Het schrijfproces

Als het donker wordt begin ik het te voelen: de schrijfdrift… Het ontpopt zich als een energieke vlinder die uit haar cocon breekt, maar is op dat moment niet meer dan een ongeleid projectiel dat alle kanten uit waait. Naarmate de avond vordert, komen ook de concrete ideeën voorbij fladderen. Sigaretten en koffie zijn gedurende dit proces waardevolle collega’s. De mok mijn rechterhand, de peuk mijn linker. Zodra ik plaats neem achter mijn beeldscherm, of vóór mijn beeldscherm als dat makkelijker tikt, kijk ik vaak even op wat nieuwssites.

Er was eens een man

Zijn vrouw, waar hij zielsveel van hield, was ziek geworden en een paar maanden daarna gestorven. Het was geen bijzondere man. Mensen merkten vaak niet eens dat hij er was en ook was hij nergens echt goed in, behalve dan in het houden van zijn vrouw. Hij leefde zijn leven in stilte. Sinds zijn vrouw niet meer naast hem lag werd de stilte hem bijna teveel. Hij dacht vaak aan haar en misschien hield juist die herinnering hem op de been.

Mijn Youp

Youp van ’t Hek gaf in De Wereld Draait Door aan dat als je beroemd bent en maar genoeg betaald krijgt, je daar best kleine grapjes over kunt maken. Hij doelde in dit geval op ‘Pietje Storms en Yolanthe &Wesley. Omdat Youp op die twee punten zelf ook hoog scoort, in ieder geval hoger dan Wesley, waag ik een column aan hem. Echter niet in de stijl van Youp zelf.

Een bijna professional

Zeg het voort, zeg het fukking voort! Net als Nico mag ik mijzelf een ‘bijna’ professioneel schrijver noemen. Volgens mij is Nico Dijkshoorn ook de enige columnist/dichter waarvan mensen zijn werk meer horen dan lezen. Ik volg Nico op Twitter, dus ik kan dat soort dingen gerust zeggen. Als je het mij vraagt Nico, past mijn hoofd veel beter op tv. Het past in ieder geval. Nou goed, onderonsje.

Rusteloos

De titel schrijf ik niet voor niets met schreeuwerige hoofdletters. Zo klinkt het, letter voor letter, keihard in m’n kop. Een continue komen en gaan van mensen, ideeën en willekeurige gedachten. Als de wervelende draaideur van een multinational in het hartje van Manhattan. Achttien uur per dag op volle toeren gaan, gaan, gaan. Al het personeel erin gepropt en niemand kan eruit. Ze moeten wel draaien want stilstand is achteruitgang en leidt uiteindelijk tot de dood van het idee. Gierend en jakkerend, plagend en haastig, krakend en piepend. Het spookt in mijn hoofd en ik jaag ze als een waanzinnige achterna. Het helpt helemaal niets.