Karel was door de deur naar het museum verdwenen. Mijn hart bonkte. Willem was te kort weg om die band al teruggestopt te kunnen hebben. Die werd op heterdaad betrapt. Hoeveel meter was het naar de ingang van dat museum? Ik moest iets doen! Toch maar een stoel door het raam? Ik keek naar het rode kastje van het brandalarm en bedacht me geen ogenblik. Ik rende om de bar. Het was er smaller dan ik had verwacht. Ik graaide de metalen staaf van zijn plek en sloeg zonder me te bedenken het glas in. Ergens verderop in het pand begon krijsend een alarm te loeien. Ik hoorde het ontzet aan. Wat had ik gedaan? Ik vloog achter de bar vandaan en rende naar de ingang. Ik kon altijd nog op de vlucht. Ik wist niet wat ik moest. Ik wist echt niet wat ik moest zeggen.
De deur vloog open en Karel rende naar binnen. Was hij al in dat museum geweest?
‘Een gek,’ schreeuwde ik in de deuropening. Ik probeerde zo overtuigend mogelijk te klinken. ‘Rende naar binnen, liep om de bar heen en sloeg het glas kapot.’
Karel rende langs de bar en verdween door de deur met het bordje privé. Wat later hield het alarm op. Hij kwam weer te voorschijn en rende naar de telefoon. Hij belde een nummer, luisterde, vloekte en gooide de hoorn erop. Hij pakte het ding weer op, belde nog een keer en smeet even later weer de hoorn erop. Hij vloekte hartgrondig. ‘Dit gaat geld kosten!’
Hij keek me kwaad aan. ‘Hoe zag die vent eruit?’
‘Niet zo groot,’ aarzelde ik.
‘En verder?’ vroeg Karel kwaad.
‘Tja,’ aarzelde ik.
Karel vloekte. ‘Dat moet Benzo geweest zijn.’
Ik herinnerde me iets van een amokmaker de vorige keer. Maar was Karel nou wel of niet in dat museum geweest?
‘Wat een rare vent,’ zei ik. ‘Ik wist niet wat ik zag.’
Karel was naar buiten gelopen en keek woest rond. Ik kon het niet geloven. Het werkte. Willem had nu een zee van tijd. Op dat moment ging de deur van het toilet open. En daar kwam Willem bedaard aanlopen.
Ik bevroor. Waar was hij nou geweest? Had ik dit allemaal voor niets gedaan?
Willem kwam bij ons staan, “Wattiser?’
‘Benzo,’ gromde Karel kwaad. Hij keek verbeten naar de ingang alsof Benzo weer binnen zou komen.
‘Doe hij dat vaker?’ vroeg ik voorzichtig.
Karel knikte. ‘Ik heb ‘m er een keer uitgezet. En nou haalt ie steeds streken uit.’
Ik keek Willem aan. Willem keek mij aan. Ik keek naar de deur die naar het museum leidde. Willem keek ook naar die deur. Waarom gaf die holbewoner nou geen seintje? Was het voor elkaar? Ik moest het weten.
‘Doe mij maar een koffie,’ hoorde ik mezelf zeggen.
Karel knikte. Hij schonk zichzelf een borrel in.
‘Kheblaatst dieene afleveringvan Hokusaigezien,’ zei Willem tegen Karel
‘Welke, vroeg Karel kort. Het was duidelijk dat Benzo hem dwars zat.
‘Zondereinde.’
Buiten hoorde ik in de verte brandweersirenes.
‘Hoe kan dat nou?’ vroeg Karel verbaasd. ‘Dat is een unieke band. Die heb ik alleen?’
‘Er was nog iemand die hem had,’ zei Willem geheimzinnig.
Ik kreeg het opeens warm. Je wist nooit wat je aan Willem had. Die gek ging hier toch niet teveel vertellen?
‘Hijheefttumookgezien,’ wees Willem naar mij.
De brandweerauto kwam met loeiende sirenes de straat in rijden en kwam met gierende banden voor het café tot stilstand.
Karel liet horen hoeveel verschillende vloeken hij wel kende. Hij kwam achter de bar vandaan en beende naar de ingang. ‘Te laat,’ gromde hij in het voorbijgaan. ‘Je moet binnen twee minuten reageren. Dit gaat geld kosten.’
Ik stond op. ‘Komop met die band!’ beviel ik Willem. Dit was onze kans. Het was nu of nooit.
Willem grijnsde. ‘Bejjebenauwd!’
‘Kom op,’ hield ik aan. ‘Dan stop ik dat ding wel terug!’
‘Rustigbuur! Hijisaltrug.’
Ik keek Willem verbijsterd aan.
‘Maar je kwam uit de wc?’
‘Ikmosttochpisse?’
‘Ben je dan wel in dat museum geweest?’
‘Dateerst. Jijstondjedruktemake toenik naarde wc ging.’
‘Dus het is geregeld?’
Willem knikte. ‘Ennoueenpilsje!’
Karel kwam chagerijnig binnen. ‘Ik maak er politiewerk van,’ gromde hij. ‘Die benzo gaat er van lusten,’ gromde hij kwaad.
Willem knikte. ‘Doeonsmaar eenpilsje,’ zei hij.
Karel knikte. ‘Je zou er wat van krijgen,’ zuchtte hij.
‘Enneemerzelfookeen,’ grapte Willem.
Karel kon er niet om lachen.

Categorieën: Hokusai bon

0 reacties

Geef een reactie