Onlangs werd ik hier op ColumnX uitgedaagd om een van mijn, ik mag wel zeggen, vele meningen nader uit te gaan leggen. Mij werd tevens op het hart gedrukt om dit bij voorkeur in een column te gaan doen. De uitdaging was ter sprake gekomen naar aanleiding van een column over terrorisme, waarna ik vervolgens iets over de Amerikaanse grondwet riep. Bij deze neem ik die handschoen op in een poging een lans voor Amerika te breken. De kwestie Irak is een van, zo niet de meest polariserende gebeurtenissen uit de recente mondiale geschiedenis. Voor- en tegenstanders buitelden in de aanloop naar de oorlog toe over elkaar heen en zelfs nu, wanneer de wereld naar de gevolgen van deze in hoofdzaak Amerikaanse ingreep kijkt, is dat wezenlijk nog niet veranderd. Een ieder heeft zo zijn eigen dilemma. In de VS ligt de voorlopige stemverhouding tussen Kerry en Bush keurig op ‘fifty-fifty’ en hier in Nederland weten we allemaal niet meer even goed wat we met onze missie in Irak aanmoeten nu de tweede van ‘onze jongens en meisjes’, hoe tragisch, is gesneuveld.

Mijn persoonlijke waardering voor de VS is de afgelopen jaren gestegen. Natuurlijk kun je naar de VS kijken door een dollarb(r)ill en het is heus niet allemaal goud dat er blinkt. Het goud heeft men jaren geleden al gedolven en hoewel we vaak alleen de bovenkant van het land zien, de succesverhalen, heeft het wel degelijk ook een onderkant. The American Dream kent zogezegd zijn eigen tegenhanger. Maar mij verbaast het nog steeds hoe het toch kan dat zo velen aan die onderkant van de Amerikaanse maatschappij, altijd blijven dromen en hopen op dat het eens allemaal anders kan zijn. Nog opvallender is het dat het velen daadwerkelijk lukt.

Een ander interessant aspect waarop ik met name in wil gaan is het patriottisme van de burgers van het land. Op de momenten wanneer het er op aan komt is men in staat om zich als een man achter bepaalde beslissingen of gevoelens te scharen. Natuurlijk wil dit niet zeggen dat er dan ook een algehele consensus op die beslissingen is – in de VS zijn voldoende tegenstanders van de oorlog in Irak te vinden om het beestje maar eens ronduit bij de naam te noemen – maar de consensus op zichzelf is ook niet wat men als doel of als resultaat nastreeft. Wanneer eenmaal besloten is dat de klus geklaard moet worden, dan richt men zich vervolgens gewoon op het beoogde resultaat van die beslissing. En vergis je niet, ook Kerry is gewoon van plan de klus te klaren in het geval hij zich straks de 44e president van de VS mag noemen.
Dat is even wennen voor ons als Nederlanders. In ons mooie land krijg je soms het idee dat consensus an sich vaak belangrijker wordt geacht dan de beoogde resultaten van beslissingen; consensus als doel, meestal halfslachtige besluiten als resultaat omdat iedereen nu eenmaal tenminste een klein beetje tevreden oftewel zoet moet worden gehouden. Vlees noch vis denk ik dan vaak. Bovendien kun je je in alle oprechtheid afvragen wat consensus eigenlijk nog voorstelt wanneer het betekent dat iedereen een klein beetje van wat hij oorspronkelijk vroeg gekregen heeft. Nìet zijn we het samen werkelijk eens geworden maar ieder heeft tenminste een klein stukje gekregen wat hij zèlf zo nodig wilde of eiste zelfs. En zo bestaat onze ‘overeenstemming’ zoals we die dan maar al te graag presenteren in essentie slechts uit in tenminste enige mate tevreden gestelde egoïstjes.

Nu we hier een regering hebben die consensus niet langer meer heilig acht en evenmin meer uitsluitend centraal stelt – een einde maakt aan de polderkolder zoals ik dat zelf altijd genoemd heb – en zich dus met name richt op resultaat, lijkt het land dat in beginsel al van bescheiden proporties is, regelmatig te klein. Vakbonden en andere belangenverenigingen mogen heus nog wel doen waarvoor ze in het leven geroepen zijn en daar ben ik ook een uitgesproken voorstander van, maar dat is niet langer meer een garantie voor een of twee van de tien opgestoken vingers in de pap. Evenmin levert het nog langer per definitie de zoethoudertjes op waaraan men zo gewend is geraakt en waarmee men hun bestaansrecht naar hun achterban toe aan kan tonen. Persoonlijk denk ik tenslotte dat de ware uitdaging voor dergelijke organisaties ook gelegen is in het pro-actief meepraten en meedenken over resultaten voor op de langere termijn in plaats van het aantal lidmaatschapsopzeggingen van hun eigen organisaties zoveel mogelijk te beperken door zoethoudertjes te scoren om de korte termijn mee door te kunnen komen. Een concreet voorbeeld in dit kader om dit deel van deze column mee af te sluiten. Dat we weer naar de veertigurige werkweek gaan is op termijn onontkoombaar, dat je je vervolgens hard gaat maken voor een extra beloning naar rato voor de vier uren die er dan extra gewerkt moeten worden is alleszins reëel en tevens noodzakelijk.

Onlangs was Morris Tabaksblat te gast bij het tv-programma Zomergasten van de VPRO. Joost Zwagerman vroeg hem heel verstandig naar of er ook verschillen waren tussen de Amerikaanse en de Nederlandse bedrijfscultuur aangezien Tabaksblat zolang in de VS had gewerkt. Hij gaf een mooi voorbeeld van het verschil. Hij vertelde dat hij zijn managementstijl danig aan had moeten passen. Hij was in Nederland gewend om ideeën gewoon op tafel neer te leggen omdat de betrokken mensen er vanzelf hun eigen ding mee deden of alternatieven aandroegen. Deze werkwijze was hier de manier om mensen aan het denken en aan het meepraten te krijgen om uiteindelijk een richting te kiezen. Paste hij dezelfde methode in de VS toe dan kreeg hij een heel ander resultaat. Als hij het idee dat hij had op tafel neergooide bleef het stil, iedereen knikte en dat betekende dan zo ongeveer het volgende: “Okee, jij bent de baas, als jij dat wilt dan doen we dat en we gaan er meteen mee aan de slag.” Tabaksblat had een andere bedoeling natuurlijk. Hij wilde vooral de creativiteit van mensen prikkelen om input te ontvangen voor de beslissingen die hij moest nemen. Hij heeft zich andere methoden aan moeten wennen om hetzelfde effect te bereiken maar het voorbeeld dat hij schetst is misschien wel exemplarisch voor het verschil tussen ons denken en doen en dat van de VS.

Voor beide valt iets te zeggen trouwens, daar wil ik duidelijk over zijn. De gemiddelde Nederlander heeft een zelfverklaarde zogenaamde gezonde afkeer van autoriteit en dat levert inderdaad vaak zoiets als creativiteit en andere effecten op. Bovendien is dat juist waar we beroemd om zijn geworden en successen mee behaald hebben; onze individuele benadering van kwesties en de inventiviteit die we daarbij aan de dag weten te leggen, niet gespeend van ondernemerschap en handelsgeest. Ondertussen vind ik de transatlantische variant ook zeker aantrekkelijk: niet zeuren maar doen en we doen het samen! Het resultaat als doel en niet zoiets als de tijdsduur die we besteed hebben aan het iedereen maar ongegeneerd zijn verplichte zegje en gewenste voordeeltje gunnen; daarom een beslissing nemen, kiezen, en er dan ook mee aan de slag gaan om het tot een goed einde te brengen. De klus klaren kortom. Dat de VS hierin succesvol zijn en beroemd om zijn geworden behoeft weinig of geen verdere toelichting.

Rest de vraag hoe deze verschillen tussen Amerikanen en Nederlanders eigenlijk verklaard kunnen worden en waarom die verschillen soms zoveel afkeer jegens elkaar oproepen; het eigenlijke thema van deze column. Het voert te ver om mijn nu volgende slotconclusie als eensluidende verklaring hiervoor te hanteren maar ik ben er van overtuigd dat de essentie van zo’n verklaring al in het verschil tussen de openingsregels van de Nederlandse en de Amerikaans grondwet gelegen is. In beginsel dus met andere woorden. De Amerikaanse grondwet vangt als volgt aan: “We the People of the United States….” Dit in opmerkelijke tegenstelling tot onze eigen Nederlandse grondwet die in artikel 1 met de volgende woorden begint: “Allen die zich in Nederland bevinden….” Een volk en een groep zich in een bepaald land bevindende aanwezigen. Kan een begin van de verklaring van het verschil treffender geduid worden?

Ik ben blij een Nederlander te zijn en evenzeer ben ik blij dat er hier ruimte is voor de individuele inbreng die ik keer op keer bij tal van onderwerpen en ideeën mag leveren als ik dat wens te doen. Toch heb ik ontzettend veel bewondering voor de VS waarvoor ik me bovendien niet schaam om die te uiten wanneer ik hoor over de afkeer die veel Nederlanders (of Europeanen) jegens de VS koesteren. En ik vraag mij oprecht af of die afkeer in wezen niet een heimelijke en egoïstische afgunst is op een volk dat op vele, vele manieren een vorm van gemeenschapszin aan de dag weet te leggen waarvan wij hier in Nederland met onze 16 miljoen zich hier bevindende aanwezigen al niet eens meer dúrven te dromen.


9 reacties

Bakema_NL · 3 september 2004 op 09:56

……..hulde !!!!!!!

Op alle punten heb je hier gelijk. Goed verwoord allemaal. Ik ben niet zo’n blinde massa-volger die Amerika haat, zoals tegenwoordig de mode is. Ik ben ook niet zomaar een “fan” van Amerika, er is genoeg mis in het land waar aan gewerkt zou moeten worden. Natuurlijk is het afgunst richting Amerika, een hoop mensen hebben het toch goed daar, een hoop ook niet, inderdaad een keerzijde. Maar je kunt er bovenop komen, je kan iets bereiken, als je er maar voor gaat. Hier belonen we klaplopers gewoon met geld, genoeg om te overleven, daar niet, daar moet je er voor werken, anders ben je de lul. Is dat te hard? Wij vinden van wel geloof ik, maar ik vind het niet meer dan normaal, iets wat hier ook meer gehanteerd zou moeten worden, want er zijn teveel luie flikkers hier die vaak ook nog een te grote bek hebben………….en ze worden er nog voor beloond ook, belachelijk. Het lijkt er op dat die gang nu is ingezet hier, men klaagt niet voor niks steen en been, maar we zullen er aan moeten geloven, werken met je test, anders ga je voor de bijl. Ooit waren we toch hardwerkende Calvinisten, het was gewoon een soort synoniem voor keihard werkende mensen…………dat heeft zijn glans toch behoorlijk verloren door de jaren heen. Want we zijn meer een lui zeikerig volk geworden. Zoals je al aangeeft, aan beide kanten van de oceaan zijn goede en minder goede dingen, op een heleboel vlakken, maar dat rücksichtlos zaniken over Amerika kan inderdaad wel eens gewoon met een diepe frustratie te maken hebben. Heeft het ook, want de hele wereld richt zich op Amerika en hun economie en dat is niet voor niks.

Mosje · 3 september 2004 op 10:56

Pff Raindog, wat een kanjer van een column!
Heb hem twee keer gelezen. De tweede keer om de “redeneerlijn”. Mooi lijntje is dat.
Over de inhoud.
Je toont op een heldere manier een aantal transatlantische verschillen.
Zelf ben ik vaak geneigd naar overeenkomsten te zoeken, vanuit de gedachte dat mensen meer op elkaar lijken dan dat ze van elkaar verschillen.
Wellicht een “politiek correcte” uitgangspositie, maar wel een die me verder geholpen heeft in de periode dat ik samenwerkte met mensen van ver over onze Nederlandse grens.

Raindog · 3 september 2004 op 18:33

Dankje Mosje en Bakema,

Ik wil toch nader ingaan op iets wat je zei Mosje, over het zoeken naar overeenkomsten. Ik ben dat volledig met je eens. Pas sinds een jaar is ‘omgaan met het verschil’ zoals dat heet een thema voor me geworden. Interesse en belangstelling voor het verschil leidt mijns inziens eerst tot kennis over- en daarna tot begrip voor elkaar. Belangrijk hierbij is dat dit niet perse met waardeoordelen vergezeld hoeft te gaan. We beperken onszelf zo vaak met de goed of fout oordelen. Niet alles is perse goed of fout, soms zijn de dingen gewoon zoals ze zijn. Die soort van begrip voor elkaar tenslotte, maakt het elkaar vinden in overeenkomsten mogelijk.
Het is een beetje zoals met die tolerantie-bullshit. Gaat tolerantie over dat je belangstelling in elkaar stelt, elkaar leert kennen en ondanks dat alles nog steeds met elkaar verder wilt, of is tolerantie slechts een apathie voor elkaar onder het motto ‘wat jij doet interesseert me niet zolang ik er maar geen last van heb’. Oftewel, on-verschilligheid.
Ik denk dat het belang van oog hebben voor ‘het verschil’, over het algemeen schromelijk onderschat wordt.

Bakema_NL · 3 september 2004 op 19:00

Ik begrijp best dat er verschillen zijn. Maar er kan lang niet altijd voldaan worden aan wat die verschillen voor gevolgen hebben. Ik kan niet toestaan dat 5 medewerkers die moslim zijn op vrijdagmiddag naar de moskee “moeten”. Ik heb er begrip voor dat zijn hun geloof willen belijden, maar ik kan niet voldoen aan hun wens om er uren tussenuit te gaan teneinde met het gezicht naar het oosten, kont naar het westen, te bidden. Ze hebben een deels dienstverlenende baan en moeten klanten kunnen helpen, daar hoef ik niet bij aan te komen dat er even niemand is omdat er tot allah gebeden moet worden…………..slechts een voorbeeldje.

JanBontje · 3 september 2004 op 19:24

Hadden de Indianen een strenger toelatingsbeleid gegad, dan zouden we nu niet hoeven te leiden onder Bush en zijn junta!

Amerika is een geweldig land en een gewelddadig land.

Amerika is een droom maar ook een nachtmerrie.

Amerika heeft veel mogelijkheden maar dwingt anderen die ook te zien op straffe van een bevrijdingsoorlog…

Amerika: een land vol tegenstellingen.

rrobin · 3 september 2004 op 20:43

Jees, had je het niet beter over twee columns kunnen verdelen?

Het stuk waar je “patriottisme” en “consensus” aan elkaar breit mag je iets uitgebreider uitleggen, aangezien ik het niet helemaal begrijp.

De vergelijking van de grondbeginselen loopt naar mijn gevoel ook mank. Uit de Nederlandse grondwet spreekt inderdaad minder het “wij” gevoel. Het document is dan ook niet opgesteld om de geest van het volk te weerspiegelen..

Er komt wel duidelijk in naar voren dat je de VSA bewondert om het “wij” gevoel dat er heerst. Frankrijk zal je ook wel bevallen 😉

Bakema_NL · 3 september 2004 op 20:59

[quote]Hadden de Indianen een strenger toelatingsbeleid gegad, dan zouden we nu niet hoeven te leiden onder Bush en zijn junta! [/quote]

Klopt, dan zouden we lijden onder de junta van Hitler en hadden we nu Duits geluld.

Raindog · 3 september 2004 op 21:44

Jeetje rrobin, jij bent niet snel tevreden he! Neem ik je uitdaging aan, begin je weer over…. ;-).

Maar goed, A gezegd, laat ik B dan ook maar doen. Met het verschil aan te geven tussen patriottisme en consensus, heb ik inderdaad het verschil in beleving van zoiets als het ‘wij-gevoel’ bedoelen aan te geven. Het lag ten grondslag aan je uitdaging. Om het met 16 miljoen mensen eens te worden is niet makkelijk, sterker nog, onmogelijk zelfs. Om samen als Nederlanders ons achter beslissingen van onze democratisch gekozen leiders te scharen wanneer dat er echt toe doet – denk hierbij dan maar aan onze mensen en missie nu in Irak of, als je je daar meer bij voor kunt stellen, aan de deceptie van de Srebrenica-gangers toen zij weer ‘thuis’ in Nederland aankwamen en vooral beschuldigende vingers naar zich uitgestoken zagen in plaats van een warme omhelzing – zou in theorie misschien mogelijk moeten zijn (geweest) mits wij op die punten een mentaliteit zouden hebben zoals [i]bijvoorbeeld[/i] de Amerikanen die hebben en vandaar de vergelijking.

Als onze grondwet niet is opgesteld om onze geest te weerspiegelen – wat op zichzelf best mogelijk is hoor, ik ben geen historicus – dan vraag ik mij als wedervraag af of wij zoiets misschien niet nodig hebben. En daar is een vergelijking met de VS misschien wel op zijn plaats. Of Frankrijk inderdaad hehehe…..

@Bakema in gelukkig mijn slechtste Duits: Du hast die Wörte aus meinem Mund genommen!

rrobin · 4 september 2004 op 16:25

De Amerikanen die uit Vietnam terugkwamen werden anders ook niet hartelijk ontvangen. Ook die oorlog werd meer gevoed met patriottisme dan consensus. De overdreven vaderlandslievendheid en het opbloeiende nationalisme lijken me niet echt iets om jaloers op te zijn.

En iets om de geest van het volk te weerspiegelen hebben we; het heet volgens mij een volkslied 😀

Maar je hebt gelijk, ik zou eens moeten leren wat sneller tevreden te zijn. De column is goed doordacht, en je stelling duidelijk omschreven. Het stuk is wat lang, en ik ben het niet echt eens met de inhoud, maar het blijft een goede column 🙂

Geef een antwoord