‘Ah, ben je daar,’ zei JP.
‘Belofte maakt schuld,’ zei ik.
Ik had vanmorgen de inscriptie op de ovaal afgerond en was daarna de auto ingestapt. Het viel me op hoe verzorgd de tuin om het huis van JP eruit zag. Het was een man die van orde en netheid hield.
JP knikte. ‘Kom erin. Ik ben benieuwd hoe het eruit ziet.’ Het zou hem niet teleurstellen. De initialen stonden er feilloos in. De gouden ovaal glansde. Het was een meesterstuk.
Dat vond JP ook. Hij staarde er langdurig naar bij het raam en liet het licht er op spiegelen. ‘Klasse!’ zei hij met een stem vol bewondering. ‘Dit is grote klasse!’
Ik knikte.
‘Wil je wat drinken?’
Ik dacht aan de aftocht uit het café ‘Mijn Held’ een paar dagen geleden. ‘Nee, doe maar niet.’
‘Ik bedoel koffie,’ glimlachte JP.
Ik knikte. ‘Dan is het goed.’
Hij liep de kamer uit en zo zat ik een poosje alleen. Ik keek naar de grote boekenkast. Allemaal boeken over de oorlog. Kirst, De Jong’s standaardwerk over de Tweede Wereldoorlog. Er stond een lessenaar in de hoek, daarop lag een dik boek. En overal stonden souvenirs die van over de hele wereld kwamen. Javaanse poppen, Afrikaans houtsnijwerk. Hier woonde een man die de wereld had gezien.
JP kwam het vertrek weer binnen met een blad waarop van alles stond.
‘Bedien jezelf,’ zei hij uitnodigend.
Dat deed ik.
‘Pak er wat bij,’ zei JP. ‘Je hebt het meer dan verdiend.’
Ik keek hem aan. Hij glimlachte. ‘Ik heb niets gedaan,’ zei JP. Er zat een vreemde klank in zijn stem. ‘En jij bent een kunstenaar,’ zei hij.
‘Ik keek hem twijfelend aan. Goed, ik schreef aardig, maar verder…
‘Ik bedoel met je handen,’ verduidelijkte JP.
Dat was zo. Alleen dacht ik er nooit over na.
‘Dat zag ik direct,’ zei JP. Ik was blij dat jij die ovaal wilde doen.’
Ik voelde dat het de aanzet was tot iets anders. Ik kreeg gelijk.
‘Ik wil je een voorstel doen,’ zei JP rustig.
Ik moest gelijk denken aan het moment dat Willem me dat geld had gegeven. Ik keek JP aan. Wat zou hij bedoelen?
‘Zou je af en toe wat voor me willen doen?’
Ik haalde de schouders op.
JP bleef hetzelfde kijken en toch veranderde er iets. Ik moest vooral goed begrijpen dat je tegen een man als hem geen nee zei. Maar ik wilde ook geen verplichtingen. Het was alsof hij me hoorde denken. Dat andere was weg uit zijn gezicht.
‘Natuurlijk alleen als je wilt en tijd hebt.’
Ik knikte voorzichtig. Ongeveer op dat punt had ik toen dat geld van Willem aangepakt, had hij zich omgedraaid en was weggelopen.
‘Af en toe een kleinigheidje,’ glimlachte JP.
Ik keek hem aan. Dit was al de derde keer dat het net was alsof hij mijn gedachten kon lezen. Maakte hij een grapje? Doelde hij ergens op?
‘Ik bedoel: geen grote dingen,’ legde JP uit. ‘Jij bent goed in details. Daar zou ik nu en dan graag gebruik van willen maken.’
Ik knikte. Wat zou er gebeuren als ik mijn koffie opdronk, zou opstaan, hem vriendelijk zou bedanken en de deur zou uitlopen.
‘Als je op de voorhand nee zou zeggen zou ik erg teleurgesteld zijn,’ merkte hij op. In zijn stem klonk nu een speciale klank die hoorde bij wat ik straks in zijn gezicht had gezien. Ik keek langs hem heen naar het raam. Ik vond dit maar een rare situatie.
‘Je hebt talent Zondag, en ik zou het een eer vinden als ik er gebruik van mag maken.’
Ik keek hem aan. ‘Die man had iets waarvoor ik veel wilde geven. Was het autoriteit? Was het iets anders?
‘Ik zie dat je me begrijpt,’ zei hij rustig. ‘We hebben allebei iets bijzonders. Ik ben groot geworden omdat mensen naar me luisteren. Jij kunt groot worden met je handen.’
Ik vroeg me af of hij bedoelde dat hij me daarmee kon helpen.
Hij glimlachte. ‘Alleen maar zo af en toe een kleinigheidje.’
Ik besloot toch te vragen wat hij daarmee bedoelde. Het kleinigheidje bij Willem had me hoofdbrekens gekost.
‘En dan niet zoals bij Willem,’ loste JP het probleem voor me op. ‘Natuurlijk niet. Ik zeg gewoon duidelijk wat ik wil. En jij zegt gewoon of je het doet of niet. Daarna bespreken we pas wat het mag kosten.’
‘Heb je een voorbeeld?’ vroeg ik.
Hij knikte en stond op. Hij haalde uit de kast een oud boek en klapte het open. Er lag een oorkonde in. Hij pakte het ding voorzichtig beet en hield het omhoog.
‘Wil je die voor me namaken, zodat je niet kunt zien dat het namaak is?’
Op dat moment had ik moeten doen wat al die tijd al door mijn hoofd speelde. Opstaan en maken dat ik wegkwam. Maar iets in mij was geboeid door de oorkonde. Op dat moment wist ik al hoe ik het moest doen. En er was de onmiskenbare autoriteit van JP.
‘Ik wil het proberen,’ antwoordde ik.


0 reacties

Geef een reactie