Hokusai Bon Exit

Hokusai Bon is afgelopen. Gelukkig, zullen veel lezers van deze site denken, hoef ik dat in ieder geval niet meer over te slaan. Misschien zijn er een paar enkelingen die zo nu en dan nog eens in het verhaal doken om te zien hoever het al was.
Want eerlijk is eerlijk, deze site is niet bestemd voor vervolgverhalen. Hij is er voor korte, krachtige stukken, columns genoemd. En die mogen dan overal over gaan. Zo kom je vaak iemands belevenissen of mening tegen.

Een goeie buur

‘En nu?’ vroeg Connie
We zaten in de kamer. Connie las de krant, ik zat met een kladblok op schoot en maakte aantekeningen voor de plot van het drama wat ik wilde schrijven. Het ging lukken, ik voelde het. Alles was nu achter de rug. Meer kon er niet gebeuren. Buiten liet de zon zien hoeveel we aan de tuin achter ons huis moesten doen.
‘We blijven,’ zei ik.

Knok

Er werd gebeld en daarom deed ik open. En daar stond Alex voor mijn neus. Voor ik iets had kunnen zeggen duwde hij me rustig achteruit en kwam naar binnen. Ik had geen tijd om bang te worden. Ik was overdonderd.

Blikseminslag

‘Hoi,’ zei ik.
‘Verrek!’ zei Spicht.
Op het naambordje aan de deur stond netjes ‘J. Malssen’.
‘Ik moest wel even zoeken,’ zei ik. ‘Er staan hier een hoop van die hoge flats bij elkaar. De aanduiding van de nummering is niet al te duidelijk.’
‘Kom er maar in,’ zei Spicht.
‘Ik liep mee naar de huiskamer. Er zat een knul voor de tv.

Voorstel

‘Ah, ben je daar,’ zei JP.
‘Belofte maakt schuld,’ zei ik.
Ik had vanmorgen de inscriptie op de ovaal afgerond en was daarna de auto ingestapt. Het viel me op hoe verzorgd de tuin om het huis van JP eruit zag. Het was een man die van orde en netheid hield.
JP knikte. ‘Kom erin. Ik ben benieuwd hoe het eruit ziet.’

Losse eindjes

Ik had de laatste aflevering van Hokusai Bon met een opgelucht gevoel opgestuurd naar de voorzitter van de Hokusai Bon fanclub. Die man zou er voor zorgen dat de belanghebbenden het script kregen. De cameraman, het geluid, de grimeur, de mevrouw die alles organiseerden konden het feest laten beginnen. Ik zag ze bezig op de set in die malle tricotpakken.

Een toast op Hokusai

‘Wat een klotedag!’ gromde Karel. Buiten reed de brandweerauto weer weg. Het groepje mensen dat op de stoep had staan kijken loste langzaam op.
‘Dat gaat me flink geld kosten,’ zei hij kwaad. Hij liep terug achter de bar. ‘Ik ga er politiewerk van maken. Dit kan zo niet langer. Iedere keer flikt die vent me wat.’

Brandalarm

Karel was door de deur naar het museum verdwenen. Mijn hart bonkte. Willem was te kort weg om die band al teruggestopt te kunnen hebben. Die werd op heterdaad betrapt. Hoeveel meter was het naar de ingang van dat museum? Ik moest iets doen! Toch maar een stoel door het raam? Ik keek naar het rode kastje van het brandalarm en bedacht me geen ogenblik. Ik rende om de bar. Het was er smaller dan ik had verwacht. Ik graaide de metalen staaf van zijn plek en sloeg zonder me te bedenken het glas in.

Aandacht trekken

‘Zijn jullie d’r alweer?’ Karel van Noort, eigenaar van café ‘Mijn held’ keek ons verbaasd aan.
Hij stond achter de bar glazen te poetsen toen wij binnenkwamen. Het was vier uur in de middag. We hadden hard gereden. Buiten was grijs en grauw. De zon wilde niet doorbreken.
Ik knikte. Hoe kregen we zo snel mogelijk die band weer in die glazen kast. Ik had er een eenvoudig scenario voor verzonnen. Ik hield die vent aan de praat en Willem deed het omgekeerde van vorige keer.

Hokusai Tattoo

‘Ik moet op reis,’ zei Hokusai Bon. ‘Je kunt je gang gaan en alle slechte dingen doen die je wilt. Ik ben er niet om je tegen te houden.’
Minnie had ons uitgelegd wat je in zo’n geval kon doen. Het was een stukje psychologie. De held stond zijn plaats af… aan de schurk die hiermee bewees dat hij nog zo slecht niet was. Het werkte altijd. Het was een kwestie van hierarchie. Geef de ander de macht en hij verandert ogenblikkelijk. Dat kon ten kwade zijn of ten goede.

Tattoo Joe

En zo werd ik voorgoed vereeuwigd als de held van de Hokusai Bon club. Pierre Zondag als Hokusai Bon. Ik kwam op de voorpagina van hun fanzine. Ik rilde. Ik zat er tot over mijn oren in. Ik had er schoon genoeg van. Ik moest weg.
Khebzin ineenpilsje!’ klonk de stem van Willem naast me.
‘Ja!’ zei ik. Daar had ik nu ook wel zin in.
‘Ikheb een leuke kroeg gezien aan de overkant,’ zei Minie.
‘Dan gaan we daar nu heen,’ besliste Connie. ‘We weten genoeg. We hebben genoeg gezien.’ Ze lachte. ‘Ik heb genoeg foto’s.’

Gelijkgestemden

‘Het is fantastisch!’ riep een klein vrouwtje achterin de zaal. ‘Jarenlang
durfde niemand er aan te beginnen!’
Connie richtte haar camera en maakte een foto.
Ik wist niet wat ik moest zeggen. Moest ik wel iets zeggen?