‘Hoi,’ zei ik.
‘Verrek!’ zei Spicht.
Op het naambordje aan de deur stond netjes ‘J. Malssen’.
‘Ik moest wel even zoeken,’ zei ik. ‘Er staan hier een hoop van die hoge flats bij elkaar. De aanduiding van de nummering is niet al te duidelijk.’
‘Kom er maar in,’ zei Spicht.
‘Ik liep mee naar de huiskamer. Er zat een knul voor de tv. ‘Dat is Fred,’ zei Spicht, ‘m’n zoon.’
Ik gaf de jongen een hand. Hij keek me even aan en had daarna alleen aandacht voor de tv. Er draaide een karatefilm.
‘Wil je wat drinken?’ vroeg ze.
‘Nee.’ Ik wilde het kort houden.
‘Nou, ga dan ten minste even zitten.’ Ze pakte de afstandsbediening van tafel en zette de blèrende tv aanzienlijk zachter.
‘Mam!’ riep de jongen boos, ‘zo hoor ik niks meer!’
‘Dan ga je maar op je eigen kamer kijken,’ zei Spicht.
Fred stond op en liep de kamer uit. Een eigentijdse tiener in een eigentijds drama waarvoor ze eigentijdse oplossingen hadden verzonnen.
‘Ik ben bij Willem geweest,’ begon ik.
Ze knikte. Ze zag er een beetje uit zoals ik haar de eerste keer had gezien.Gespannen kijkend naar het bord Rummicub. Hoe lagen de kansen? Nu keek ze zo naar mij. Wat bracht het leven? Wat had ik bereikt?
‘Willem heeft beloofd dat hij Alex onder handen neemt. Die kwam hier kennelijk op eigen houtje. Willem had je al uit het hoofd gezet.’
Ze knikte. Ik wist niet precies wat ze daarmee bedoelde. Wist ze alles al?
‘Ik heb ‘m onlangs gezien,’ vertelde ze. ‘Hij vond me nog steeds een stuk. Maar het kon toch niks worden. Hij vond vrouwen te bazig.’
Dat bedoelde ze dus met dat knikje. ‘Maar ik heb er een hoop voor moeten doen,’ zei ik.
Ze knikte weer. Dit keer was het een beleefde bedankje.
Ik ben overal geweest voor een Hokusai Bon-band ,’ zei ik.
‘Een wat?’ vroeg ze.
Het was duidelijk. Zo intiem waren ze niet geweest dat zij wist wie de grote held van Willem was.
‘Ach laat maar,’ reageerde ik. ‘Het heeft een hoop moeite gekost, dat is alles.’
‘Wat heb je dan gedaan?’ vroeg ze. Ze klonk geïnteresseerd.
Ik vertelde in telegramstijl wat ik allemaal had meegemaakt en hoe ik uiteindelijk de laatste aflevering van Hokusai Bon had geschreven en dat nu ergens in dit landje fanatiekelingen bezig waren dat in filmbeelden om te zetten.
‘Allemachtig!’ zuchtte ze vol bewondering.
‘We wilden alles weer bij het oude hebben,’ verklaarde ik. ‘Willem was bereid alles te vergeten als ik voor die band kon zorgen.’
‘En toen stond het einde er niet op,’ knikte ze. Ze schudde meewarig het hoofd.
‘In ieder geval zie je Alex niet meer aan de deur,’ zei ik, ‘en daar ging het jou om.’
‘Bedankt,’ zei ze nog een keer.
Ik knikte. ‘Daar heb je het voor. Vertel mij nu eens precies hoe dat is gegaan met de ontdekking van die foto in de Presto Special. Wat vond je eigenlijk van die foto?’
Ze lachte. Dat was een vreemd gezicht. Meestal keek ze strak en zakelijk. Het was nog steeds een harde tante. Maar als ze lachte keek je opeens dwars door haar heen. Een alleenstaande moeder met een opgroeiende puberale zoon. Genoeg materiaal voor de nodige drama’s.
Op dat moment stak de zoon zijn hoofd om de hoek van de deur. Hij had een jas aangetrokken.
‘Ik ga naar school.’
‘Tot vanmiddag,’ zei Spicht.
De jongen liep de gang in. Er klonk het geluid van een voordeur die dichtging.
‘Het was alsof de bliksem insloeg,’ bekende ze me. ‘Ik wist dat het er bij Willem binnen niet zo florissant zou uitzien maar…’
‘Hoe ontdekte je dat?’ vroeg ik.
‘Ik was bij een vriendin. Die had het blad op tafel liggen. Was misschien met de reclame meegekomen. Ik bladerde er doorheen. Toen zag ik opeens een foto van de zijkant van Willem’s huis. Ik herkende het direct. Ik las de tekst en zag daarna de foto van de keuken.’
Ze keek me aan. Er was verbetenheid in haar gezicht. ‘Ik wist dat het een troep zou zijn, maar zo erg had ik het niet verwacht.’
‘Dat was teveel?’
‘Zo’n zwijnenstal!’ zei ze gepikeerd. ‘Ja, absoluut.’
‘En toen heb je hem gebeld,’ begreep ik.
‘Ja. Direct!’
Ik zei niets maar keek naar dat verbeten gezicht dat zich dat allemaal precies herinnerde.
‘Ik zei dat ik een foto van zijn keuken had gezien en dat het een schande was en dat ik het uitmaakte.’
‘Wat zei hij?’
‘Keuken?’ Hij wist eerst niet waar ik het over had.
‘Daar was hij in jaren niet meer geweest,’ wist ik.
‘Precies.’ Spicht keek me nadenkend aan. ‘Ik moest mijn ontdekking een paar keer uitleggen. En toen werd ie kwaad.’ Ze glimlachte flauw. ‘Toen heb ik maar opgehangen.’
‘Daarna kwam hij dwars door de heg op ons af,’ herinnerde ik me nog.
‘Maar goed,’ zei ze, ‘dat is nu allemaal voorbij.’
Ik knikte. Toen ik wat later wegreed tussen de flats vandaan wist ik dat nu alles was afgerond. Maar ik vergiste me.


0 reacties

Geef een reactie