Voor het eerst in dagen fietste ik elf kilometer zonder een erectie te ontwikkelen. Ik was dan ook erg verdrietig en was op weg naar een nieuw schooljaar; de tweede klas van de Mulo. De laatste vakantiedagen waren door mijn vingers geglipt, nog zoveel had ik willen doen, dromen en fantaseren vooral. Het nieuwe schoolgebouw was niet op tijd klaargekomen. Broeder Sergius dreef ons bijeen in de stoffige aula en joeg en passant enkele bouwvakkers weg, die tussen verwarmingspijpen en radiatoren stonden te rommelen. “En daarom moet ik jullie wel een week extra vakantie geven”, meer herinner ik me niet van zijn toespraak.

Op weg naar huis was ik zo dronken van geluk, dat ik soms vergat om te trappen, ik zou zo in de berm zijn neergestreken om naar de blauwe lucht te staren. De warme lucht danste al boven het macadam, werkelijk onwerkelijk voor september. Ik koesterde mijn vooruitzichten zoals je geniet van een verse moccataart, nog voordat je een stukje had gekregen.

Diezelfde middag nog toog ik naar “mijn” boerderij. Sinds ik zelfstandig op de tractor kon rijden zag de boer mij graag komen. De zware, zwarte ploffen van de Lanz-bulldog ontnamen me de schroom om niet uit volle borst te zingen; “Everybody loves somebody, sometimes”. Elke keer bij “body” visiualiseerde ik haar, het mooiste wat ik maar kon bedenken. Een week geleden pas had ik haar durven aanspreken op de camping in Deauville, een echt frans meisje. Dagen had ik geoefend met een paar franse woorden en nu had ik haar adres, het zat in mijn kontzak. Zij had het mijne en zij aan zij hadden we volley gespeeld.

Het beloningsequivalent voor vier uur werken was zes liter benzine of zeven als de boer even niet keek, wanneer ik de brandstof in mijn blik over goot. Vier liter voor de oude Matchless en twee voor de Seagull buitenboordmotor.
Met 80 per uur stoof ik met de rammelende Matchless door de polder, het laatste stuk onverhard tussen de akkers door. Het hoge gras tussen de karresporen poetste het carter van de motor. Op mijn stek, ergens tegen de zomerdijk van de Dintel aan kon ik tijdenlang bezig zijn met niets; shaggies draaien bijvoorbeeld. Of wat olie wegpoetsen bij de cilindervoet en de versnellingsbak van de motor, of er alleen maar naar kijken en dromen. Vooral toen; Hoe zou het zijn met haar achterop? Waar zou ze me vasthouden? Als ik dan maar geen stijve krijg, stel je voor!
Ik componeerde brieven, lieve zinnetjes en zou eindigen met “Je aimer tu”, dat wist ik al.

Als de Seagull buitenboordmotor eenmaal liep, dan was je zo een eind weg. Dan stuwde hij het houten bootje voort met tweemaal de roeisnelheid. De Dintel was nog niet gekanaliseerd en wanneer je met volle snelheid op de brede rietkraag invoer, dan sloot het buigzame riet zich weer achter je. Uren kon ik dan bezig zijn met de boot. Breeuwen tussen water en wind, teren met koolteer.
Breeuwkatoen noch koolteer bekoorden me die week. Zij was immers allang aan boord. Ze zou vast naast me komen liggen. Tegen mij aan, onvermijdelijk in die smalle boot. Wat deden die jongens en meiden eigenlijk, als ze dicht tegen elkaar aanlagen, langs de waterkant of zo? Kussen wist ik, maar verder? Aaien of zoiets, ik streelde mezelf en verbeeldde me dat zij het was. Ogen dicht, dat hielp. Hoe zou ze eruit zien, zonder kleren? Hoe zou ze voelen? Vast heel zacht. Zou ze het goedvinden? Wat goedvinden? Fantasie, verbeeldingskracht en fysieke respons stuwden elkaar op na elke streling, tot voorbij een punt waarop controle en beheersing hun greep verliezen en waar de rede in de schaduw van verrukking treedt.

De boer had volop werk, het weer bleef paradijselijk en de jerrycan van de boer was weer bijgevuld. Meer van hetzelfde wilde ik, liefst overal waar een beetje privacy was. En zo bleef de Matchless ongepoetst en de boot ongeteerd. Dit moest verliefd zijn zijn, nooit geweten, dit is vast verkering. Wat was ze lief, en gewillig…

Broeder Sergius begon er meteen mee; sexuele voorlichting, in de eerste schoolweek al. Opeens hing hij er, aan het bord; een penis in erectie. “Weten jullie wat dit is?”
Omdat het stil bleef moet hij onzeker zijn geworden, of getwijfeld hebben aan de pedagogische kwaliteit van zijn betoog. Onsamenhangend sprak hij over nat wakker worden, zaadlozing en zelfbevlekking. Niets over voortplanting, de ooievaar bleef gewoon intact, maar wel dat zelfbevlekking of te wel “aftrekken” afwijkingen aan de ruggegraad zou veroorzaken. Ik schrok me een hoedje, werd rood en voelde me betrapt, vies en vooral zondig. Het duurde tien jaar voor ik vernam dat Sergius het mis had. Zijn hele klooster zou in een rolstoel hebben rondgereden!
Sergius trad later uit het klooster en in het huwelijk. Ook hij hield zijn rug recht.


5 reacties

sylvia1 · 4 augustus 2011 op 12:35

Libelle, dat je nog geen reactie hebt gekregen zal wel aan de vakantietijd liggen, niet aan je column. Ik heb ‘m graag gelezen.
[quote]Ik componeerde brieven, lieve zinnetjes en zou eindigen met “Je aimer tu”, dat wist ik al. [/quote]

arta · 4 augustus 2011 op 13:44

En ook ik vind het een mooi, schuchter bijna, verhaal.

Mien · 4 augustus 2011 op 14:21

Zou het dan toch nog zomer worden …
Mooi verhaal.

Mien de Nijs

Meralixe · 4 augustus 2011 op 19:32

Het was inderdaad een stille dag op column X
De verhaallijn was voor mij niet altijd even duidelijk. Misschien heeft het onderwerp me op het verkeerde been gezet.
Er is wel een maatschappelijke schets gegeven maar ik dacht bij het lezen meer aan “jeugdherinneringen”

Harrie · 5 augustus 2011 op 10:54

Het nieuwe schoolgebouw was niet op tijd klaargekomen.
In de context van deze column een vreemde zinsconstructie.

Geef een antwoord