Veel zin had ik niet. Ik ben dan ook al een in de dertiger die dergelijke feestjes wel al meer heeft meegemaakt. Waar verzinnen ze het ook. ‘Al de vrouwen in rood en zwart en al de mannen met zo veel mogelijk retrokledij anno 1960 ’ stond er op de uitnodiging. En dit voor een gewone verjaardagsfuif van een vriend!
Zoals verwacht vloeide er wat te veel drank en stond de muziek wat te luid. Ik drink nauwelijks alcohol en ben een eerder rustig type die het meer moet hebben van een goede babbel. Doch ben ik er gebleven tot een stuk in de nacht. ‘Dit is Annabel’ zei een vriend van mij. Ik had haar nog nooit eerder gezien maar werd wel geconfronteerd met een uiterst koket vrouwtje waarbij vooral het kleine zwarte hoedje alle moeite van de wereld deed om haar weelderige haardos in toom te houden. Beleefd, bijna bedeesd complimenteerde ze mijn keuze van kledij. Inderdaad, de knalgele olifantenbroek met daar op het strakke truitje met rolkraag kon zó van een platenhoes van de Bee Gees zijn losgerukt.

‘Frank’ riep iemand van de feestneuzen me toe, ‘voer jij Annabel even naar het station?’
Dat wilde ik wel. Het leek voor mij een uitstekend alibi te zijn om het ganse gedoe te verlaten. Weg van het feestgedruis en, gezien het reeds gevorderde uur, kwam het voorstel mij bijzonder goed van pas. Bovendien lag het station maar een paar honderd meters van mijn woning zodat haar er heen brengen geen extra moeite koste.

Buiten regende het lichtjes zodat de kasseistenen er extra glibberig uit zagen. Toen pas zag ik de stilettohakken van de rode schoentjes van Annabel die haar vrouw zijn nog extra accentueerden. Het neonlicht en de straatverlichting deden de rest. Wat was ze mooi!

Het perron lag er verlaten bij. De laatste trein richting grote stad kraakte en piepte richting mistige donkere nacht. Machteloos keek ze er naar. Haar ‘wat nu’ blik toonde grote bezorgdheid. Mijn voorstel om de nacht bij mij op mijn kleine appartementje door te brengen gaf voldoende perspectief. ’s Morgens de vroegste trein nemen zou net gepast zijn om nog op tijd te zijn voor het werk’ rekende ik haar voor. Ze zei ‘Oké, ik ga met je mee!!’

De nacht bracht ons samen zoals dat heet. Het soms onweerstaanbare, de erotiek, het moe maar voldaan gevoel, zorgde er voor dat we pas ‘s morgens werden gewekt door het vroege zonlicht dat door de ramen naar binnen viel.
Zij, andermaal te laat, wipte uit bed richting badkamer terwijl ze de zwarte rok en de rode blouse mee graaide alsof ze moest vluchten wegens overspel.
Geen tijd voor ontbijt. Weg was ze…

Ik bleef nog wat liggen, probeerde zelfs nog wat verder te slapen maar het lukte niet. Nu pas begon ik me te realiseren wat er me was overkomen. Twee uur later lag ik er nog naar het plafond en de roestige waterplekken van de bovenbuur te staren. Wat wist ik weinig van haar, ik kende niet eens haar achternaam! Dit zou ik natuurlijk wel kunnen oplossen. Maar nu, nu dacht ik enkel aan haar als aan een troostende engel, een zingevende fee, een alles omvattend geschenk… Het denken aan haar was voldoende om me in een vreemd gelukzalig gevoel onder te dompelen.

Nu ging het toch een beetje te ver met mij. Twee dagen later lag ik nog in bed. Ik was totaal van de kaart. Eén en ander had te maken met het feit dat zij enerzijds zo plots was verdwenen maar anderzijds was het ook zo dat niemand van de vrienden me kon helpen aan wat dan ook. Geen adres, geen G.S.M. nummer, zelfs geen achternaam. Niets, nul komma nul!
Dit maakte de zaak zelfs een beetje bizar en geheimzinnig. Zou het een ‘mannenvreetster’ geweest zijn? Het overweldigende gevoel van de eerste uren was nu een robbertje aan het vechten tegen de bezwarende indrukken die er op wezen dat ik het hier misschien wel te maken had met een soort ongeluksbrenger, een verleidster die genoegen schept in het breken van harten. Maar, de heimwee naar de engel in haar won het van de boosheid.
Alhoewel, ook mijn telefoontoestel bleef akelig stil. Dat was uiteraard ook een grote bron van twijfel, twijfel aan haar, aan mezelf én aan de klotewereld die me nu ferm treurig maakte. Zonder haar was ik geen stuiver meer waard.

Ik ging naar de grote stad en liep er doelloos rond als een zombie, met de domme hoop in mij haar er eerder toevallig tegen het lijf te lopen. De schrik dat ik haar nooit meer terug zou zien maakte me moedeloos. Ik vergat alles. Met een uitgebluste blik op oneindig liep ik door het park of stond ik urenlang met de handen op de leuning van een brug in de verte te turen. Alles werd nutteloos, niets kon me nog helpen, geen vriend kon me opbeuren. Zelfs het lenteweer met een heerlijke voorjaarszon kon mijn somberheid niet weg nemen. In mijn kop bleef het wintertijd met lange donkere dagen.

Op een avond toen het vruchteloos rondtoeren in de grote stad al een obsessie was zag ik haar plots. Ze was nog mooier dan toen, nog mooier dan het beeld dat zich in mijn kop had vast genesteld. Mijn hart bonsde. In mijn haast parkeerde ik mijn auto slordig onder enkele bomen en rende naar de tram waar ze net op sprong. Oef, ik was er nog net bij.
Ik zag, nu ja, ik dacht dat ook zij blij was me terug te zien. De omhelzing op de tram stemde me alvast hoopvol.
‘Waar moet je naartoe’ vroeg ik toen de tram reeds in beweging gekomen was. Dit was voor haar een moeilijk punt. Terwijl ze me troostende bedarende woordjes toefluisterde was ze er zich wel van bewust dat ze op weg was naar Parijs. Met tegenzin toonde ze me het ticket.
Totaal van slag, weg van de logica, zonder enige zin voor realiteit zei ik haar dat ik mee ging. Nu ik haar gevonden had zou ik haar niet meer alleen laten. Alles moest wijken, zij die me had ondergedompeld in een roes van twijfel en hartenpijn was nu mijn redder, mijn zon, mijn lente. De vreugde in mijn kop maakte me duizelig.

Pas toen we reeds op de trein richting Parijs zaten kwam er een beetje rust in mij. Annabel, ook aan het bekomen van mijn bizarre beslissing om mee te reizen met haar, had zich dicht tegen mij aan gevleid. Ik streelde zachtjes haar jeukerige haren weg van mijn gezicht en keek over haar geen in de spiegelende ruiten van de nacht.
Eindelijk had ik haar gevonden, eindelijk…Daar was het gelukzalige er weer. Geen gepieker geen twijfel, ‘ ik heb ze gevonden!’ schreeuwde mijn hart me toe.

Al had ze plannen voor Barcelona of Praag, al had ze zin om naar het einde van de wereld te gaan, ik zou met haar meegaan.

Annabel, het wordt niets zonder jou, Annabel.
Annabel, het wordt niets zonder jou, Annabel.


Meralixe

Er is een smaak, gewoon, een manier van het door het leven gaan, die zo verschillend is van mens tot mens, dat we mogen besluiten dat het eigen gelijk niet bestaat en dat respect voor de andere mening belangrijker is...

18 reacties

Harrie · 2 januari 2013 op 08:26

Leuke column. Het doet me denken aan een liedje. Hetzelfde liedje. Ach, zolang er maar niet op kasseistenen getrapt wordt komt alles goed.

Yfs · 2 januari 2013 op 12:01

Ik vind het een hartstikke leuke column Meralixe, waarin lieve, grappige Belgische woordjes zegevieren!! Ik heb het dan ook gretig gelezen.

[quote]Beleefd, bijna bedeesd complimenteerde ze mijn keuze van kledij. Inderdaad, de knalgele olifantenbroek met daar op het strakke truitje met rolkraag kon zó van een platenhoes van de Bee Gees zijn losgerukt.[/quote]

Hilarisch :hammer:

De laatste twee regels had je gemakkelijk weg kunnen laten. Bij de titel klinkt bij een ieder denk ik al meteen het deuntje in het hoofd van een liedje wat door jou heel goed ‘verfilmd’ is.

:duimop: :klappen:

SIMBA · 2 januari 2013 op 12:59

Leuk! Alleen zit ik nu waarschijnlijk de hele dag met dát liedje in mijn hoofd……

lisa-marie · 2 januari 2013 op 15:59

lekker met het liedje in mijn hoofd gelezen, hij is leuk 😀

Ferrara · 2 januari 2013 op 20:04

Goed idee om een lied zo uit te werken.
Nieuw thema voor CX?

pally · 2 januari 2013 op 21:07

Lekker sfeertje, Meralixe en het ‘Vlaamsige’geeft het nog net dat beetje extra. En het liedje, ja, ach, met een weemoedig wat klagerig ondertoontje. Helemaal leuk.

groet van pally

arta · 3 januari 2013 op 10:52

Leuk stuk! (Zonder pro- en epiloog: Geweldig!)

Wat mij betreft heb je je strak in het liedjestekst-stramien gehouden… Van mij had je dat best deels los mogen laten en er wat fantasie in mogen gooien, maar ach… Het neemt niet weg dat dit absoluut één van jouw betere stukken is, Meralixe!

Wayan · 3 januari 2013 op 11:57

Mooi ! Heb genoten !

Meralixe · 4 januari 2013 op 08:12

Andermaal hartelijk dank voor het reageren.
Met het liedje als leidraad schreef het vrij gemakkelijk. Ik had dan ook wat schrik dat het nog al goedkoop zou overkomen en dat ik daar dan ‘terechte’ kritiek zou op krijgen. Niet dus.
Dat ‘Vlaams’ van mij valt mij niet op daar het uit mezelf komt, het is gewoon mijn manier van schrijven. Vergelijkbaar met Amerikaanse en Engelse films of de nu in trek zijnde Noorse detectiveverhalen met, ik zeg maar wat, de Franse manier van het vertellen van verhalen, zijn er ook tussen Nederland en Vlaanderen grote verschillen. Dat merk ik bijvoorbeeld bijzonder goed op als ik eens uitzonderlijk op een Nederlandse zender naar een politiek debat of zo kijk. Ook hier merk ik bij de meeste schrijvers van column x dat verschil van vertellen.

Nachtzuster · 5 januari 2013 op 18:07

Ik vind hem erg leuk! En inderdaad hadden die laatste twee zinnen eruit gekund. Maar hee, das muggenziften. :hammer:

Mien · 1 februari 2013 op 09:54

Felies Meralixe.
Terechte column van de maand.
Origineel.

Groet,

Mien Boeiend de Booy van Lippendorp

Sagita · 1 februari 2013 op 13:01

Meralixe wat een meeslepend verhaal! Ik had het nog niet gelezen. Verdwenen in de nieuwjaarsdrukte. Ik ben dus blij met deze keuze van de maand. Echt heel mooi! Proficat!
Groet Sa!

Nachtzuster · 1 februari 2013 op 22:31

:klappen: :klappen: Gefeliciteerd!!

arta · 2 februari 2013 op 11:58

Gefeliciteerd met jouw CvdM én de dubbele plaats op de hoofdpagina!!

Dees · 2 februari 2013 op 20:32

Grappig stukje. Gefeliciteerd met je cvdm!

Yfs · 3 februari 2013 op 15:47

Proficiat Meralixe! :ballon: :duimop:

pally · 3 februari 2013 op 15:48

Oh, wat een sufkees! Ik zie nu pas dat je ook de CVDM bent deze maand. Nou dat is toch bijzonder, geniet ervan.

:kus:
Feli, pally

Chi_Dragon · 10 februari 2013 op 09:30

Bijzonder mooi geschreven en goed gevonden.

Dat ik nu de hele dag het liedje afspeel in mijn hoofd neem ik voor lief!

van harte met je CvdM! Verdiend!!

Geef een reactie

Avatar plaatshouder