Het is laat in de nacht. Naast mijn kussen ligt het boek dat me heeft geleid naar de vuurtoren. Op de achterzijde van de kaft staart de foto van de schrijfster mij met een blik van lichte spot en fijnzinnige intelligentie doordringend aan. ‘Ben je bang?’ vraagt ze plotseling.
‘Ja,’ zeg ik. ‘Maar niet voor wolven.’
Ze lacht en neemt een hijs van haar sigaret.
‘Angst is als een zwarte slang’ verzucht ze.
‘Je kunt wachten totdat hij van vraatzucht zijn eigen staart opeet. Maar dat moment zal niet komen. Het enige wat je kunt doen is vechten. Vechten totdat je er zeker van bent dat er niets meer van hem over is.’

[i]In gedachten zie ik haar voor me. Jaren terug, in een andere omgeving. Het is koud en guur weer, zelfs haar botten lijken te zijn bevroren. Haar jaszakken zijn volgestopt met keien. Loeizware grijze keien. Soms moest je het lot een handje helpen. Afdwingen, beter gezegd. Nog even en het was allemaal voorbij. Geen stemmen meer, geen onsamenhangende losgeslagen woorden. Nog even en de nacht zou weer lichter worden. [/i]

Aarzelend steek ook ik een sigaret op. ‘Hoe voelde het?’ vraag ik. ‘Verdrinken?’
Haar gezicht betrekt. ‘Ik wil daar liever niet meer aan denken. Maar het was pijnlijk. Koud en pijnlijk.’
‘Het spijt me dat ik erover begon’ antwoord ik, terwijl ik het boek wederom oppak en als een kussen tegen mijn buik klem.
‘Ik vond het prachtig,’ zeg ik. Duidend op het boek.
Omzichtig tikt ze de as van haar sigaret af in een verdwaald schoteltje.
‘Dankje,’ antwoord ze. ‘Het doet me goed om nog steeds gelezen te worden.’

[i]Een korte afscheidsbrief ligt eenzaam op een tafel. Zelfs zoveel jaren later resoneren de woorden nog na. ‘Ik geloof niet dat twee mensen gelukkiger hadden kunnen zijn dan wij’ leest een man van middelbare leeftijd.
En er staat meer, maar het is die zin die blijft rondspoken in zijn hoofd.[/i]

‘Wat denk je’ vraagt ze na een lange stilte.
‘Ik denk aan schrijvers zonder boeken en boeken zonder schrijvers. En ik denk aan al die verhalen die ergens hier in de lucht zweven, net zolang totdat er iemand is die ze grijpt, begrijpt, en die vervolgens ook nog eens de tijd, het geduld en de kunde heeft om ze op te schrijven.’

Gefrustreerd pak ik de pen die al weken naast mijn bed ligt en breek het in tweeën.

‘Jou lukte het’ zeg ik.

Geamuseerd kijkt ze toe. ‘Als je nu ook zo daadkrachtig die slang ter handen neemt, dan denk ik dat je nog ver zult komen.’

[i]Traag loopt ze richting de rivier. De stenen in haar jaszakken zijn zo zwaar dat ze nauwelijks nog een stap kan verzetten. Bij een eerste aanraking van het water begint haar lichaam te schokken. Ze huivert.
In de verte ziet ze het licht van een vuurtoren. Hoe verder ze het water instapt, hoe scherper het schijnsel lijkt te worden. ‘Laat het alsjeblief snel voorbij zijn’ mompelt ze. ‘Alsjeblieft, ik kan niet meer.'[/i]

‘Waar zijn al die verloren verhalen nu?’ vraag ik.
Een antwoord blijft achterwege.
Ik knip het licht aan, leg het boek terug op zijn plaats en dan zie ik het:

Talloze woorden en zinnen waaien als woestijnzand langs mijn slaapkamerraam. Ik open het het en als een vloedgolf stromen ze de kamer binnen.

De gebroken pen staart me somber aan: ‘Je moet rangschikken, ordenen, coherentie aanbrengen!’

‘Ik heb jou niet nodig’ sneer ik, maar toch voelt er iets niet goed.

[i]Een zware plons maakt een einde aan een al tijdenlang voortrazende hersenstorm.
Een man rent zijn huis uit, het bos in en roept vergeefs een naam. Een slang staart hem aan en maakt sissende geluiden.

Maar een wolf en woorden omcirkelen hem.[/i]

Categorieën: Fictie

8 reacties

Avatar

Prlwytskovsky · 24 mei 2008 op 09:55

Deze fictie lees ik nu graag, whooowhhh.

Maarre ….. ‘De’ pen pakken en ‘het’ in tweeën breken?
Dat kwartje valt bij niet. 🙁

Avatar

SIMBA · 24 mei 2008 op 10:17

Prachtig!
Maar ik viel over hetzelfde als P.
[quote]en breek het in tweeën[/quote]
Volgens mij moet het zijn: en breek hem in tweeën.

Avatar

Troy · 24 mei 2008 op 10:45

‘Het’ moet ‘hem’ zijn, klopt. Helemaal overheen gelezen. Bedankt voor de complimenten!

Avatar

De_PessiMist · 24 mei 2008 op 11:35

Met plezier gelezen. Heel beeldend, mooi taalgebruik.

Avatar

arta · 24 mei 2008 op 15:07

Prachtig verwoord weer, Troy, helemaal goed! 🙂

Avatar

Ma3anne · 24 mei 2008 op 16:58

*Mooi in elkaar verweven allemaal, zei ze en huiverde.*

Avatar

lisa-marie · 26 mei 2008 op 09:09

Gewoonweg kippenvel krijg ik ervan.
Het is prachtig!
Deze:
[quote]Maar een wolf en woorden omcirkelen hem.[/quote]
die blijft maar in mijn hoofd rondzingen.
Ik vind hem puur en krachtig.

Kortom ik heb genoten van het geheel 🙂

Avatar

Neuskleuter · 30 mei 2008 op 15:50

Je weet steeds die sfeer zo goed neer te zetten. Laat die woestijnzand maar regelmatig bij je binnen komen en gebruik een hele pen voor het ordenen. Laat het maar komen.

Geef een antwoord