Zoals de waard is, vertrouwt hij zijn gasten. Een onschuldig gezegde, stammend uit mijn onbekommerde lagere school jaren in de jaren zeventig. De strekking was duidelijk: als je de motieven van anderen wantrouwt, zegt dat alleen iets over je eigen betrouwbaarheid. Daar was niets cynisch aan, heldere taal uit dik hout gesneden. Over normen en waarden werd niet geneuzeld; in die tijd asemde de maatschappij welwillendheid, uit alle poriën en gaten.

Wanneer het tij precies is gekeerd, blijft voor mij vooralsnog een raadsel. Aan het eind van mijn tienerjaren bekeerde ik mij tot het cynisme van de punkbeweging. Voor een deel ingegeven door naïef politiek idealisme, voor een groot deel door de aantrekkingskracht van de opstandige muziek. Ik wilde mij niet klakkeloos voegen naar de verwachtingen van mijn ouders, maar zelf mijn weg en richting kiezen.

Verschillende afgebroken studies, vervangende dienst, werkeloosheid in de jaren tachtig en een kwart carrière verder, ben ik terug bij af. Had ik net dankzij diverse relevante cursussen, hard en enthousiast werken en de ‘mildheid der jaren’ mijn plaatsje in de maatschappij veroverd, blijkt de werkelijkheid toch heel anders in elkaar te steken. Uiteindelijk ben ik nog altijd het naïeve kind van mijn tijd en is de maatschappij cynisch en onbetrouwbaar geworden.

Ik hoef er maar de krant op na te slaan en ik voel mij weer de onzekere puber die niet goed weet waar het wereldnieuws toe zal leiden. De boegbeelden van de samenleving, die uit iedere vezel zeewaardigheid moeten uitasemen, blijken door en door verrot. Kennelijk is de overheidscampagne “De maatschappij, dat ben jij!” alleen bedoeld voor de mindere goden en daardoor aan de pijlers van dat instituut voorbij gegaan.

Bouwbedrijven die moeten zorgen voor een gezonde volkshuisvesting en infrastructuur drijven de prijzen in onderlinge afspraak op. De kroonprins voorziet een Argentijnse oorlogsmisdadiger van een kleinkind. De middenstand – met de horeca voorop – drijft, met de invoering van de euro als excuus, de prijzen met een kwart op. De minister van buitenlandse zaken stuurt plichtsgetrouwe militairen naar een met verarmd uranium besmette Iraakse provincie en wordt daarvoor met de hoogste positie binnen de Navo beloond. En tot slot palmt een gangsterliefje de opvolger van de kroonprins in met het verzwijgen van de waarheid en komt zij daar, dankzij een bleue CDA premier, zonder problemen mee weg.

Anarchie als denkbeeld van een subcultuur lokt originele ideeën en discussie uit, maar zodra het mainstream wordt, schiet het aan zijn maatschappelijke waarde en doel voorbij.


0 reacties

Geef een antwoord