Acht kussen en een e-mail

De dag na het verlies tegen Rusland liep ik over de vertrapte oranje vlaggetjes naar de bushalte. De chauffeur stempelde zwijgend mijn strippenkaart en ik liep naar een plaatsje bij het raam. Bij de volgende halte herkende ik een gezicht. Het was Maya. Ze had roodgeverfde lippen en op haar hoofd een opvallend zwart hoedje. Ze leek op zangeres Pauline van ska-band The Selecter. Samen met haar zusje stapte ze in.

Van de regen in de drup

Sinds enige tijd ben ik een zelfbenoemde deejay zonder optredens. Ik knutsel thuis mixen in elkaar en drop ze op internationale forums. Dat levert tot nu toe leuke respons op en ik ben zelfs regelmatig met eigenhandig gebrouwde mixen te horen op de zender FM Brussel. Maar een mens wil altijd meer en bij toeval kwam ik een tijd terug op Hyves terecht. Volgens enthousiaste verhalen op de site had je zonder veel werk in no time honderden vrienden. Ideaal om mijn mixen te promoten, dacht ik.

Altijd lente…

Mijn vader vertelde vroeger horrorverhalen over tandartsen die als ware sadisten tekeer gingen. Zijn ervaringen leken in de jaren zeventig gebruikt voor de film ‘Marathon Man’. Daarin leefde een tandarts zich volledig uit op Dustin Hoffman. Begrijpelijk dat mijn vader nooit stond te springen van enthousiasme als hij weer naar de tandarts moest. Op de een of andere manier kopieer je als kind die angst. Dus ook ik kon nachtenlang niet slapen als er weer een afspraak op stapel stond.

Plaatjes draaien

In de jaren tachtig had ik een grote droom: diskjockey worden. Opgegroeid met Radio Veronica in de jaren zeventig wilde ik ook plaatjes draaien voor een groot publiek. Mijn eerste stap was muziek afspelen voor de babyfoon als mijn moeder het huishouden deed. Dat gaf al een beetje het gevoel van radio maken. Maar dat gevoel verdween als mijn moeder door de babyfoon terugsprak.

Witte lelie in het donker

De wind waaide hard toen ik de trappen afliep van de bioscoop. Een groot billboard klapperde tegen de voorgevel. De omgeving leek meer een verlaten bouwplaats dan een spetterend uitgaanscentrum. Her en der lagen hopen zand en in het licht van de bioscoopreclames zag ik schimmen van machines staan. Ik wilde de ketting van mijn fiets halen, maar zag tot mijn grote schrik dat mijn achterband zo plat als Paris Hilton was. Ik keek paniekerig om me heen. Behalve een fietswrak was er niemand in de buurt die kon helpen.

Zonnebril in de avond

De zon schijnt nog net over de daken van de huizen als ik door het straatje fiets waar ik Maya het laatst heb gezien. Het was pikdonker op een warme avond in juli, maar ik herkende haar postuur meteen en bij het horen van haar stem wist ik het zeker. Daar liep Maya. Ik wilde afstappen en naar haar toe rennen, maar was teveel verrast en fietste schlemielig door. Het is nu maanden later, maar ik heb er nog steeds spijt van.