Elke ochtend als ik aan het joggen ben kom ik langs een groot huis met een enorme tuin waar hekken omheen staan. Er moeten mensen wonen, want ik zie licht branden en schimmen achter de ramen. Aan het hek hangt een bord met de tekst:
“Escape. Voor al uw psychische problemen. Bel gerust aan, wij helpen u.” Naast het bord hangt een bel. Het huis intrigeert mij. Als journalist probeer ik juist rust te vinden in mijn uurtje joggen, maar ik merk dat ik steeds nieuwsgieriger word. Ik probeer om meer over het huis te weten te komen. Maar wat ik ook probeer, via internet, het telefoonboek, mensen die er in de buurt wonen, er zijn geen gegevens te vinden.

Op een dag besluit ik om gewoon maar aan te bellen.
“Hallo?”
“Hallo, ik ben een journalist, en zou graag wat meer over uw instelling willen weten. Zou ik misschien een rondleiding kunnen krijgen en een interview mogen afnemen?”
Stilte.
“Hallo?”
“Wij houden de pers graag buiten in verband met de rust van de patiënten. U hebt toch geen camera meegenomen?”
“Nee, ik ben alleen, en zonder camera.”
“Oké dan. Er komt iemand naar u toe om het hek open te maken.”

Een paar minuten later komt er een schichtig kijkende man naar het hek. Als ik hem begroet reageert hij amper.Ik loop met hem mee, en kijk ondertussen nieuwsgierig rond. Het is een groot, somber gebouw. We lopen een lange gang door en komen bij een deur. Daar laat de man mij zwijgend naar binnen gaan.

In de grote kamer staat een gigantisch bureau. Achter dat bureau zit een oud dametje. Ze ziet er lief uit in haar gebloemde jurkje en haar grijze knotje.

“Dus u bent nieuwsgierig naar huize “Escape”?” vraagt ze vriendelijk.
“Ja, ik zou u graag een en ander willen vragen. Ik heb totaal geen informatie over uw instelling kunnen vinden.”
Het dametje lacht.
“Goede wijn behoeft geen krans. Mensen weten ons gewoon te vinden.Als ze hier komen, zijn ze in de war en hebben ze eigenlijk alleen maar behoefte aan een luisterend oor en aan rust. En dat geven wij de mensen hier. Dat ik u heb binnengelaten is eigenlijk uitzonderlijk. We houden hier niet zo van pottenkijkers, ziet u. Maar goed, er wordt hier ook nooit aangebeld door iemand die ons wil interviewen, dus als u discreet om kunt gaan met alles wat u te horen krijgt, vind ik het in orde.” Natuurlijk beloof ik dit onmiddellijk.

Het dametje staat op. “Zal ik u de rest van het gebouw laten zien?” Ik sta ook op, ik ben erg benieuwd. Als we de deur van het kantoor uitlopen draait de dame zich om en kijkt me streng aan. “Geen vragen aan patiënten stellen. Alleen aan mij.”
Ik knik, en bedenk vast een titel voor mijn artikel. “Het mysterie rond Escape?” Klinkt goed!

We lopen een paar lange gangen door met aan weerskanten deuren. Het dametje vertelt me, dat de patiënten daar hun kamer hebben. Dan komen we in een gemeenschappelijke ruimte. Er staan tafels, stoelen, maar verder niets. Het oogt ongezellig. Ik vraag de dame, waarom er geen schilderijen aan de muur hangen en geen bloemen op de tafels staan.
Het gezicht van de dame wordt streng. “Luister. De mensen die hier zitten zijn depressief. Zij lijden aan psychische aandoeningen. Sommige patiënten zijn suïcidaal, dus we moeten overal op bedacht zijn. We kunnen nog geen aardappelschilmesje laten slingeren, of er is wel iemand die zijn polsen probeert door te snijden. Als je zelf diep in de put zit, dan wil je niet opgevrolijkt worden door leuke schilderijtjes en gezellige bloemetjes. En veel mensen leven zo. Leven als een praalwagen van een bloemencorso.”
“Wat bedoelt u daarmee?” vraag ik, en op een of andere manier voel ik me wat beklemd. Net alsof de sfeer van het tehuis overslaat op mij. “Veel mensen geven zich over aan uiterlijk vertoon. Zij wonen in een mooi huis, hebben alles voor mekaar op materieel gebied, maar vanbinnen stormt het. Als je van een praalwagen de bloemen eraf haalt, dan blijft er een lelijk karkas over. En met dat karkas gaan wij hier aan de gang.”

Ik zwijg. We lopen verder. Ik zie patiënten lopen, maar met een schichtige, ontwijkende blik versnellen zij hun pas als ze ons zien. De dame vertelt een en ander over therapieën, maar het beklemmende gevoel blijft. Ik neem me stellig voor om naar de politie te gaan met dit verhaal. Het lijkt gewoon geen zuivere koffie. Haastig maak ik het interview af om me zo snel mogelijk uit de voeten te kunnen maken.

“Bedankt voor uw tijd, ik ga er maar weer eens vandoor. Wilt u mij de uitgang wijzen?”

Het dametje glimlacht.

“Er is geen uitgang.”

Categorieën: Thema column

DreamOn

DreamOn publiceert sinds 2006 columns op het internet. Zij schrijft over alles wat haar bezighoudt. Vaak (te) breedsprakig, maar dat is een leerpunt! In het dagelijks leven is DreamOn pedagogisch coach en heeft ze haar man, kinderen, familie en vrienden lief.

12 reacties

Mien · 27 november 2009 op 08:02

Supercolumn.
Save the best for last.
Voor mij op nr 1, samen met die van Pally (Orso) en Avalanche.

Puntje van kritiek:
Weinig relatie met thema najaar.
Had er even wat gekleurde blaadjes ingegooid?!

Mien :wave:

Avalanche · 27 november 2009 op 08:10

Mooie column, met een ‘Hotel California’-achtig eind!

Emiliever · 27 november 2009 op 10:39

Wat een spannend verhaal. Mooi geschreven ook. Vooral de dialogen, die vind ik altijd het moeilijkst. Het is dat het aardappelschilmesje en het bloemencorso bijna in één adem werden genoemd, anders had ik echt niet gezien dat het de themacolumn was. Ik heb genoten. Meer van dit!

lisa-marie · 27 november 2009 op 11:03

inderdaad er is geen uitgang !
Velen die opgeloten zitten voor altijd.
De verplichte woorden mooi verweven.

Orginele invalshoek voor “najaarsdepressies” 😀

KawaSutra · 27 november 2009 op 18:56

Uitstekend script, kan zo verfilmd worden!
Ik mis ook een beetje de seizoensinvloeden. Hoewel, het vrouwtje was wel in de herfst van haar leven. 😀

DreamOn · 27 november 2009 op 19:14

Het staat in de tegenwoordige tijd, het is nu november, dus herfst, dus najaar! 😀

LouisP · 27 november 2009 op 19:41

D.
mooi, origineel met hele mooie zinnen.zoals
‘….En met dat karkas gaan wij hier aan de gang.’

L.

Shitonya · 27 november 2009 op 23:31

Een van de beste themacolumns tot nu toe.

arta · 28 november 2009 op 10:48

Ook wat mij betreft: Erg geslaagd!

🙂

Saya_Surya · 28 november 2009 op 19:45

oew, creepy…

pally · 28 november 2009 op 23:53

Heel mooi gedaan, Do!Een soort horrorfilm. Apart. De verplichte woorden ook mooi verwerkt. Alleen ik zie veel depressie, maar geen herfst, inderdaad.

groet van Pally

Ma3anne · 29 november 2009 op 10:03

Die laatste vier woorden zinderen nog na. Hoe sterk kan een uitsmijter van geen-woord-te-veel zijn!

Gelukkig hadden ze er wel internet, want anders zouden we je column niet kunnen lezen.

Knap staaltje schrijfwerk, DO!

Geef een antwoord