Fijn

Mijn zoon Duka van drieëneenhalf leert nu twee talen, parallel. Bosnisch en Nederlands. Gezien hij de landstaal het beste leert nu, heeft het Nederlands, contrast-taal, natuurlijk een exotische glans voor hem. Hij proeft de klanken en kleuren. Als snoepjes laat hij woordjes door zijn mond rollen, om en om. Spreekt ze voortdurend uit, en als er ook maar de minste gelegenheid is om nieuwe Nederlandse woorden te gebruiken zal hij die kans zeker niet laten schieten. Herhaling is leerzaam.

Zusterogen

Ik ben erg ijdel. Misschien niet zo zeer in figuurlijke zin (maak ik mezelf graag ijdel wijs) maar toch vooral wel in letterlijke zin. Ik ben gék op de spiegel. Dat is helaas een eenzijdige liefde. Want de spiegel loves mie not bek. Nope.

Ik vind mezelf lelijk. En vaak geeft de spiegel mij groot gelijk.

Tijdmachine

Mijn beroep is beeldend kunstenaar. Mijn werk is echter moederen. Moederen, voederen, ploeteren. Mijn sculpturen zijn dan ook te beschouwen als kettingen van aaneengeregen kinderdutjes, avonduurtjes, en vroege ochtendminuutjes. Dat dit niet écht opschiet laat zich denken.

Zeemeermin

“Kankerhoer! Ik maak je dood!”
Het is de zware klap die daarop volgt waarvan ik wakker schrik. In mijn slaap zijn de woorden al diep doorgedrongen in de zwarte doos van mijn onderbewustzijn. Met terugwerkende kracht trillen de klanken de planken weg. De vloer vervoegt tot leegte, mijn bed staat ineens op lucht. Ik voel het. Godzijdank dat ik er al in lag.

Mooiemoelebieltjes.

Als een kleine zee ligt er tijd tussen mijn dochter Nina naar school brengen, en haar weer ophalen. Die zee bezeil ik het liefst daar waar glad water royaal onze tijdsruimte weerspiegelt. Mijn zoon denkt er precies zo over. En dus gaan we naar de Mercator.