Veertig jaar geleden verscheen mijn eerste ‘column’ in de jeugdbijlage van ons regionale dagblad. Elf jaar jong was ik, en voor één dag de held van het schoolplein. Dat was nog eens iets; je naam in de krant! De titel van het schrijfseltje: Vincent van Gogh.

Een tijdje geleden kwam ik het stukje nog eens tegen, zorgvuldig opgeborgen in een kistje, samen met enkele andere parafernalia uit mijn basisschooltijd. In eigen woorden had ik het levensverhaal van een der meest getormenteerde kunstenaars uit onze vaderlandse geschiedenis neergepend. Tijdens het lezen probeerde ik me even weer te verplaatsen in mijn toenmalige gedachtewereld.

Wat mij in de persoon Vincent van Gogh aansprak waren zijn gedrevenheid, bezieling, zijn totale overgave aan de Kunst. Bovendien kwam zijn ‘niet begrepen worden door mensen in de directe omgeving’, mij bekend voor. Daar liep ikzelf immers regelmatig tegenaan. Ik voelde zowaar enige verwantschap. Wat heet, tijdens het schrijven over van Gogh’s tragische ondergang, stonden de tranen in mijn ogen. Werkelijk waar! Voor mij was Vincent een soort van idool. Het miskende genie dat pas na de dood erkenning zou krijgen en vervolgens met onsterfelijke roem werd beloond. Dat laatste wil toch iedereen, meende ik. Stel dat mij eenzelfde lot te wachten stond. Dan kon ik bij voorbaat al een lange neus maken naar al diegenen die het nu nog in hun hoofd durfden te halen om mij te schofferen, passeren, negeren dan wel kleineren. Ha!

Door zelf te gaan schilderen maakte ik alvast een begin. Met mijn eigenhandig in elkaar getimmerde schildersezel trok ik er op uit en penseelde er op los. De raarste dingen legde ik op doek vast. Zodra mensen zich afvroegen wat het voorstelde gaf ik als uitleg: “Jullie begrijpen het niet.” “Wij begrijpen het niet”, zuchtte mijn moeder dan, met een knipoog naar de buurvrouw die voor het wekelijks kopje koffie bij ons op bezoek was en de uitgestalde kunstwerken met zichtbaar geveinsde belangstelling in ogenschouw nam. Het leverde wel mijn eerste opdracht op; Pukkie, het hondje van de buren mocht door mij naar eigen inzicht op ‘canvas’ worden vereeuwigd.

Maar het liep allemaal net iets anders, met mijn schilderscarrière en trouwens ook met mijn hele verdere handel en wandel. Wellicht maar beter ook, mijn oren zijn in ieder geval redelijk intact gebleven. Evengoed zijn er voor mij de afgelopen decennia momenten geweest dat ik, net als Vincent dacht; van mij mag het ‘doek’ vandaag nog vallen. Dan zat ik in zo’n fase. Zo’n fase waarin bij mij het gevoel de overhand kreeg dat ik in een fuik terecht was gekomen. Een fuik waaruit ontsnappen niet mogelijk leek. Edoch, zo ver als bij Vincent kwam het niet.

En wat betreft die eeuwige roem? Tja, zoals het vaak gaat. Reeds lang weggezet op de vuilnisbelt van onvervulde jeugddromen. Hoewel? Stel nu eens dat mijn columns, verhalen, brieven, gedichten, voordrachten en liedteksten gebundeld en postuum op de markt worden gebracht. Misschien weet een goed verstaander tussen de regels door alsnog die geheel eigen, originele ‘boodschap’ te destilleren en naar waarde te schatten. Wie zal het zeggen? De puntjes en streepjes van van Gogh vielen tenslotte ook pas na zijn dood bij het grote publiek op hun plaats. En als je ziet wat zijn leven en werk teweeg heeft gebracht, jemig! Van alles is er al door Jan en alleman bedacht om munt te slaan uit zijn nalatenschap. Daar komt geen einde aan. Nu staat er weer het zoveelste jubileumjaar op het programma, en niet te vergeten: de Musical. Kijk, en daar heb ik alvast rekening mee gehouden: De liedjes zijn nagenoeg klaar.

Categorieën: VEC

G.van Stipdonk

Gerard van Stipdonk. Mijn motto: Wie schrijft die blijft.

10 reacties

troubadour · 1 januari 2015 op 12:49

Je bent 51, er kan nog best een fuikje gespannen worden natuurlijk.. Ik deel jouw bewondering voor van Gogh en wat het bundelen betreft, ik zou het altijd doen. Een mens laat gemiddeld 60 kubieke meter rommel achter, daar kunnen een paar schoenendozen altijd bij. Ik vond het een onderhoudende column.

    g.van stipdonk · 2 januari 2015 op 19:52

    Bedankt voor deze onderhoudende reactie.

Mien · 1 januari 2015 op 17:41

Vincent van Gogh verkoopt nog steeds. Dat is hoopvol. Hoop doet leven. Ook voor ons schrijvers. Qua kwantiteit dan. Uiteraard. Brabants aard.

Spencer · 2 januari 2015 op 11:01

Gerard Reve: “Na mijn dood word ik op de scholen tien jaar vrijwillig gelezen en daarna nog eens tien jaar verplicht. Dan noemen ze een straat naar me. En dan ben ik helemaal vergeten. Niemand weet toch meer wie Tweede van der Helst was?”

    g.van stipdonk · 2 januari 2015 op 19:53

    Gerard Reve? Was dat geen familie van Karel?

Ferrara · 2 januari 2015 op 13:03

Wat een mooie VEC. Met plezier gelezen.

    g.van stipdonk · 2 januari 2015 op 19:54

    Dank je wel voor deze lovende reactie en; graag gedaan.

Yfs · 2 januari 2015 op 13:38

Mooi, deze echte, originele G. van Stipdonk! :yes:

g.van stipdonk · 2 januari 2015 op 19:54

Inderdaad, echter en origineler worden ze niet gemaakt. Bedankt.

Geef een reactie

Avatar plaatshouder