Een veilige haven

Het glas van de servieskast oogt smerig. Vette vingertoppen hebben hun sporen achter gelaten op het heldere glas. Je lacht voorzichtig naar de licht beschadigde polaroid foto, die je stevig in je handen geklemd houdt. Een familieportret, genomen vanuit de woonkamer, voor een antiek ogende servieskast. Een huwelijkscadeau, vertel je. Lees meer…

Liefde heet dat

Hij gorgelt zijn laatste slok bier en plet het blikje met zijn hand.
Terwijl hij met zijn linker hand het blikje in de prullenbak propt, probeert hij met zijn rechter hand een nieuw blikje uit het six-pack te trekken.
Een sterke bierlucht overheerst de treincoupé maar het smaakt hem er niet minder om.
Hij werpt zijn blik op alle ogen die naar hem staren, zoekend naar een geschikt
persoon om zijn gebroken hart bij te luchten.

Compleet

Stilzwijgend zit ze hier iedere dag. Af en toe een mompel en zo nu en dan een zucht, maar daar blijft het bij. Ze hoeft nergens heen en ze wacht niemand op. Heel soms komt ze naast me zitten, in het spitsuur wanneer alle banken bezet zijn door billen, tassen en koffers. Haar blik is strak en ze lijkt ieder die haar passeert te observeren. Mijn vermoeden zegt dat ze hier is om de pijn van eenzaamheid te verzachten, te midden van de mensenmassa.

Liar

De waarheid verstopt onder een roerloze laag leugens. Het tegendeel is voor hem niet meer denkbaar. Hij had de oever kunnen grijpen toen het nog niet te laat was, maar hij verspilde zijn kans en verdronk langzaam in zelfbeklag. Arme ziel, aldus hemzelf, ieder ander zal het hem gunnen. Het lot lag in zijn handen, maar hij liet het door zijn vingers glijden. Alsof hij het erom deed.

Hij

Hij wordt nooit echt begrepen. Zijn humor is beneden ieders norm, en dat maakte hem alsnog geestig. Zijn intelligentie zodanig laag dat communiceren haast geen optie is. Het gaat wel, maar het is meer het heen en weer werpen van inhoudloze woorden, luisteren doet-ie niet echt.

Oerwezen

Wraakzuchtige gedachten dringen haar hoofd binnen. Ze knijpt haar ogen tot spleten en haar wenkbrauwen vormen er kwade strepen boven.
Ze zou hem nooit fysiek iets aan doen, dat dacht ze althans. Maar haar woede neemt de controle van haar lichaam over.

Bart

Als hij nog één keer oogcontact zoekt stap ik op hem af, heb ik mezelf voorgenomen.

De impulsiviteit waarmee we deze avond in zijn gestapt zorgt ervoor dat deze nacht binnen een uur al is genomineerd tot één van de leukste stapavonden in geschiedenis.

Bart

Als hij nog één keer oogcontact zoekt stap ik op hem af, heb ik mezelf voorgenomen.

De impulsiviteit waarmee we deze avond in zijn gestapt zorgt ervoor dat deze nacht binnen één uur al is genomineerd tot één van de leukste stapavonden in geschiedenis.

Afstand

Ze haat haar jaloezie. Ze wantrouwt hem in ieder opzicht.
Als hij naar een andere vrouw kijkt weet ze het zeker, hij vindt haar zoveel mooier dan zij is.
Ze haat haar spiegelbeeld. Ze is niet meer wie ze was. Hij moet het zien. Hij moet zien dat ze zichzelf verwaarloost heeft tot iets wat geen mens nog mooi kan vinden, laat staan hij.
Ze haat het dat hij haar in zijn macht heeft. Haar gevoelens beïnvloed, iedere seconde van de dag.

Dit was het dan

“Dus. Dit was het dan.” Mompelt ze ietwat stroef. Hij kijkt haar wat beduusd aan. Liever had ze deze woorden niet uitgesproken, ze klonken veel te zoet.
“Het spijt me.” Zijn woorden klinken koud en geforceerd. Ze kijkt hem aan, recht in zijn ogen. Geen verstandige zet, het maakt haar zwak. De zachtheid in zijn ogen waar ze volledig voor kan bezwijken, het is in staat om al haar kracht te laten verslinken.

De jongen

Ik observeer hem nu al enkele minuten. Hij staart net als ik, maar niet naar mij. Hij heeft zijn blik gevestigd op een boom. De boom beweegt sierlijk en de takken bewegen zich op het ritme van de wind. Het fascineert hem intens, het is leesbaar in zijn ogen en zichtbaar van verre.

Jeugdherinneringen

Ik vind je stom. Je rijdt op een grote-mensen fiets terwijl ik daar nog niet op pas. Ik durf je niet te plagen want wij zijn sterk in de minderheid en te gast op jullie schoolplein. Jij staat daar, met je grote-mensen fiets naar mij te kijken. Ik probeer op het fietsenschuurtje te klimmen, want dat is stoer. Ik ga jou laten zien dat ik stoer ben, daar heb ik geen grote-mensen fiets voor nodig.
Op het schuurtje voel ik me groot, ik kijk naar jou en je fiets.