Wraak van het winkelcentrum

Een pleister. Ik zit hier verdomme naar een pleister te staren. Het verlepte ding plakt net genoeg om aan de witte muur te blijven bungelen. Het gebeurt vaker, maar het went niet. Zelfs als die pleister van me af wordt gehaald, de plek van het smet grondig wordt gereinigd, dan nog blijft dat achteloze ranzige stuk elastiek mij bezoedelen. Het opgedroogde bloed maakt een bruine cirkel zichtbaar op de buitenzijde. Het is verdomme niet eens geometrisch.

Remancipatie

Met het getik van gemanicuurde vingers op toetsenborden om hem heen, pakt hij zijn pen. Dit zacht schuivende geluid van een klein stukje ijzer met staalblauwe inkt geeft hem wat rust. Langzaam zet hij zijn eerste strepen op het maagdelijke papier. Een neus wordt opgehaald, er klinkt een kuchje. De eerste deadline is gehaald. Nu kan hij stiekem tijd voor zichzelf nemen.

Visjes vangen

“Wil je een boekje of een banaan?” Je kan er niet vroeg genoeg mee beginnen. De grote blauwe ogen van de kleine dreumes staren me aan. Hij lacht en grijpt wat lucht met de beide handjes. “Nee, een boekje, of een banaan?” Ik spreek elk woord langzaam en goed gearticuleerd uit, terwijl ik de twee favoriete opties voorhoud. Het kleine mormel begrijpt het nog niet en begint op een rammelaar te sabbelen. Nou ja, dat is ook een keus.

De Wallen als Werelderfgoed

Een bezoek aan een van Europa’s grootste natuurlijke grotten is erotischer dan verwacht. Een brochure toont grote ruimtes, esthetische rivieren en mensen met open monden. Daarnaast staan wat teksten met historische en biologische feiten. Maar wie een grot met stalagmieten en stalactieten heeft bezocht, kent de ware kracht van de stevige, geil glanzende druipstenen en de aantrekkingskracht van wild kolkende rivieren met pornografische schuimkragen in de onpeilbare diepten.

Knippen in mijn kindje

“Maar ik wil helemaal niet knippen in mijn kindje!” Verbaasd en verontwaardigd keek ik op. Dat kan niet. Het is zo’n schoonheid, een plaatje, mijn pronkstukje. Toch moest het gebeuren, want als ik mijn kindje niet korter wilde maken, dan moesten anderen dat doen. En daar was gewoon geen tijd meer voor. Na wat stampvoeten, geschop tegen de computer en een diepe zucht keek ik mijn eindredacteur weer aan. Hij had gelijk.