“Ik ben mijn hele leven al bezig om het mijn vrouw naar de zin te maken” zegt de bruinverbrande man in het rode Hilfiger T-shirt terwijl hij zich over de tafel buigt. Mijn bestek blijft hangen. Hij is bloedserieus. Ik kijk naar de bruinverbrande vrouw in kwestie. Zij zit links naast mij en knikt vanzelfsprekend. Haar gouden collier beweegt mee. Het is duidelijk: beide echtelieden zijn het eens. Manlief begeeft zich weer naar zijn eind van de eettafel en het gesprek wordt weer opgepakt.
Op de veranda van het restaurant aan zee eten tien stellen aan een grote rechthoekige tafel.
We hebben elkaar nog niet eerder gezien en hebben één ding gemeen: de komende week varen we als groep langs de kust van Kroatië. Ieder op zijn eigen boot, behalve de mee-zeilers. Die hebben een schipper aan boord. Man en ik zijn meezeilers. Limburgers en boten is volgens mij geen voor de handliggende combinatie, net als Limburgers en schaatsen trouwens. En bovendien heeft Man niets met zeilen zelf. Hij wil –net als ik- gewoon een week lekker vakantie houden. Geen stress en geen verantwoordelijkheid hebben. Een keer iets anders dan een huisje of camper huren. Dus werd het een boot.

Het hoofdgerecht wordt gebracht. Voor mij wordt een heerlijke vis neergezet, specialiteit van het gebied is mij verzekerd. Komt goed uit want ik ben visliefhebber. De buurvrouw links heeft vlees. Ze informeert naar de precieze bereidingswijze en discussieert met haar Belgische buurman over de kwaliteit van de wijn. Verschillende wijnhuizen en jaartallen vliegen over de tafel als ook de overbuurvrouw zich ermee gaat bemoeien. Ik concentreer me ondertussen op mijn vis: hoe zal ik dat beest eens aanpakken? Ik neem nog een slok wijn (die van mij is wit, droog en lekker) en schrik plotseling op. Buurvrouw giert het uit. “Een kartonneke” snikt ze. “Een kartonneke”. Haar Belgische buurman kijkt haar overrompeld aan. Amai, het Vlaams is zeker anders dan het Nederlands maar wat is hier nu zo fout aan? Ik lees de verbazing op zijn gezicht. Terwijl buurvrouw haar tranen dept vang ik aan met de vis.

Ik doe het fout. Ik snij langs de kop en probeer die o zo handige beweging te maken waarbij de vis in twee delen openklapt. Ik heb het anderen vaak genoeg zien doen. Het ziet er niet uit en overbuurvrouw observeert mijn geknoei. “Zo moet het niet” constateer ik hardop. Overbuurvrouw (voorzien van kipgerecht) beaamt dit. Hoor ik daar misschien enige minachting doorklinken? Even eerder is ze aan de weet gekomen dat Man niet zelf zeilt. Vrijwel onmiddellijk verschoof haar aandacht weer naar buurman de Belg. En nu naar mijn vis dus. Buurvrouw links is weer bijgekomen en kijkt nu ook geïntrigeerd toe hoe ik mijn vis tracht te fileren. “Je doet het helemaal fout” deelt ze me mee. Ze voegt er -richting mijn overbuurvrouw vertrouwelijk aan toe- “Ik kan het niet hè, daarom neem ik ook nooit vis”. Pardon?? Deze Gooische vrouw-van de wereld met state-of-the-art kennis van wijn, hotspots en klassieke muziek -in bezit van drie perfecte kinderen met geruite bermuda’s én een zichzelf voor haar wegcijferend Alpha-mannetje- neemt nooit vis omdat ze die niet kan fileren. Amai!

Ik snij de vis overdwars aan en klap ‘m trefzeker open. Terwijl ik uitkijk op de maanverlichtte zee constateer ik tevreden dat het een mooie dag is geweest.


2 reacties

Dees · 30 juli 2008 op 12:17

Dit is schrijven Franka! Heb het graag gelezen.

SIMBA · 30 juli 2008 op 13:32

Amai, dit is een smakelijk stukske!

Geef een antwoord