Zeilen: à deux

[i]“Waar komt de wind vandaan?”[/i] Dat vraagt de instructrice op gezette tijden. Mijn bootgenoten reageren al niet eens meer op mijn gemompel wanneer zij die vraag stelt. Zij kijken naar de windvaan in de top van de mast, naar bomen en struiken langs de kant en letten op de rimpelingen in het water want zoveel hebben zij inmiddels al geleerd. Net zoals ik zelf geleerd heb trouwens, van dezelfde instructrice ook, maar mijn antwoord op de vraag luidt steevast onverstaanbaar anders.

Aandacht

Doe eens gek! Sjouw water naar zee. Niet één emmer, nee, tientallen emmers water! Naar de zee! Kieper ze erin! Wees voldaan bij elke emmer. Wees tevreden in de gedachte dat elke zes liter ruimte biedt aan tenminste een kleine school sardientjes en nog zoveel anders in de voedselketen. En treur niet over de liters die je morste. Er is zoveel dat nog moet groeien.

Wellust

We zijn een eind gekomen. Van daar naar hier en verder…. Verder niet. Verder wil niet. De geluksmomenten achter ons lichten op en werpen een schaduw voor ons. Een donker onbekend, als een gat waarin volgende stappen verloren zullen gaan. En wij met ze.

Puist na de pus

Al die moeite! M’n grote mond open gehad om voorlopig geen emo-columns meer te schrijven en me uitsluitend nog over maatschappelijk verantwoorde thema’s te buigen, blijk ik schrijfsgewijs gezien ineens helemaal opgedroogd als een puist na de pus. Een plekje dat alleen nog maar irriteert en verder nergens meer toe dient. Ik had maatschappelijke betrokkenheid me duidelijk anders voorgesteld.

Wie eerst komt

Elke keer als ik een ambulance zie rijden kan ik niet helpen me af te vragen wat voor vreselijk groot of klein leed er zich achter zijn deuren afspeelt. Het wil er bij mij niet in dat het is zoals ons bijvoorbeeld in series als ER wordt getoond. Mijn ervaringen tijdens een verbouwing bij een ambulancepost ondersteunen die gedachte.