Het heeft bij elkaar nog geen maand geduurd. Maar soms weet je het gewoon meteen.
Binnen een maand ben ik de liefde van mijn leven tegengekomen. In die maand is mijn hart weer gaan leven, gewekt uit een diepe slaap. Maar de maand was nog niet om, of de realiteit van het leven verscheen aan mijn deur. Daar stond de liefde van mijn leven, met een gezicht zo donker als as. Wat is er lieverd, is er wat mis voeg ik hem. Nee met hem was er blijkbaar niets mis. Met hetgeen wij hadden was wat mis. Het werd meneer iets te serieus.
De gevoelens die hij voelde werden hem teveel. Na het gebruikelijke ‘het lag niet aan jou’ had hij het afgerond. En daar kon ik het mee doen. Gedumpt en achtergelaten en nooit meer wat van hem gehoord. Ik sloot de deur en liep kalm naar binnen. Dronk een glas water en barste in lachen uit. Hoe heb ik dat voor elkaar gekregen, verliefd worden en binnen een maand weer gedumpt worden. Dit soort dingen kunnen alleen mij overkomen.

Ik streek met mijn hand over mijn borstkas richting mijn hart. Nee mijn hart kon mijn eerste reactie in ieder geval niet begrijpen, laat staan waarderen. Die vond mijn lachbui opgepast. En mijn hart liet me dat weten ook, zonder genade. Want niet veel later kwamen ze aan. Ze hadden het op mij gemunt. De onvermijdelijke soldaten van verdriet. Ze ontnamen me mijn zicht en brachten me dichter bij mijn hart. Ik hield van hem en hij van mij en nu is hij weg. Het leek zo onrealistisch. Zou het een grap zijn dacht ik nog. Maar nee over de liefde is geen onderwerp voor grappen. Opeens onstak een woede in me, een felle woede. Ik wilde geen verdriet hebben om hem, ik wilde dat ik hem uit mijn herinneringen kon wissen. Was ik hem maar nooit tegengekomen, die ellendeling. Maar uit eerdere ervaringen wist ik dat het zo niet werkte. Er zat niks anders op dan mijn wapens neer te leggen en me over te geven aan de meedogenloze soldaten van verdriet. In die periode heb ik tevergeefs contact met hem gezocht. Hij reageerde nergens op. En het was niet manier van handelen om iemand te stalken. Nadat de soldaten het front hadden geruimd, ontwikkelde ik al snel een graag of niet mentaliteit.

Vier maanden later kwam ik hem uit het niets tegen op straat. Ik dacht dat de grond onder mijn voeten was verdwenen. Met alle kracht van de wereld probeerde ik hem te ontwijken, nadat dat plan mislukte hield ik mezelf voor vooral normaal te doen. Maar na het zien van de blik in zijn ogen wist ik dat ik die strijd zou gaan verliezen. Ik reageerde koel op zijn beleefdheidspraatje en vertelde hem dat ik een afspraak had staan. Zonder hem aan te kijken liep ik weg. Ik wilde hem niet aankijken, want dan zou ik het verliezen en niet voor mezelf in kunnen staan. Dat plezier wilde ik hem niet geven. Onverwachts greep hij mijn arm.
Ik keek hem geschrokken en verbaasd aan. Dat moet indruk hebben gemaakt want hij aarzelde, deed een stap achteruit en liet mijn arm rustig los. Het spijt me, kwam er geforceerd uit zijn mond. Zijn hoofd staarde naar de stoeptegels, die onder de kauwgum zaten. Dank je wel zei ik en maakte dat ik bij hem weg kwam. Ik leek wel bezeten, zo snel als ik liep.
Nadat ik me veilig tussen de mensenmassa bevond begon het te dagen. Dank je wel heb ik tegen hem gezegd. Dat ik dat heb gezegd. Ik kon mijn eigen oren niet geloven. Niet verwonderlijk dat hij me na een maand heeft gedumpt. Erg mild was ik niet voor mezelf. Ik vervloekte mezelf op dat moment en mijn hart maakte overuren.

Daar ben je, jeetje, het leek wel alsof je de duivel had gezien zo snel was je verdwenen.
Daar stond hij weer. Terug in mijn leven, mijn hart had hij immers nooit verlaten. Nee, ik kan het niet. Ik wil het niet nog een keer meemaken dacht ik en liep weg. Maar dit keer in een laag tempo. Ineens hielden twee armen me in een klem. Ik probeerde me los te maken, maar ik wist dat hij niet voor niks zoveel uren in de sportschool doorbracht. Zijn ogen keken vasthoudend in de mijne. Wacht nou even zij hij, luister nou even naar wat ik te zeggen heb. Laat me dan los idioot, zie je niet dat je me mijn adem bijna ontneemt riep ik hem toe.
Een kleine glimlach sierde zijn gezicht en hij maakte zijn greep wat losser, maar hij hield me nog steeds vast. Ik werd boos om zijn arrogante houding en wilde hem dat duidelijk maken. Haal die grijns van je gezicht zei ik tegen hem. Ik wist niks beters te verzinnen op dat moment. Al had ik er een tijd over na kunnen denken, dan was ik met iets beters gekomen. Maar voorlopig moest ik het hiermee doen. Het had een averechts effect, want zijn bescheiden glimlach veranderde in een bulderende lach. Wees nou eens stil, en laat me uitpraten zei hij zelfverzekerd. Ik moet toegeven dat zijn speecht oprecht was, gesproken vanuit het hart. Niet veel later gebeurde het onvermijdelijke. Daar kwam ze de soldaten van geluk. Ze ontnamen me mijn verstand en brachten me dichter bij mijn hart. Hij zag ze in mijn ogen, en ik baalde dat hij het zag. Waarom heb ik me zo laten gaan in zijn bijzijn.

Weet je het zeker vroeg ik hem boos, want als je mijn hart weer breekt dan kom je er niet weer zo makkelijk vanaf. Met zijn hand kwam hij richting mijn hart. Ja ik weet het heel zeker zei hij zacht. Het gebaar was zo oprecht dat ik hem geloofde. Er was alleen iets wat ik al zo lang wilde doen. Waar denk je aan lieverd, vroeg hij me nietsvermoedend. Hier denk ik aan zei ik en ik sloeg hem hard in zijn gezicht met alle kracht die ik in me had. Ik weet niet of hij van de schrik of van de pijn om de grond viel, maar hij viel. Hij kon het niet geloven en vroeg me of ik in de tijd dat we niet samen waren geweest soms gek was geworden. Ik was verrast door mijn eigen kracht. Ik reikte hem een hand aan om hem te helpen bij het opstaan en zei dat dit was voor het breken van mijn hart. Het was een man met trots, hij ontweek mijn hand en stond zelf op. Hij keek me boos aan. Een moment verkeerde ik in angst. Ik wilde hem niet kwijt, ik wilde alleen een statement maken. Ik wilde hem duidelijk maken dat hij vooral niet moest denken dat hij me zo makkelijk weer in zijn leven terug kon komen nemen. Hij wreef over zijn gezicht die aardig rood was geworden. Lekker romantisch ben jij zeg. De manier waarop hij dat zei zal ik nooit vergeten. Ik maakte het alleen maar erger toen ik hem vroeg of het pijn deed. Nee het doet geen pijn, ik ging vrijwillig op de grond zitten reageerde hij geïrriteerd. Sorry zei ik zacht ik wilde je geen pijn doen. Ik baalde er enorm van dat ik hem pijn had gedaan. Hoe stel je, je dat dan voor als je iemand tegen de vlakte slaat vroeg hij me. Ik betrapte hem erop dat hij een lach onderdrukte. Hij was niet meer boos, maar toegeven dat hij de hele situatie ook wel komisch had gevonden zou hij nooit doen. Hij nam we in zijn armen en liet me nooit meer los.


8 reacties

Prlwytskovsky · 21 oktober 2006 op 00:36

Is dit een column of een dagboek?

melady · 21 oktober 2006 op 01:00

Een wanhopig dagboekfragment.

Ma3anne · 21 oktober 2006 op 06:21

Bij alinea 4 ben ik afgehaakt. Jij bent lekker je ei kwijt, maar da’s dan ook alles, vrees ik.

Wright · 21 oktober 2006 op 10:39

Ma3, ik heb het uitgelezen. Het loopt goed af.. 😛

Shitonya · 21 oktober 2006 op 10:52

Wel mooi, maar iets te langdradig en oppervlakkig. En voor een maand vind ik dit nogal opgeblazen. Sommige worden gedumpt/gebroken na een relatie van jaren..mm als je dan schrijft over je ex is het vaak wel emotioneler/noemenswaardiger. Dit is te gewoontjes. Keep on trying.

pally · 21 oktober 2006 op 16:07

to much, to much!
De helft? een derde voor mij genoeg. Ik ben geen grote eter, meer een fijnproever.

pally · 21 oktober 2006 op 18:25

sorry too much natuurlijk……

Chantal · 21 oktober 2006 op 18:52

Nou ik vind hier niks mis mee… je beschrijft het lekker luchtig en het moment dat je hem een klap geeft… 😀 Wie zou dat niet willen doen bij iemand die zijn/haar hart heeft gebroken..;-)

Geef een antwoord

Avatar plaatshouder