Hokusai Bon Fanclub

‘Welkom op de Hokusai Bon-dag!’ riep de zware man in de ingang van de zaal enthousiast. ‘Mag ik uw kaartjes zien?’ Hij droeg een cape van wat ooit een oud gordijn moest zijn geweest. Er waren Japanse karakters opgestikt. Hij droeg een masker, maar je kon zijn gezicht goed zien. Hij had een knuppel aan een gordel hangen. Ik zag hem niet direct in actie op een dak zoals de held zelf, maar de bedoeling was duidelijk: dit was een echte fan.

Intermezzo

‘Ik heb nog wat gevonden,’ zei Conny.
Ik had haar het hele verhaal verteld. Ze had ook diep gezucht. En toen had ze hetzelfde gedacht als ik. Het verhaal moest geschreven worden. Daarna zagen we wel weer.
‘Laat maar horen,’ zei ik.
‘Er is ooit een wedstrijd geweest voor de kijkers van de serie zelf het laatste deel te schrijven. ‘De winnaar was een zekere Joost Adema. Maar de inzending is nooit gebruikt’
‘O,’ zei ik.

Dertig seconden

Ik had de auto schoongemaakt, was wezen tanken toen Willem er aan kwam.
Hoe dat kan weet ik niet. Maar aan z’n manier van lopen zie je dat er iets is.
Ik wilde hem helemaal niet zien. Ik deed het allemaal om een stommiteit goed te maken. Willem was niet mijn vriend. Hij was iemand voor wie ik wat deed omdat de omstandigheden er naar waren
Hij kwam bij me staan en keek me somber aan. ‘Bandiznietcompleet,’ zei hij.

Libel 2

Zoals ik al eerder heb gemeld ben ik nogal bezig libellen te fotograferen. Ik heb het weer nog mee. Het duurt niet lang meer voordat het kouder gaat worden, er misschien meer regen omlaag komt, en dan is het uit met de lol. Dan komen er andere onderwerpen. Een van de afgelopen dagen struinde ik weer rond en vond tot mijn verrassing een roerloze libel tussen het groen in de struiken.
Als ik zoiets zie sluip ik naderbij met kloppend hart.

Libellen

Al enige tijd fotografeer ik libellen. Slaat u dus deze column over als u nu de schouders ophaalt. Lees vooral verder als het u interessant lijkt. Ik ben daarmee begonnen in juni, toen die beestjes nog klein waren. Ik volg ze door de tijd, met een kleine onderbreking in de vakantie. Toen ontdekte ik ze zowaar ergens anders. Maar…

Sexvideo’s

‘Kom mee,’ zei Bertus.
Zijn vrouw kwam uit de keuken de kamer in. ‘Wat ga je doen Bertus?’
‘Ik neem de jongens effe mee.’ Hij zei het op een toon die geen tegenspraak duldde. Zijn vrouw ging aan tafel zitten en pakte de map waarin ze daarnet papieren had opgeborgen.
We liepen de kamer uit de gang in, dwars door het huis om bij de achterdeur uit te komen. We staken een kort tegelpaadje over.

Bertus

‘Ja, wat mot je!’
Het schriele kereltje stond in de deuropening van de kleine arbeiderswoning en keek Willem bars aan. Ik keek ongemakkelijk toe. Na lang nadenken had Willem besloten een van zijn vroegere maatjes op te zoeken die wel eens iets in video’s deed.
We waren in mijn auto naar een van de oudere wijken gereden. Oude vooroorlogse huisjes. Smalle straatjes met kolossale plantenbakken als snelheidsremmers. Spelende kinderen. Parkeervakken. Kerels aan het sleutelen. We moesten bij een van de oude huizen zijn. Witte muren, laag dak. Kleine voortuin waarin onkruid welig tierde.

Problemen

‘Dus jullie hebben die band gestolen,’ klonk de stem van Conny door de telefoon. Er zat iets in van bezorgdheid, alsof ze twee jochies had betrapt op het stelen van een koekje.
‘Je gelooft het niet,’ zei ik, ‘dat heeft Willem gedaan!’
‘Dat kan hij dus wel,’ constateerde Conny droog.
‘Ik heb het niet gezien.’
‘Je meent het.’
‘Echt!’ verzekerde ik haar.
‘En nu?’ vroeg ze.

Homohuwelijk

Ze hebben allebei gelijk, en dan is het onoplosbaar. Dan moet je beide meningen respecteren. En beide partijen moeten dan niet proberen gelijk te krijgen. Dat kan niet. Een homo huwelijk ‘is’ belachelijk. Man en vrouw zijn voor elkaar geschapen. Dat is biologisch zo duidelijk als wat. Maar de natuur heeft ons met een aantal verrassingen opgezadeld.

Schrijven

Ik werk al een paar jaar aan een boek. Een dik boek. Een ingewikkeld boek. Het gaat over een gebeurtenis die het aanzien van de aarde verandert. In de loop van eeuwen. Daar is veel research voor gepleegd. En heel veel schrijfwerk. Pakken papier de prullenmand in. Nog veel meer papier door de printer. Totdat het in m’n bureaula verdwijnt. Om te bezinken. Om afstand te nemen.

Het zwaard van Damocles

Als je de media mag geloven hangt dat zwaard wat werk betreft nu boven een op de zoveel Nederlanders. Dat is in de vakantieperiode een onprettige gedachte. Heb ik straks nog werk, als ik gebruind terugkom? Werk, gezondheid en de persoonlijke situatie zijn de eerste dingen waar je naar vraagt als je iemand tegenkomt. Eén op de zoveel Nederlanders kan dus nu zeggen dat hij het wat betreft het eerste niet meer zeker is. Dat zijn er dus heel wat. Ik schaar mezelf er ook onder. Een tijdje geleden hoorde ik dat ons bedrijf ook met tegenvallende cijfers te kampen heeft en dat inkrimping, samenvoeging en ontslagen onvermijdelijk zijn.

Deurope, bliklos, bandweg

‘Kijkes!’ zei Willem triomfantelijk.
We zaten in de auto en reden Hilvesum uit. Dat hele bezoek was een sof geweest. Een wantrouwige kroegbaas waarvan je niets mocht fotograferen en geen woord mocht noteren. Een ijverige bewonderaar die je overal boven op je lip stond. Een ouwe schuur als museum met achterin in een kast bijna voor het grijpen de laatste aflevering. Hoe moest je die in vredesnaam stelen onder de ogen van die twee gasten? Hoe kon ik zo mijn schuld inlossen bij Willem. Het kwam er niet van. Ik zat er mooi mee.