik kon net zo goed bij Werkspoor aan de slag. Het is dat ma haar invloed altijd heeft laten gelden als het om het studeren ging. Anders was er voor ons nooit iets van leren gekomen denk ik. Maar toen ik geslaagd was voor mijn MTS stapte hij naar me toe. Legde zijn handen op mijn schouder en zei : “goed gedaan jochie”. Zelfs nu ik dit vertel zet die ouwe pik de tranenmachine weer in werking. Het is eigenlijk niet eerlijk. Maar ma voelde zich op haar manier gelukkig. Missie volbracht; dat was genoeg. Terwijl haar achteraf gezien wel wat meer eer toebedeeld had mogen worden.

Drie keer zeventien ben ik nu, en nog steeds die tranen. Genoeg meegemaakt, zeker. En me misschien daarom wel bewust hoe eenvoudig sommige dingen zijn. Een gebaar. Een hand. Een kus. Zomaar iemand een pleziertje doen. Zonder te denken : “wat levert het op ?” Wat zien we het nog in de tegenwoordige tijd ? Wellicht daarvoor wel mijn tranen. Jank gewoon een beetje voor de mensen die niet meer in staat zijn hun werkelijke gevoelens te uiten. En huil met de anderen mee die nog wel aan dat gevoel mogen proeven. Moet er maar niet te lang bij stilstaan. Anders is de buurtsuper zo door de voorraad papieren zakdoekjes heen.
Mijn laatste zinnen. Column af. Mijn ogen branden. Heb zeker weer te lang achter het beeldscherm gezeten.


1 reactie

Kees Schilder · 29 mei 2003 op 12:21

Mooie column met gevoel en emotie geschreven.
Geweldig verwoord Kobus!
groet
Kees

Geef een antwoord